Maiskuilen+opnieuw+droog
Achtergrond
© Dirk Hol

Maiskuilen opnieuw droog

De mais was de laatste twee jaar droger dan normaal, mede als gevolg van de droge zomer. Voor enkele ondernemers speelde de regen parten, met name begin oktober. Hierdoor konden ze de mais niet tijdig oogsten. Voor Wim Vedder in Gorinchem was de mais pas 6 november op rupsbanden oogstbaar.

De kuil is niet verkeerd, volgens Vedder. 'We voerden eerst mais met 27 procent droge stof, ruim 900 VEM en iets minder dan 300 gram zetmeel. Sinds begin dit jaar stapten we over naar een veel droger deel van de kuil met 970 VEM met 400 zetmeel.'

Een heel andere maiskuil, weet Vedder. 'Volgens de voervertegenwoordiger zou deze mais een stuk trager voeren en zouden we maiskorrels in de mest terugvinden. Maar door de nieuwe mais, die we in dezelfde hoeveelheid product verstrekken, geven de koeien meer melk met betere gehalten. Terwijl de mest niet verandert.' De mais is vrij fijn gehakseld. Ook ruikt de smakelijke kuil wat zoetig. Aan het voerhek krijgen de koeien ook de derde en vierde snede graskuil en aardappelvezels.

Moet mais niet droger?

Terwijl een goede maiskuil normaal gemiddeld 33 tot 34 procent droge stof bevat, vraagt Vedder zich af of met deze extreme kuil de mais niet droger kan worden ingekuild. 'Vaak wordt gesteld dat de hoeveelheid zetmeel tien keer het drogestofpercentage is. Nu zit ik, net als een aantal andere Maismeetnet-deelnemers, boven de 400 gram zetmeel. Dat is heel positief.'

Misschien moeten we mais droger inkuilen, dit geeft meer zetmeel

Melkveehouder Wim Vedder in Gorinchem

Eurofins heeft in Nederland rond de 20.000 maiskuilen geanalyseerd in het najaar van 2019, zegt Dennis Klein Koerkamp, productmanager veehouderij bij Eurofins. Het valt hem op dat er erg veel variatie is tussen kuilen. Dit is volgens hem mede het gevolg van de droogte.

'Vooral bij de eerste duizend kuilen zag je een enorm verschil in zetmeelgehalte. In Zuid-Holland en Utrecht zaten de maiskuilen met gemiddeld 376 gram per kilo droge stof op een normaal niveau. De droogte maakte echter dat het zetmeelgehalte in Overijssel en Gelderland van deze eerste duizend kuilen op 333 gram bleef steken. De kuilen daar zijn ook droger dan gemiddeld', stelt Klein Koerkamp.

'Historisch laag gemiddelde'

De Eurofins-productmanager noemt het gemiddelde van deze eerste duizend kuilen met 345 gram zetmeel per kilo droge stof zelfs historisch laag. 'Hier was de korrel nog niet afgerijpt. In combinatie met de kolfvulling kan dit het zetmeelgehalte drukken.'

Veehouder Gerrit de Jong heeft niet alleen de hoogste VEM, maar ook een uitzonderlijk hoog zetmeel. Dit vindt Klein Koerkamp bijzonder, met het oog op de gemiddelden van 2020. 'Normaal gesproken komt een maiskuil niet gemakkelijk boven de 400. Wellicht is deze mais hoog gehakseld, of heeft De Jong telkens op tijd voldoende regen gehad, in combinatie met goed bodembeheer.'

Het perceel is normaal gehakseld, stelt De Jong. 'Dit perceel bevat ook een deel Ambition, een zeer vroeg ras. Daarbij zijn de zaden redelijk vroeg gezaaid, de grond lag er heel mooi bij', vertelt hij. Een ander voordeel is dat ook de mais uit het demoveld bij De Jong in dezelfde kuil zit. Dit maakt ongeveer 60 procent van de kuil uit. 'Dat zijn vaak niet alleen de nieuwere rassen, ook heel wat vroege rassen met mooie rijpe korrels.'

Extra plus

Een extra plus voor de voederwaarde van deze kuil is dat een deel van de percelen door ritnaalden is weggevreten. 'Dit is niet goed voor de opbrengst, maar de overige planten hebben zo wel meer ruimte om te groeien en zich te ontwikkelen', zegt De Jong. 'Ook heb ik de mais redelijk rijp laten worden. Misschien had deze er iets eerder af gekund.'

Toch blijkt het gewas niet extreem droog, zo merkte De Jong onlangs. 'De smaak is goed, koeien vreten het zomaar weg.'

Mindere mais

Momenteel wordt mais gevoerd van een perceel waar de ritnaaldenschade zo groot was, dat er moest worden overgezaaid. Die mais was bij het hakselen nog niet rijp. 'Het drogestofpercentage was 5 procent lager en de VEM 50 lager. Ook was er 50 gram minder zetmeel. Daarmee is deze mais zeker qua voederwaarde nog niet slecht, maar wel minder.'

Heeft De Jong vaker kuilen met zo'n hoge voederwaarde? 'De laatste vier jaar was de mais boven de 1.000 VEM en 385 zetmeel. Eigenlijk wel constant. Hier in de buurt is een 1.000 VEM-kuil bijna normaal, een lagere voederwaarde vinden ze slecht.'

Bekijk hieronder de ervaringen van de Friese ondernemers Roelof de Jong uit Sibrandabuorren en Willy Aarts uit Hallum en de Brabantse Corné Rommens uit Hoeven.


roelofdejong

'Ook prima mais zonder gebruik van folie'

Jarenlang teelde veehouder Roelof de Jong uit Sibrandabuorren in Friesland zijn mais onder een laagje folie. Hij probeerde het afgelopen jaar een keertje zonder. En dat beviel hem uitstekend.

'De koeien doen het er goed op', begint De Jong. 'Ze verteren de mais prima, we zien weinig pitten in de mest.'
Met een VEM van 971 en een zetmeelgehalte van 37 (waarvan 30,5 procent bestendig zetmeel), is de veehouder erg tevreden. 'De voederwaarde valt me niet tegen. Zelfs zonder het gebruik van folie.'

Over de opbrengst van 45 ton per hectare klaagt De Jong ook niet. Dit is goed vergelijkbaar met de gemiddelde mais die hij de afgelopen jaren onder folie teelde. Hij legt aankomend maisseizoen ook geen laagje plastic over de gezaaide mais.

De Friese veehouder verwacht namelijk weer een warme zomer. 'Je ziet dat de aarde opwarmt. En zolang er wereldwijd niets aan het klimaatprobleem wordt gedaan, zet zich dat door.'

Hoog drogestofgehalte

Het drogestofgehalte van de mais is met 39 procent vrij hoog. Maar eigenlijk zint dat De Jong wel, omdat de eerste en tweede grassnede die hij ernaast voert (9,5 kilo droge stof per koe) best nat is.

Verder vult De Jong het rantsoen aan met: 0,5 kilo droge stof sojaraap per koe; 1,5 kilo droge stof geplette gerst; 1 kilo gehakseld hooi; 0,5 kilo droge stof gehakseld stro.

'Het was even zoeken, maar nu is het rantsoen redelijk in balans', laat de veehouder uit Sibrandabuorren weten.

Bedrijfsgegevens
• 95 koeien, 50 stuks jongvee
• 28 kilo melk per koe, 4,36 procent vet, 3,63 procent eiwit
• 37 hectare gras, 4 hectare mais, 9 hectare natuurgras
• 4 kilo droge stof mais per koe per dag

Terug naar boven


willyaarts

'Zetmeelgehalte mocht ietsje hoger zijn'

Het maisseizoen van 2019 was wat betreft de opbrengst een topper voor veehouder Willy Aarts uit het Friese Hallum. 'De bult is erg hoog dit jaar.' Al had de voederwaarde wel wat beter mogen zijn.

'Door die hoge opbrengst zit je meteen met het verdunningseffect van het zetmeel', vertelt de melkveehouder. Op het erf ligt dit jaar een flinke maiskuil. Gemiddeld oogstte de teler 52 ton mais per hectare. Deze opbrengst stemde hem positief, want doorgaans moet hij tevreden zijn met 45 ton per hectare.

De maisteler streeft naar een zetmeelgehalte van 350 gram. Maar dat haalde de mais niet. Het gehalte bleef steken op 328 gram en 951 VEM. Dat is volgens hem te danken aan het relatief lage korrelaandeel in de kuil. De mais van 2018 bevatte meer zetmeel: 390 gram.

Energierijke producten

Om het lage aandeel zetmeel in het rantsoen te compenseren, voert Aarts er behoorlijk wat energierijke producten naast. Het gaat om perspulp, verse aardappelen en stoomschillen van aardappelen.

Zo probeert Aarts het eiwitgehalte in de melk een boost te geven. Ook die blijft achter bij vorig jaar. Het eiwitgehalte ligt op 3,7 procent. Vorige winter was dat nog 3,9 procent. 'Dat scheelt toch 2 cent per liter melk.'

Het duurde even voordat de veehouder het rantsoen kloppend had. De eerste snede die hij ernaast voert, is pittig en nat (30 procent droge stof). Daarom besloot hij er een drogere vierde snede naast te voeren. Dat pakte goed uit. Zijn koeien produceren gemiddeld 28,5 liter melk per dag
 

Bedrijfsgegevens
• 225 koeien, 140 stuks jongvee
• 28,5 kilo melk per koe, 4,60 procent vet, 3,90 procent eiwit
• 100 hectare gras, 12 hectare mais, 10 hectare natuurgras
• 2,2 kilo droge stof mais per koe per dag

Terug naar boven


cornerommens

'Versmonster bleek niet zo betrouwbaar'

Maisteler Corné Rommens uit het Noord-Brabantse Hoeven was verbaasd toen hij de maisanalyse onder ogen kreeg. Meer dan 36 procent droge stof bleek z'n mais niet te bevatten. 'Ik dacht dat ie véél droger was.'

Aan het eind van het groeiseizoen was de teler fanatiek met de bepaling van het drogestofgehalte. Rommens sneed korrels open, wrong regelmatig stengels uit en liet zelfs een versmonster onderzoeken. Die gaf een drogestofpercentage van 40 aan. 'Het gewas zag er al behoorlijk dor uit. Toch liet ik 'm nog twee weken verder afrijpen.' Want hoe droger de mais, hoe hoger het zetmeelgehalte.

Ondanks dat Rommens met diverse methoden de droogte van het gewas inschatte, zat hij er toch aast. Op de maisanalyse prijkte een drogestofgehalte 36 procent. 'Jammer, want al met 2 puntjes droge stof extra was het zetmeelgehalte door de 400 gegaan. De uitslag van een versmonster is dus niet zo betrouwbaar', weet hij nu. 'De korrel heeft meer invloed op het drogestofgehalte dan ik dacht.'

Goed geconserveerd

Toch is de teler tevreden met de mais. Het VEM-gehalte ligt op 985 en het zetmeelgehalte op 383 gram. Het product is goed ge-conserveerd. Twee weken na het hakselen is de veehouder de mais gaan voeren. Hij voert er een natte eerste snede gras naast (24 procent droge stof) en een drogere derde (50 procent droge stof). Aangevuld met citruspulp en soja.

Aankomend maisseizoen wil Rommens rietzwenkgras onderzaaien, net als vorig jaar. 'Dat beviel me goed. Alleen is het telkens weer zoeken naar het juiste zaaimoment.' Te vroeg zaaien geeft te veel concurrentie voor de mais. En bij te laat zaaien kan het jonge maisplantje beschadigd raken.

Bedrijfsgegevens
• 115 koeien, 75 stuks jongvee
• 32,5 kilo melk per koe, 4,47 procent vet, 3,54 procent eiwit
• 40 hectare gras, 18 hectare mais
• 8 kilo droge stof mais per koe per dag

Terug naar boven


Medeauteur: Mariska Bloemberg-van der Hulst

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    9° / 3°
    10 %
  • Donderdag
    10° / 8°
    25 %
  • Vrijdag
    8° / 3°
    10 %
Meer weer