Zeven+uitdagingen+voor+de+melkveehouderij
Achtergrond
© Tony Tati

Zeven uitdagingen voor de melkveehouderij

Er ging een zucht van verlichting door de melkveehouderijsector toen landbouwminister Carola Schouten eind augustus de vermaledijde voermaatregel introk. Maar er blijven nog heel veel dossiers op tafel liggen. De belangrijkste op een rij.


1. Meer grondgebondenheid

Ruim twee jaar geleden werd het plan 'Grondgebondenheid als basis voor een toekomstbestendige melkveehouderij' gepresenteerd. Doel: zorgen dat de melkveehouderij economisch succesvol blijft en kan blijven rekenen op maatschappelijke waardering. Middel: een meer grondgebonden sector.

Eindpunt is 2040. Dan komt ruwvoer alleen nog van het eigen bedrijf of de directe omgeving. Rest- en bijproducten komen uit Nederland. Aanvullend krachtvoer komt alleen nog uit Europa.


Tussenstap in 2025: melkveebedrijven moeten minimaal 65 procent van het benodigde eiwit zelf produceren of sluiten voermest-contracten met de directe omgeving. Import van grondstoffen van buiten Europa moet met twee derde zijn gedaald en ieder melkveebedrijf beschikt over een huiskavel waar maximaal tien koeien per hectare weiden.


2. Minder ammoniakemissie

Op last van Brussel moet Nederland de emissie van ammoniak verder terugdringen. In 2030 mag ons land nog hooguit 121 miljoen kilo ammoniak uitstoten. Nu is dat nog 133 miljoen kilo. Het aandeel van de melkveehouderij in de totale emissie ligt volgens Wageningen University & Research rond de 42 procent, hoewel de exacte bijdrage ter discussie staat.

Naast deze Europese doelstelling heeft de melkveehouderij te maken met Natura 2000. Rijksoverheid en sector hebben afgesproken dat in 2030 de emissie met 10 miljoen kilo is gedaald ten opzichte van 2013. Overigens is de totale ammoniakemissie door de Nederlandse land- en tuinbouw sinds 1990 met twee derde gedaald.


3. Succes en weerbarstigheid bij waterkwaliteit

Maximaal 50 milligram nitraat per liter in het bovenste grondwater en het oppervlaktewater in sloten, beken en rivieren moet in 'goede gezondheid' verkeren. Dat zijn in een notendop de waterdoelstellingen van Europa voor 2027, vastgelegd in de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water.


Metingen laten zien dat onder lössgrond het nitraatgehalte van het grondwater gemiddeld op 65 milligram per liter ligt. Klei, zand en veen zitten onder de norm van 50. 2018 en 2019 waren extreem droog, dat heeft een negatief effect. De langjarige trend is wel dalend.

Wat oppervlaktewater betreft gaat Nederland vrijwel zeker niet de Europese doelen halen. Ondanks alle geplande maatregelen (Deltaplan Agrarisch Waterbeheer) zal in 2027 tussen de 30 en 60 procent van oppervlaktewater niet aan de Brusselse norm voldoen, is de verwachting.


• Meer hierover is te lezen in: Meer actie nodig om waterdoelen te halen

Lastig punt is dat veel factoren de kwaliteit van de oppervlaktewater beïnvloeden, niet alleen land- en tuinbouw, maar ook natuurlijke processen, rioolwaterzuivering en verkeer.


4. Meer zonneweides voor duurzame energie?

In Nederland werken dertig energieregio's (RES) aan vergroening van de energievoorziening. Doel is om in 2030 35 terawattuur aan elektriciteit op te wekken met zon en wind op land. Omdat het maatschappelijk verzet tegen windenergie groot is, kiezen veel regio's voor zon.

Het vol leggen van daken van schuren, stallen, woningen en fabrieken met panelen is echter niet voldoende. Daarmee komt grond in beeld.


16 Utrechtse gemeenten hebben bijvoorbeeld becijferd dat de regio 350 hectare aan zonnepanelen nodig heeft, wat neerkomt op 10 procent van het landbouwareaal. Een deel zal bij de melkveehouderij gevonden worden.


5. Flink minder broeikasgassen

NZO, LTO, NMV en NAJK beloven om voor 2030 de uitstoot van broeikasgassen (CO2, methaan, lachgas) met 1,6 megaton CO2-equivalenten te verminderen. De sector wil dat bereiken via langere levensduur van koeien, rantsoenaanpassingen, mestverwerking en mestvergisting en het deels vervangen van gras door klaver, waardoor er minder kunstmest nodig is.


• Lees meer over de lancering van dit plan

Andere maatregelen zijn minder vaak scheuren van grasland, gebruik van vanggewassen en energiebesparing.


Op zoek naar integrale oplossing

Minimaal dertig melkveebedrijven gaan de komende vier jaar op zoek naar maatregelen die uitstoot van ammoniak en methaan met 30 procent reduceren. De maatregelen passen goed in de bedrijfsvoering, zijn economisch verstandig en hebben geen negatieve invloed op diergezondheid, weidegang en biodiversiteit. Dat is de inzet van het project Netwerk Praktijkbedrijven, een initiatief van onder meer LTO Noord. www.integraalaanpakken.nl.

6. Biodiversiteit komt eraan

Voor biodiversiteit liggen er nog geen harde doelstellingen voor 2030, maar dat het een belangrijk thema wordt staat als een paal boven water. Twee jaar geleden werd het Deltaplan Biodiversiteit gepresenteerd, na alarmerend Duits onderzoek over de achteruitgang van de insectenpopulatie. Inmiddels beschikt de melkveehouderij over een biodiversiteitsmonitor, waarmee melkveebedrijven impact op hun omgeving kunnen meten.

Europa heeft wel concreet beleid geformuleerd. De Green Deal streeft naar 25 procent biologische landbouw in 2030. Tegen die tijd moet ook ten minste 10 procent van de huidige landbouwgrond veranderen in heggen, bomen, houtwallen en poelen waardoor de variëteit in planten en dieren volgens Brussel weer toeneemt.


7. Waterpeil omhoog bij veen

Veen is bij daling van de grondwaterstand een bron van broeikasgassen. Bij een laag waterpeil oxideert veen en komen CO2 en lachgas vrij. In 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen vanuit veengrond met 1 megaton CO2-equivalent zijn teruggedrongen. Vorig jaar is het onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen gestart en de uitkomsten zijn bepalend voor de stappen tot aan 2030.

Meest voor de hand liggende opties zijn onderwaterdrainage, hoger waterpeil, natte teelten (lisdodde, eendenkroos, wilde rijst) en omzetten van landbouwgrond in natuur. Veel van deze opties staan op gespannen voet met de ambities van de sector tot meer grondgebondenheid. Ondertussen zijn provincies al aan de slag: er is in 2020 en 2021 100 miljoen beschikbaar voor eerste maatregelen.


Meulenbroeks: 'Behoefte aan perspectief'

'Rust en langetermijnperspectief.' Dat is waar melkveehouders nu behoefte aan hebben, vindt Wil Meulenbroeks, voorzitter van de LTO-vakgroep Melkveehouderij. Hij pleit voor een omslag en voor een beleid op basis van heldere doelen. 'Dat beleid moet de belangrijkste thema's in samenhang aanpakken en inspanningen financieel belonen. Nu schrijft de overheid tot in detail voor welke maatregelen we moeten nemen. Dat moet echt anders.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    17° / 12°
    70 %
  • Maandag
    20° / 13°
    40 %
  • Dinsdag
    18° / 13°
    70 %
Meer weer