Van der Tak: 'We moeten beleid minder van overheid laten afhangen'

De eerste officiële werkweek heeft Sjaak van der Tak achter de rug. Sinds begin dit jaar is hij de nieuwe voorzitter van LTO Nederland. Voortvarend wil hij nu aan de slag: de regie nemen en afspraken maken over verdienvermogen, grondgebruik en de wijze waarop de transitie moet plaatsvinden. 'We kunnen beter zelf de deals met markt-, keten- en sectorpartijen sluiten dan dat het voor ons wordt gedaan. Boeren en tuinders zijn de oplossing, niet het probleem.'

Op nieuwjaarsdag ging officieel de driejarige termijn in van de nieuwe voorman van LTO Nederland. Sjaak van der Tak zegt er klaar voor te zijn. Niet dat hij de afgelopen weken, na de bekendmaking van zijn benoeming op 10 november, stil heeft gezeten. Tal van werkbezoeken bracht hij aan leden en niet-leden, Brussel, ketenpartijen en andere sectororganisaties.

Contractvoorwaarden voor boeren en tuinders moeten veel gunstiger

Sjaak van der Tak, voorzitter LTO Nederland

Wat is u het meest opgevallen bij die bezoeken?

'Het ondernemerschap van de boeren en tuinders is echt groot. De passie bij de ondernemers voor hun bedrijf, het welzijn van hun dieren, gewassen en leefbaarheid van het platteland heeft me geraakt. De behoefte aan een duidelijk beleid is groot en de zorg voor het verdienvermogen is dat eveneens.Het is de reden waarom ik het verdienmodel van boeren en tuinders tot speerpunt heb verheven voor dit jaar. Het kan namelijk niet zo zijn dat agrarisch ondernemers alleen maar kostprijsverhogende maatregelen op zich af zien komen, zonder de investeringen daarvoor ook terug te kunnen verdienen. Dat moet echt veranderen.'


Wat gaat u daaraan doen?

'Medio januari hebben we hierover overleg met het CBL, de koepel van supermarkten. Behalve LTO nemen ook Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) en Farmers Defence Force (FDF) deel aan dat gesprek. Het overleg is op initiatief van het CBL en naar aanleiding van het Farmers Friendly-concept dat FDF graag wil. Wij hebben echter een ander voorstel aan het CBL, waarvan we denken dat alle boeren en tuinders er profijt van kunnen hebben.'


Wat wilt u van het CBL?

'Ik wil dat de contractvoorwaarden veel gunstiger worden voor onze boeren en tuinders als producenten en leveranciers aan de supers. Het zou boeren en tuinders enorm kunnen helpen als zij sneller krijgen uitbetaald en dus over meer cashflow kunnen beschikken. Zij moeten nu veel te lang wachten op hun geld. Ander punt is dat kwaliteitsderving van de versproducten na levering niet meer worden verhaald op leveranciers, maar voor rekening zijn van de overige ketenpartijen.'


Hoe wilt u dat de verduurzaming wordt betaald?

'De extra vergroeningseisen die worden gesteld aan de producten en productiewijze moeten worden doorberekend in de prijs die boeren en tuinders ontvangen. Neem de discussie over het keurmerk PlanetProof in de plantaardige sectoren. Telers zorgen dat zij telkens weer voldoen aan de steeds strengere voorwaarden van het keurmerk, zonder dat zij een meerprijs krijgen. Het resultaat is dat de motivatie bij de telers wegebt en een deel nu op het punt staat af te haken. Dat moeten we met elkaar niet willen.'


Werken supermarkten verduurzaming tegen?

'Zij nemen onvoldoende hun verantwoordelijkheid. De supermarkten hebben een zorgplicht. Het zou hen sieren als zij openlijk achter de boeren en tuinders staan, hun belangrijkste leveranciers. Het zou goed zijn als we met de keten een consumentencampagne starten waarin de agrarische producenten en hun producten centraal staat. Het is eigenlijk van de zotte dat we juist in deze tijd van een pandemie zo weinig aandacht hebben voor gezond voedsel.'


U wijst naar de supermarkten, maar welke verantwoordelijkheid hebben de andere ketenpartijen?

'Boeren en tuinders willen ook in beweging zijn en blijven. Van belang is dat zij zich meer kunnen verenigen in coöperaties. Het coöperatieve model heeft de sector jarenlang veel gebracht. Minister Schouten wil de mededingingsregels verruimen waardoor het mogelijk wordt voor producenten zich te verenigen. Die verruiming kan de sector veel brengen.'


In het buitenland zien we dat supermarkten onder druk van boeren kiezen voor meer producten uit eigen land.

'We moeten ontzettend oppassen met voedselprotectionisme. Immers; wij moeten het hebben van de export. 70 tot 80 procent van de Nederlandse agrarische productie gaat naar het buitenland. Wij zijn bij uitstek gebaat bij open grenzen en internationiale handel. Als we ons alleen focussen op de binnenlandse afzet, dan schieten we ons zelf in de voet.'


Wat vindt u van het Farmers Friendly-concept?

'FDF heeft dit model bedacht. Wat ertoe doet, is een beter verdienmodel. Het laat vooral zien hoe groot de zorgen zijn in de sector. Maar aan het concept zitten ook nadelen. Slechts een klein deel van onze productie is immers bestemd voor de binnenlandse markt. Het moet er niet toe leiden dat nog meer buitenlandse producten in de Nederlandse supermarkten komen te liggen. FDF heeft het CBL het concept voorgelegd, dus ik vind het ook vooral aan hen om te reageren.'


In de discussie over meer verdienvermogen wordt ecomodernisme vaak genoemd als oplossing.

'De glastuinbouw en intensieve veehouderij zijn bedrijfsvormen van het ecomodernisme. Dat kan ook omdat zij produceren in een gecontroleerde omgeving. Deze vorm van bedrijfsvoering heeft echter wel een grens. Maatschappelijke en politieke discussies over omvang, inpassing in de omgeving, dierenwelzijn, gezondheid en milieu kleven aan deze bedrijfsvorm. Tegelijkertijd is de innovatiekracht van dit type bedrijven enorm groot.'


Tegenhanger van ecomodernisme is extensivering met een verdienmodel gestoeld op subsidie?

'Tijdens mijn werkbezoeken ben ik op melkveebedrijven geweest met pakweg 150 koeien die de kringloop op het bedrijf vrijwel volledig gesloten hebben. Dat is innovatie en verdient waardering. Belangrijk is dat bedrijven tijd krijgen van de overheid om te voldoen aan nieuwe regels. Tegelijkertijd vind ik dat LTO de plicht heeft om met onze achterban van ondernemers voortvarend te zijn en in beweging te blijven om de transitie tot stand te brengen. Het is aan het kabinet om die beweging te faciliteren.'


Wat houdt dat faciliteren in?

'De overheid moet boeren en tuinders meer dan een steun in de rug geven en vertrouwen in de sector uitstralen. Anders komt de transitie niet tot stand, want veel innovaties zijn nodig. Denk aan nieuwe stalconcepten met bijbehorende mestbewerkingsconcepten. Subsidies zijn heel belangrijk om die innovaties van de grond te krijgen. In de glastuinbouw is Kas als Energiebron is een goed voorbeeld van wat een innovatie kan betekenen voor de transitie van een sector. Als LTO hebben we de plicht om mee te helpen, samen te leren, te informeren en de vooruitgang te stimuleren.'


Bij uw benoeming kondigde u aan met een breed gedragen sectorplan te willen komen. Hoe staat het daarmee?

'We moeten als sector toe naar een strategisch plan voor agrarisch Nederland 2030, vergelijkbaar met de Economische visie op de langetermijnontwikkeling van de Mainport Rotterdam of Greenport Nederland. We werken hier binnen LTO zelf aan vanuit de vakgroepen, maar ook met AgriNL. Het is zeer belangrijk dat we dit doen omdat we hiermee als sector weer zelf de regie gaan pakken. Helemaal met de verkiezingen in aantocht.
'Het landbouwbeleid moet minder van de politiek afhangen, maar vooral weer van de boeren en tuinders worden. Het voortouw nemen erg belangrijk. De rol van de overheid zou vooral faciliterend zijn, de deals sluiten we het liefst zelf.'


Op welke deals doelt u?

'Naast verdienvermogen is ook de beschikbaarheid van grond een issue. De druk op het ruimtelijke ordeningsvraagstuk wordt steeds groter. De honger naar grond neemt toe omdat veel extra woningen nodig zijn. We zullen hierover in onderhandeling moeten. Het is een ontwikkeling die niet te stoppen is. Tegelijkertijd zien we ook dat boeren soms zelf willen stoppen en dus grond beschikbaar komt. Het is als sector beter om zelf een deal te treffen met bijvoorbeeld Bouwend Nederland, dan dat dit voor ons wordt gedaan.'


Hoe ziet u dat voor zich?

'Ik wil het vraagstuk over de beschikbaarheid van grond niet laten afhangen van de overheid, maar zelf afspraken maken over het aantal hectare landbouwgrond per jaar dat we willen uitfaseren en verkopen voor woningbouw. Dit zou onderdeel kunnen zijn van de ruilverkaveling en de gebiedsgerichte aanpak. Voorwaarden is wel dat de stoppende boer hier financieel zo goed mogelijk uitspringt. Want in een beschaafd land hoort voor boeren die willen stoppen een sociale regeling te zijn.'


Critici zullen zeggen dat u de sector wilt verkopen voor woningbouw.

'We moeten onze kop niet in het zand steken. We koersen op een bevolking van 19 tot 20 miljoen, er moeten 1 miljoen woningen worden gebouwd. De druk op grond neemt alleen maar toe. Dit onderwerp zal belangrijk worden in de verkiezingen en het nieuwe regeerakkoord. We kunnen dan beter zelf aan het stuur zitten en slim meebewegen dan dat over de sector wordt beslist. De gebiedsgerichte aanpak biedt daarvoor kansen en daarmee zijn we weer onderdeel van de oplossing.'


Sjaak van der Tak is per 1 januari officieel begonnen als vijfde voorzitter van LTO Nederland. De koepelorganisatie van de drie regionale land- en tuinbouworganisaties is 25 jaar geleden opgericht en telt in totaal circa 34.000 leden. Van der Tak gaat een termijn aan van drie jaar. Hij was voorzitter van Glastuinbouw Nederland en politicus voor het CDA. Namens LTO zal hij zitting nemen in de Sociaal-Economisch Raad (SER), waarin LTO zitting heeft als een van de drie werkgeversorganisaties in Nederland. Ook in AgriNL (samenwerking van Nederlands grootste agro- en foodbedrijven) vertegenwoordigt hij de primaire agrarische productie.

Weer

  • Zondag
    6° / 2°
    70 %
  • Maandag
    9° / -1°
    10 %
  • Dinsdag
    10° / -1°
    20 %
Meer weer