Melkveehouder+Oosterlaken%3A+%27Voer+is+de+sleutel+tot+betere+marges%27
Reportage
© Michiel Elands

Melkveehouder Oosterlaken: 'Voer is de sleutel tot betere marges'

Hennie Oosterlaken uit Montfoort stelt sinds een jaar zelf het menu van zijn koeien nauwkeurig samen, inclusief het krachtvoer. 'Mijn doel is zoveel mogelijk melk halen uit een kilo droge stof. En op voerkosten kun je flink besparen.'

Het is een vast ochtendritueel voor Hennie Oosterlaken: voor 7 uur het voer aanschuiven, zodat de melkkoeien aan het hek ook de laatste restjes opeten. Na zijn eigen ontbijt krijgen de koeien een dagelijks bereide mix van gras, mais en granen.

Goed voeren begint met een goed beheerd grasland, vindt de Utrechtse melkveehouder. Rond 1 april gaan de koeien naar buiten. Ze roteren telkens een aantal weken op afgerasterde stukken van zo'n 2 hectare, voordat ze weer verder het land ingaan. In de herfstmaanden brengt Oosterlaken versgemaaid gras naar de stal. 'Met een frontmaaier en een opraapwagen die ik tweedehands heb gekocht, is dat goed zelf te doen', oordeelt hij.

Na de langste dag van het jaar verblijven de koeien steeds vaker in de stal, waar het voer het lekkerst is. 'Voor mij is het lastig inschatten wanneer ik ze precies genoeg voer, zodat ze geen honger lijden en wel naar buiten blijven gaan', zegt Oosterlaken, die met twee robots melkt.

Zeker twee weken van tevoren weet ik wat ik ga voeren, dat geeft rust

Hennie Oosterlaken, melkveehouder in Montfoort

's Nachts weiden

Vooral tijdens de heetste maanden van het jaar heeft de veehouder goede ervaringen met 's nachts weiden, waarbij de dieren meestal rond 3 uur weer huiswaarts keren.

In totaal beschikt Oosterlaken over 51 hectare grasland. Met zes snedes per jaar heeft hij voldoende op voorraad. Alleen door de droogte van de afgelopen jaren zijn de reservers flink geslonken. 'Het gras gaat laag op laag de kuil in', laat hij zien. 'Ik volg het weer minutieus en plan nauwkeurig in wanneer ik samen met mijn bedrijfshulp maai, schud en kuil.'


Oosterlaken teelt zijn eigen mais.
Oosterlaken teelt zijn eigen mais. © Michiel Elands

Oosterlaken zet sinds een jaar extra stappen op voergebied. Hij stelt zelf het krachtvoer samen. Met hulp van mijnrantsoenwijzer.nl maakt hij rekensommen van de eiwit- en energiebehoeftes van de koeien en de samenstelling van het ruwvoer. In zijn krachtvoer combineert hij zetmeel uit granen, tarwe, gerst en maismeel met suikers uit citrus- en bietenpulp. 'Vooral met soja- en raapschroot stuur ik op eiwit.'


Op tijd beginnen met rekenen

Een voerleverancier maakt de zelf samengestelde brok. Oosterlaken heeft daarbij een jaarcontract afgesloten om de pieken van de voerprijzen later in het jaar wat te dempen. 'En ik sla op tijd aan het rekenen', zegt hij. 'Zeker twee weken van tevoren weet ik wat ik ga voeren. Dat geeft rust en de kans om nog iets aan te passen. Soms moet ik de parameters een keer verzetten om tot de juiste mix te komen, maar het is niet moeilijk om dit zelf te doen.'

De eerste maanden stonden de gehaltes vet en eiwit in de melk wel onder druk, maar die zijn inmiddels met aanpassingen in het rantsoen weer opgekrikt. 'Voer is de belangrijkste uitgavepost, dus je kunt veel besparen', zegt de melkveehouder. 'Het is zelfs de sleutel tot betere marges, nu de prijzen van krachtvoer de pan uitrijzen. Daarnaast doen de koeien het supergoed en dat levert mij weer veel werkplezier op.'


Driewegkruising

Tegelijkertijd zet Oosterlaken in op een duurzamere veestapel. Op advies van een collega-veehouder past hij een driewegkruising toe, Holstein Friesian met het dubbeldoelras Montbéliarde en Viking Red. 'De goede benen van de Viking Red in combinatie met de robuustheid van de Montbéliarde moeten zorgen voor een langere goede melkproductie', redeneert hij. Hij melkt zijn koeien nu gemiddeld iets boven de 5 jaar.


Niet alle kalveren zijn bedoeld voor de opfok.
Niet alle kalveren zijn bedoeld voor de opfok. © Michiel Elands

De melkveehouder is zuinig op zijn koeien. Het rollend jaargemiddelde van de melkproductie per koe is 10.355 kilo met 4,21 procent vet en 3,59 procent eiwit. De levensproductie van de veestapel is ruim 35.000 kilo melk per koe. Als de dieren het bedrijf verlaten, hebben ze gemiddeld 44.000 kilo melk gegeven.

De reden voor het aanhouden van dit fokprogramma zijn de terugkerende klauwproblemen. 'Dit blijft toch het grootste manco van de Holstein-Friesians, vind ik. Mijn koppel kampte vooral met een wittelijndefect, infecties tussen de zool- en wandhoorn. Met een klosje eronder kan de koe wel weer lopen, maar het duurt lang voor de infectie is genezen.'


Tweede en derde kans

Naast een betere diergezondheid levert het langer melken een besparing op. De melkveehouder hoeft namelijk minder vaarzen op te fokken. 'Ik reken op 20 procent vervanging en kan met ongeveer veertig stuks jongvee uit. Bij nieuwe vaarzen kijk ik trouwens niet alleen naar de meeste liters. Ze krijgen bij mij zeker een tweede en ook een derde kans.'

De ervaring leert volgens Oosterlaken dat de koeien met een lage startproductie ook minder gezondheidsproblemen hebben en makkelijker zijn te insemineren. 'Dan kunnen ze over hun levensduur toch een goed rendement hebben. En het zijn vaak fijne dieren om mee te werken.'


Boeren tussen de villa's

Het melkveebedrijf van de familie Oosterlaken ligt in het Utrechtse Montfoort. Het bedrijf is in de loop der jaren gegroeid tot de huidige 110 melkkoeien en veertig stuks jongvee. Naast 38 hectare in eigen grond heeft de familie ook 22 hectare huurgrond voor de teelt van gras en kuilmais. In de loop der jaren is de boerderij omringd door villa's en luxe woningen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    15° / 8°
    50 %
  • Dinsdag
    15° / 8°
    50 %
  • Woensdag
    15° / 7°
    50 %
Meer weer