‘Voedsel produceren is echt iets anders dan schroeven maken’

Voedsel produceren is volgens Jan van der Stoep, bijzonder hoogleraar Christelijke Filosofie, een gedelegeerde taak. ‘Boeren en tuinders zorgen dagelijks voor het eten van miljoenen Nederlanders. Burgers zijn vervreemd geraakt van de oorsprong van hun voedsel, maar dat betekent niet dat zij geen verantwoordelijkheid dragen voor de manier waarop de productie plaatsvindt.’

In onze samenleving is alles tot economie gereduceerd, oordeelt Jan van der Stoep.
© Niek Stam

Voedsel produceren is volgens Jan van der Stoep, bijzonder hoogleraar Christelijke Filosofie, een gedelegeerde taak. ‘Boeren en tuinders zorgen dagelijks voor het eten van miljoenen Nederlanders. Burgers zijn vervreemd geraakt van de oorsprong van hun voedsel, maar dat betekent niet dat zij geen verantwoordelijkheid dragen voor de manier waarop de productie plaatsvindt.’

Bijzonder hoogleraar Jan van der Stoep windt er geen doekjes om. Volgens hem is de westerse wereld landbouw steeds meer als industrie gaan zien. ‘In de supermarkt is de wereld van productie gescheiden geraakt van de wereld van consumptie. De binding met aarde, dieren en gewassen is verdwenen, terwijl voedsel mensen juist met de aarde verbindt.’

Vanuit die verbondenheid pleit Van der Stoep voor meer aandacht en bezinning rond het thema voedsel. ‘Het gaat niet om het effect van je handelen, maar om de houding van waaruit je leeft. Dat begint met liefde voor de plek waar je leeft. Daar hoef je geen christen voor te zijn’, stelt de hoogleraar. Dit is ook wat hij van studenten, die vaak uiteenlopende achtergronden hebben, terugkrijgt. ‘De gesprekken die ik met hen voer, zorgen voor een nieuw bewustzijn. Bidden hoort daar niet per se bij, maar wel een moment van bezinning en dankbaarheid bij de maaltijd.’

U spreekt over ‘goede landbouw’. Wat valt daar precies onder?

‘De mens wordt tegenwoordig vaak tegenover de natuur gezet. Maar tot ver in de zeventiende eeuw werd de mens juist gezien als onderdeel van de schepping, waarvoor zorg moest worden gedragen. De mens is een soort onder de soorten, maar ze neemt daarin wel een bijzondere plaats in.’

‘Dat betekent ook dat de mens verplichtingen heeft ten opzichte van andere schepselen. Tegelijkertijd zijn wij de aarde steeds meer gaan beschouwen als ons eigendom. Het zou heilzaam zijn als we opnieuw leren denken vanuit rentmeesterschap, waarin het langetermijnbelang van mens, milieu en maatschappij centraal staat.’

Wat bedoelt u daarmee?

‘Je ziet dat initiatieven als de ‘Vakbond voor Dieren’ of 'Stem van de IJssel’ dieren of natuurgebieden eigen rechten willen geven. Dat komt voort uit het bewustzijn dat de mens de natuur geen recht doet. Wij zijn vergeten dat voedsel produceren toch echt iets anders is dan schroeven maken of auto’s bouwen.’

‘De mens maakt deel uit van de kringloop van het leven. We eten andere organismen, of het nu planten of dieren zijn, en keren zelf ook weer terug tot de aarde. Wanneer je leeft vanuit dankbaarheid, word je vanzelf terughoudender in het eten van vlees.’

Heeft de focus op voedselzekerheid de ontwikkeling van ‘goede landbouw’ in de weg gestaan?

‘Er was destijds veel vertrouwen in wetenschap, techniek en marktwerking. Innovatie en schaalvergroting werden gezien als vooruitgang en boeren zagen we als ondernemers. Technologie zetten we inmiddels vooral in om de natuur te beheersen en om processen onder controle te krijgen. Maar techniek kan ook worden gebruikt om landbouw beter te laten aansluiten op natuurlijke processen. Daarom maak ik onderscheid tussen technologie en technicisme: de gedachte dat alles met techniek beheersbaar is. Uiteindelijk hebben we vooral met een moreel probleem te maken. En dat is iets wat we met techniek niet kunnen oplossen.’

Als burger heb je de morele plicht om je te verdiepen in hoe voedsel wordt geproduceerd

Jan van der Stoep, bijzonder hoogleraar Christelijke Filosofie

‘De markt is daarnaast geen blind systeem. Het is een plek waar we gebruikmaken van elkaars talenten. Burgers profiteren ook van het voedsel dat wordt geproduceerd. Je kunt dan niet doen alsof je geen onderdeel bent van het systeem van voedselproductie. Burgers blijven in mijn ogen verantwoordelijk voor de manier waarop de productie van voedsel wordt uitbesteed.’

U doet een moreel appèl op consumenten. Is dat realistisch als je op de prijs moet letten?

‘Er zijn een heleboel redenen waarom mensen bepaalde keuzes maken. Maar geld mag niet de enige factor zijn. Iedere burger kan aanvoelen dat er iets mis is met ons landgebruik en dat dit een relatie heeft met ons voedsel. Als burger heb je de morele plicht om je daarin te verdiepen. We denken dat een goed leven, een leven is van economische overvloed. Maar eigenlijk zijn we armoedzaaiers geworden, omdat we de echte waarde van iets niet meer zien. In onze samenleving is alles tot economie gereduceerd.’

Hetzelfde morele beroep kun je ook doen op de hele agrarische sector en de overheid.

‘Veehouders, akkerbouwers en tuinders willen wel anders, maar zitten door hun verplichtingen vaak klem. Denk bijvoorbeeld aan financiering vanuit de banken of aan contracten die ze moeten naleven. Binnen de actieruimte die er is, kunnen zij echter wel nadenken over hoe zij het bedrijf in de toekomst vorm zouden willen geven. Ze kunnen al onderzoeken wat de mogelijkheden zijn.’

‘De overheid speelt daarin ook een belangrijke rol. Ik vind het bijvoorbeeld teleurstellend om te horen hoe vaak agrariërs de overheid als een onbetrouwbare partner ervaren. Mijn schrikbeeld is een tweestromenland, met enerzijds wildernisnatuur en anderzijds intensieve landbouw. Dit maakt de afstand tussen mens en natuur nog groter. Het meest heilzame perspectief voor Nederland is een landbouw die samenwerkt met de natuur en zorg heeft voor het landschap.’

Hoe kan de relatie tussen mens en aarde volgens u worden hersteld?

‘Door je opnieuw met je omgeving te verbinden. Bijvoorbeeld door lokaal voedsel te kopen of deel te nemen aan een voedselcoöperatie. Zelf ben ik betrokken bij een Herenboerderij. Daardoor eet je meer met de seizoenen mee en ontdek je nieuwe recepten.’

‘Werken met grond en gewassen is bovendien heilzaam. Je ontdekt dat niet alles maakbaar is. Dat er grenzen zijn. Dat iets de ene keer wel lukt en de andere keer niet. Misschien is dat wel wat landbouw ons opnieuw kan leren: dat de mens niet boven de natuur staat, maar er een onderdeel van is.’

Verwondering Jan van der Stoep (1968) werd geboren in Barendrecht. Tussen 1987 en 1993 studeerde hij biologie aan Wageningen University. ‘Ik ben biologie gaan studeren omdat de interactie tussen planten en insecten me boeide. Door de studie hoopte ik meer verwondering te krijgen.’ De studie filosofie die hij daarna volgde aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam bracht die verwondering. Na zijn afstuderen in 1999 promoveerde hij in 2005. Tijdens zijn promotieonderzoek bestudeerde hij onder meer de filosofische denkbeelden van de Franse socioloog Pierre Bourdieu en vraagstukken rond multiculturalisme. Sinds 1 maart 2020 is Van der Stoep bijzonder hoogleraar Christelijke Filosofie aan de Wageningen Universiteit en sinds 1 september 2021 is hij ook bijzonder hoogleraar Christelijke Filosofie aan de Theologische Universiteit Utrecht. Als bijzonder hoogleraar houdt hij zich bezig met rentmeesterschap, duurzaamheid en de ethische vragen rond voedsel en landbouw.

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Woensdag
    24° / 13°
    50 %
  • Donderdag
    23° / 14°
    40 %
  • Vrijdag
    23° / 14°
    10 %
Meer weer