Zeugenvoer+steeds+beter+toegesneden+op+behoefte
Achtergrond
© De Snuitgeverij

Zeugenvoer steeds beter toegesneden op behoefte

De kennis over de voeding van de zeug in elke fase van de cyclus blijft zich ontwikkelen richting het ideaalbeeld. Fitte, gezonde zeugen werpen vlot hun uniforme tomen met zware biggen en de biest- en melkproductie is hoog. 'Dat dan de meeste biggen overleven, is het logische gevolg', zegt Albert Timmerman van De Heus Voeders.

Zeugenvoeding gaat constant met de tijd en de ontwikkelingen mee. De productie van biggen is continu omhoog gegaan door verbeterde genetica en doordat het voer voor zeugen in de verschillende productiestadia steeds beter is toegesneden op de voedingsbehoefte. Doel: fitte zeugen met sterk beenwerk die goed vreten, voldoende biest en melk geven en ook nog goed op gewicht blijven.

'Dat zijn voorwaarden om grote tomen met zware biggen te kunnen spenen', stelt productmanager Varkens Albert Timmerman van De Heus Voeders. 'De enorme aandacht voor bigoverleving verandert die voerkoers niet. Stapje voor stapje ontrafelen we voedingsgeheimen en vergaren we kennis, om de dierprestaties te kunnen blijven verhogen.'

Uitdagingen

Timmerman heeft al veel ontwikkelingen meegemaakt die het voeden van varkens uitdagend maken. Voorbeelden zijn: geen antibiotica meer in het voer, de mestwetgeving en het sturen op fosfaat en stikstof. Maar ook beperkingen op het toevoegen van zink en koper. En het ontdekken dat mycotoxinen - gifstoffen afkomstig van schimmels op granen - een negatieve invloed hebben op de vruchtbaarheid van zeugen en de ontwikkeling van biggen.

Mycotoxinen mogen ontwikkeling van biggen in de baarmoeder niet verstoren

Albert Timmerman, productmanager Varkens bij De Heus Voeders

'Het bewustzijn dat alles moet kloppen om zeugen topprestaties te laten leveren is gegroeid. Het luistert nauwer. Daarom vinden wij dat mycotoxinen niet via voeding in de zeug terecht mogen komen. Schonen van granen voor dracht- en lactovoeders kost geld, maar het levert wel kwaliteit en extra prestaties op.'

Albert Timmerman is productmanager Varkens bij De Heus Voeders in Ede.
Albert Timmerman is productmanager Varkens bij De Heus Voeders in Ede. © De Snuitgeverij

Twee voersoorten

Een fitte, rustige zeug rond het werpen die goed door blijft vreten, geeft de meeste kans op een hoge bigoverleving. Steeds meer zeugenhouders werken daarom volgens Timmerman met twee voersoorten in de kraamstal. Hoogdrachtige zeugen, die zo'n 5 dagen voor het werpen in de kraamstal komen, krijgen eerst een prelactovoeder.

'De behoefte aan calcium en fosfor rond het werpen is anders. Het prelactovoer maakt de overgang naar het produceren van biest en melk makkelijker. Na een paar dagen is over te schakelen op lactovoer. Schoongepoetste troggen binnen een uur na het voeren, smeuïge mest en een goede uierspanning zijn de signalen dat het goed zit', vertelt de productmanager.

'Een vlot oplopende, hoge maximale voeropname in de zoogperiode zorgt voor een goede ontwikkeling van voldoende goede follikels voor de volgende worp.'

Uniformiteit van tomen

De uniformiteit van tomen bij de geboorte zegt veel over het goed voeren van de zeugen. Zeugenbedrijven die gemiddeld minder dan 10 procent biggen van nog geen kilo in een toom hebben, scoren meestal zeer goed op bigoverleving.

'Als de variatie in biggewichten groot is en de gemiddelde geboortegewichten te laag zijn, dan is de voeropname van de zeug niet alleen in de dracht, maar ook in de voorgaande kraamperiode niet hoog genoeg', zegt Timmerman. 'Voedingsfouten bij zeugen zetten de bigoverleving onder druk. Een geboortegewichtscan geeft daar inzicht in.'

Steeds meer klanten wegen daarom de zeugen en hun pas geboren biggen en vergelijken die gegevens met de database van De Heus. Timmerman: 'Zo kunnen we ze gericht adviseren om bijvoorbeeld bij te sturen bij bepaalde worpnummers, of in een specifieke fase van de cyclus.'

Praktijkvoorbeelden

Voorbeelden uit de praktijk die zorgen dat de voeropname niet optimaal is, kan Timmerman legio aandragen. 'Een lange periode van tropische temperaturen, zoals in de zomer van 2018, zet de voeropname vooral bij kraamzeugen onder druk. Als een griepgolf of een PRRS-infectie door het bedrijf gaat, zijn er lusteloze zeugen.'

Timmerman vervolgt: 'Of als de wateropname rond het werpen niet voldoende is, zie je droge keutels. Zeugen zijn minder fit waardoor het werpproces wat moeilijker verloopt en de biest- en melkproductie minder goed op gang komt. Handmatig water bijgeven is dan de snelle oplossing om de voeropname te stimuleren.'

Om te voorkomen dat de zeugen worden verwend, adviseert Timmerman dat maar een paar dagen te doen. 'Met de juiste drinknippels en watergift moeten ze het prima zelf kunnen doen.'

De uniformiteit van tomen zegt veel over het goed voeren van de zeugen.
De uniformiteit van tomen zegt veel over het goed voeren van de zeugen. © De Snuitgeverij

Driefasenvoedering

De basis voor zeugen met een hoge bigoverleving ligt in het opfokken. Dat betekent volgens 'de handleiding' gezonde en vitale gelten krijgen, die optimaal voorbereid zijn op een lang en productief leven. Bij sommige bedrijven met eigen aanfok is volgens Timmerman op dat gebied zeker nog winst te boeken.

'Geltjes kunnen tot 25 kilo prima worden opgefokt tussen de gewone vleesbiggen. Maar in het traject daarna moet je ze echt apart en volgens schema voeren. Optimaal is tot de eerste inseminatie drie opfokvoeders inzetten met geschoonde granen en de juiste vezels en calcium- en fosforbronnen', benadrukt hij.

'Dan kun je niet alleen goed sturen op de aanzet van spieren en spek, maar ook op een optimale ontwikkeling van het beenwerk, de voortplantingsorganen en het maagdarmkanaal. Een dilemma in de praktijk is dat er extra silo's bij moeten komen. Maar twee opfokvoeders inzetten is écht het minimum.'

Voeding in drachtfase

In de drachtfase heeft de zeugenvoeding zich eveneens behoorlijk ontwikkeld, constateert Timmerman. Met name gelten moeten zich nog volop ontwikkelen en hebben daarom een ander drachtvoer nodig dan oudereworps.

'Ook kunnen we met bepaalde nutriënten als Omega 3 in visolie de vitaliteit van biggen in de baarmoeder positief beïnvloeden. Bovendien voelen zeugen zich beter door de ontstekingsremmende werking van dat specifieke vetzuur. Ook het werken met inerte en fermenteerbare vezels in het drachtvoer, in plaats van met ruwe celstof, heeft de fitheid en gezondheid verbeterd.'

Binnen stalmuur beter af dan in natuur
De sector wil het overlevingspercentage van de biggen naar een hoger plan brengen. De verschillen tussen de bedrijven zijn groot, dus is er ruimte voor verbetering. Topbedrijven hebben een bigoverleving van meer dan 90 procent. 'Daarmee presteren Nederlandse zeugen stukken 'diervriendelijker' dan hun wilde soortgenoten', stelt Albert Timmerman van De Heus Voeders na het verrichten van enig researchwerk. Wilde zwijnen werpen één tot dertien biggen per keer en de biggensterfte in de natuur is hoger. Onder goede omstandigheden valt rond de 20 procent uit. Maar in strenge of natte winters en kurkdroge zomers (2018), of als er onvoldoende voer is, kunnen alle biggen sterven die in of vlak voor die lastige periode zijn geboren.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    25° / 13°
    30 %
  • Maandag
    18° / 15°
    70 %
  • Dinsdag
    19° / 13°
    70 %
Meer weer