'Met meer aandacht is bij melkvee zoveel te verbeteren'

Ruim 41 jaar was ruwvoerspecialist Leo Tjoonk werkzaam voor Agrifirm. Onder meer als sectorspecialist rundvee en teamleider ruwvoer. Tijdens zijn 44-jarige loopbaan is er enorm veel veranderd in de melkveehouderij en in diervoeding. Van één ding is Tjoonk zeer overtuigd: 'Als je als melkveehouder ergens echt aandacht aan besteedt, levert dat altijd een verbetering op.'

Ruwvoerspecialist Leo Tjoonk werkte 41 jaar bij Agrifirm en is nu met pensioen.
© Bianca Drost

De pensioengerechtigde leeftijd is Leo Tjoonk (69) inmiddels al voorbij. De voormalig teamleider ruwvoer bij Agrifirm heeft in de afgelopen twee jaar nog twee dagen per week doorgewerkt en heeft in oktober echt afscheid genomen.

Klauwgezondheid en levensduur zijn voor de komende jaren belangrijke onderwerpen

Leo Tjoonk, voormalig ruwvoerspecialist bij Agrifirm

Tjoonk: 'Ik voel mij een beetje als een melkveehouder: pa verdwijnt op het bedrijf steeds meer naar de achtergrond. Eerst helpt hij nog steevast bij het melken. Later is hij degene die altijd een beetje aan het opruimen is op het erf en daar met een bezem te vinden is. Voor mij werkt geleidelijk stoppen ook beter dan in één keer alles loslaten.'

Toen Tjoonk begin jaren tachtig begon, bevatte een graskuil gemiddeld 784 Voeder Eenheid Melk (VEM) en werd het gras na vijf velddagen binnengehaald. 'Nu heeft een graskuil gemiddeld een VEM-gehalte van 900. Een maiskuil bevatte in die jaren gemiddeld 900 VEM, met een zetmeelgehalte van 325 gram per kilo drogestof. Nu is dat 990 tot 1.000 VEM, met 365 tot 385 gram zetmeel. De voederwaarde is gestegen. We halen meer melk uit ruwvoer.'


Ligt de focus nu nog op productieverhoging?

'Zorgen dat de ruwvoerkwaliteit op orde is, blijft in mijn ogen de basis. Bij regeneratieve bedrijven zie je dat de melkproductie per koe vaak daalt naar 5.000 à 6.000 liter. Ik geloof zelf wel in systemen waarin regeneratieve landbouw op bedrijven wordt gecombineerd met een intensiever gedeelte.'

'Dat past ook goed in het landschap. Het intensief geteelde gras, dat je jonger maait, geef je dan aan de nieuwmelkte koeien. Het andere deel kan naar de oudmelkte koeien gaan. Je hebt een productiekant nodig om ook economisch overeind te blijven als melkveebedrijf.'


Wat zijn nu de grootste uitdagingen?

'Ik maak mij zorgen over het verdwijnen van grasland en de gevolgen voor de bodemkwaliteit. Grasland is belangrijk voor organischestofopbouw. Neem de esgronden in Drenthe. Het heeft twee tot drie generaties geduurd, door het toevoegen van mest uit potstallen, om daar het organischestofgehalte in de bodem te verbeteren.'


'Wanneer grasland verdwijnt, gaat het organischestofgehalte achteruit. Ook voor de akkerbouwsector is dit van belang. Met een weerbare bodem verlaag je de ziektedruk en heb je minder gewasbeschermingsmiddelen nodig.'


Er is dus meer samenwerking nodig tussen akkerbouw en veehouderij?

'Daar zie ik zeker mogelijkheden in. Akkerbouwers hebben in hun bouwplan rustgewassen nodig. Nu in 2026 de stikstofgebruiksruimte uit dierlijke mest weer verder afneemt, wordt de inzet van grasklaver een steeds interessantere optie. Met steeds minder bemestingsruimte moet je slimmer worden. Ook in de samenwerking.'


U ziet dus nog wel ruimte om de opbrengsten in stand te houden?

'Toen ik begon, mocht er nog 500 kilo zuivere stikstof op een hectare bemest worden. Nu is dat nog maximaal 200 kilo. In diezelfde tijd zijn de ruwvoeropbrengsten alleen maar verbeterd. Dat betekent dat we veel efficiënter zijn gaan werken, met minder verliezen. Dat is kostentechnisch voor een melkveebedrijf ook veel beter. Als je ergens de focus op legt in een bedrijf, kun je altijd verbeteren.'


Werkt dat altijd zo?

'Ja, daar ben ik van overtuigd. Wees altijd bezig om iets aan je bedrijfsvoering te verbeteren. In het verleden hadden we veel gemengde bedrijven. In de winter hadden akkerbouwers niet veel te doen en konden ze zich volledig op de koeien richten. In het voorjaar moesten zij aan de slag met het zaaiklaar maken van de percelen en met zaaien, en ging de productie van de melkkoeien achteruit. Hetzelfde zag je in het najaar tijdens de oogstwerkzaamheden. Het ligt echt aan aandacht. Dat geldt ook voor zaken rondom diergezondheid.'


Dat heeft ook aandacht nodig?

'Klauwgezondheid en levensduur zijn voor de komende jaren belangrijke onderwerpen. Denk aan de spotjes rondom 'sloopmelk'. Duurzaamheid van koeien is een maatschappelijk thema. Daarin speelt voeding rondom droogstand en de eerste periode van de lactatie een heel belangrijke rol. Accepteer je het dat een paar koeien in jouw stal kreupel lopen? 'Iedereen heeft wel zo'n koe', wordt dan gezegd. Maar eigenlijk ben je dan te laat; er is een proces aan voorafgegaan. Wees alert.'



Dat is met voer dus ook zo?

'Ja, wij hebben de buitendienst op een gegeven moment allemaal een thermometer meegegeven om de temperatuur in de kuil te kunnen meten en daarmee broeihaarden te detecteren. 'Is dat wel nodig?', was de vraag. Je kon met de hand toch ook wel voelen of de kuil warmer was dan normaal? Toch was de kuil vaak warmer dan gedacht en het begint pleksgewijs. Veel melkveehouders kwamen tot de conclusie dat ze er toch wat mee wilden doen. Het gaat erom of je iets wel of niet accepteert.'


Tegenwoordig hebben we daar sensoren voor.

'Dat is inderdaad een belangrijke ontwikkeling voor doelsturing. En daarmee heb je continu aandacht. Het is ook van belang, omdat bedrijven steeds groter worden en een melkveehouder met de opkomst van robots niet meer elke dag onder de koeien zit.'

'Door middel van sensoren weet je of een koe tochtig wordt en heb je al door dat het met een koe niet goed gaat voordat de eerste symptomen zichtbaar zijn. Het biedt de mogelijkheid om je bedrijf te sturen op feiten en niet op gevoel. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om ook in de stal te blijven kijken. Data houden je scherp, maar je moet het wel controleren.'


Leo Tjoonk

Leo Tjoonk uit het Drentse De Wijk was 44 jaar werkzaam in het voeradvies, waaronder ruim 41 jaar bij Agrifirm en zijn voorgangers. Hij volgde aan de Hogere Landbouwschool in Dordrecht de opleiding Veehouderij. Aanvankelijk wilde hij zelf boer worden, maar hij belandde in het veevoeradvies. In de eerste drie jaar van zijn loopbaan was hij als technisch ambtenaar werkzaam voor het Instituut voor Veevoedingsonderzoek. Hij werkte bij Agrifirm vanaf 1984 als sectorspecialist rundveehouderij, nutritionist rundvee en teamleider ruwvoer. Hij was in deze functies bij veel onderzoek betrokken en een veelgevraagd expert in de agrarische vakpers. Tjoonk overweegt om parttime nog in het voeradvies betrokken te blijven.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Weer

Meer weer