Gemengd+voeren+populairst+onder+melkveehouders
Achtergrond
© Twan Wiermans

Gemengd voeren populairst onder melkveehouders

Er is een tendens in de Nederlandse melkveehouderij gaande richting gemengd voeren. Gemiddeld voert 62 procent van de ondernemers gemengd, 30 procent voert ongemengd en 8 procent voert een lasagnekuil. Dat blijkt uit een enquête van Nieuwe Oogst, gehouden onder 1.045 melkveehouders.

Via het Nieuwe Oogst Opiniepanel werden meer dan duizend Nederlandse melkveehouders gevraagd naar het voersysteem op hun bedrijf. Daaruit is ook gebleken dat 77 procent al meer dan vijf jaar hetzelfde voersysteem heeft en dat maar liefst 95 procent van plan is dit zo te houden.

Gerard Willems, adviseur Rundveehouderij bij ZLTO: 'Melkveehouders met bijvoorbeeld een krabbak, kiezen voor eenvoud. Je hebt een tractor en een machine nodig. Bij een voermengwagen zit je ook met uitkuilen, je mechanisatie moet hierop zijn ingericht.'

Willems merkt dat met name naar het voersysteem wordt gekeken bij de bouw van een nieuwe stal. 'Dan is er aandacht voor het hele plaatje, ook voor arbeid en voeren.' De afgelopen jaren was dat voor een aantal bedrijven het geval. Ze bouwden nieuw, omdat het melkquotum eindigde. Uit het Nieuwe Oogst Opiniepanel komt naar voren dat de laatste drie jaar 5 procent van de ondernemers koos voor een ander systeem. De jaren ervoor was dit jaarlijks iets meer dan 3 procent.

Er wordt met name naar het voersysteem gekeken bij de bouw van een nieuwe stal

Gerard Willems, adviseur Rundveehouderij bij ZLTO

 

Verdubbeling aantal melkkoeien

En dat terwijl het aantal melkkoeien per bedrijf in de afgelopen twintig jaar is verdubbeld van vijftig koeien in 2000 naar honderd in 2018, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van LNV. Het aantal melkveebedrijven liep daarbij terug van 28.000 naar 18.000. De stijging komt niet alleen doordat kleinere bedrijven stopten, veel ondernemers zijn ook duidelijk meer vee gaan houden. Toch blijven ze vaak hun voersysteem trouw.

Dit komt ook naar voren uit het lezerspanel. 'Elke vijf jaar een nieuwe wagen van 5.000 euro en klaar', luidt de reactie van een van de deelnemers die ongemengd voert met een doseerwagen. Deze ondernemer geeft daarmee ook aan dat een machine om mee te voeren niet het eeuwige leven heeft. De zuren in het ruwvoer tasten de machines, die vaak dagelijks worden gebruikt, ernstig aan.

Ondanks de korte afschrijftermijn van het voersysteem, zien ondernemers weinig redenen om te switchen. Driekwart van de ondernemers in het Nieuwe Oogst Opiniepanel geeft aan de laatste vijf jaar hetzelfde systeem te gebruiken. Ook is 95 procent van hen van plan de komende drie jaar bij hetzelfde systeem te blijven.

 

De drie k's

Een aantal van de ondernemers die ongemengd voeren, laten weten dat ze toch al zeker twintig jaar de blokkendoseerwagen gebruiken. Maar ook de drie k's komen regelmatig voorbij: de krabbak (zoals de Lucas Silogrif) wordt dertien keer genoemd, de kuilvoersnijder (vaak mét bovenlosser) wordt ook dertien keer genoemd en de kruiwagen komt tien keer voorbij. Daarnaast geven veertien veehouders aan de voerdoseerbak te gebruiken, zoals de AP-bak.

Dit is niet helemaal verwonderlijk. Zeker nu zuivelverwerkers veel waarde hechten aan energieverbruik, komt een van de voordelen van de oudere systemen aan het licht: het energieverbruik. Een doseerwagen vraagt bijvoorbeeld een lichtere trekker dan voermengwagens die pk's nodig hebben voor het mengen van het voer. Daarnaast zijn er bedrijven die enkel gras voeren en daarom niet hoeven te mengen.

62 procent voert gemengd

Toch is er een tendens richting gemengd voeren, merkt ook Willems. 'Koeien kunnen niet selecteren en krijgen altijd gelijkmatig voer, dezelfde hap. Dit is goed voor de penswerking en zorgt ervoor dat het voer het best tot waarde wordt gebracht', stelt hij. Gemiddeld voert 62 procent gemengd, terwijl 30 procent ongemengd voert. De overige 8 procent van de ondernemers voert een lasagnekuil.

Bij de veehouders die ongemengd voeren, is de blokkendoseerwagen het meest in trek. Hiervan maakt 40 procent gebruik. Bij de ondernemers die gemengd voeren, maakt ruim twee derde van de ondernemers gebruik van de getrokken voermengwagen. Bijna 10 procent voert gemengd met een zelfrijder, terwijl bijna 7 procent de loonwerker inschakelt. En nog eens 7 procent voert automatisch.

 

Regionale verschillen

Wel zijn er regionale verschillen. Dit is mede het gevolg van de mogelijkheden tot maisteelt. Zo voert in Noord-Brabant 75 procent van de ondernemers gemengd. In Utrecht voert juist bijna de helft van de ondernemers ongemengd, terwijl 43 procent van de Limburgers voeders apart aanbiedt.

Opvallend is ook dat de lasagnekuil met name in de noordelijke provincies populair is. Zo wordt de lasagnekuil in Groningen met 17 procent evenveel gebruikt als het ongemengd voeren. Ook in Noord-Holland en Friesland wordt op meer dan 10 procent van bedrijven een lasagnekuil gemaakt. Overigens maakt de helft van de ondernemers gebruik van een standaard rijkuil. Verder voert 8 procent grote pakken, terwijl 16 procent van de ondernemers gebruikmaakt van verschillende kuilsoorten en pakken.

Mais is een populair voedingsgewas in het rantsoen. Maar iets meer dan 20 procent van de ondernemers laat dit achterwege. Ruim 35 procent van de ondernemers voert tussen de 30 en 40 procent mais in het rantsoen. Een kwart van de ondernemers voert minder dan 30 procent. Opvallend daarbij is dat het aandeel mais geen effect heeft op het voersysteem. Er is geen verschil tussen ondernemers die wel of geen mais voeren als het gaat om gemengd en ongemengd voeren.

Bedrijfsgrootte

Wel is er een duidelijke link tussen bedrijfsgrootte en voersysteem. Zo gebruikt bij bedrijven met minder dan 25 melkkoeien 14 procent een (blokken)doseerwagen en bijna 10 procent een getrokken voermengwagen. Het plaatsen van grote pakken of blokken aan het voerhek is hier met bijna 30 procent in trek. Verder wordt onder meer met de shovel, met de kruiwagen en met de hand gevoerd. In het laatste geval gaat het om ronde balen.

Bij ondernemers met 75 tot 100 melkkoeien voert 44 procent van de ondernemers met een getrokken voermengwagen. De doseerwagen is met 24 procent eveneens hip. Bijna 2 procent beschikt over een zelfrijdende voerwagen, terwijl nog eens 2 procent automatisch voert. Zo'n 5 procent laat de loonwerker voeren.

Bedrijven die meer dan tweehonderd melkkoeien hebben, hebben nogal eens een getrokken voermengwagen. Bij 48 procent van deze bedrijven wordt hiermee gevoerd. Op ruim 23 procent van de bedrijven wordt gebruik gemaakt van een zelfrijdende voermengwagen. Maar ook hier wordt de blokkendoseerwagen door 11 procent van de geënquêteerden ingezet, terwijl iets minder dan 3 procent blokken op pakken aan het voerhek zet.

 

Lage kosten

In de enquête noemen alle ondernemers die ongemengd voeren de lagere kosten van het voeren als belangrijkste reden om voor een bepaald systeem te kiezen. Bij de ondernemers die daarbij blokken of grote pakken aan het voerhek zetten, noemen met name de lage voerkosten, de kosten van het voer en arbeidsbesparing als belangrijke motivatie voor de keuze van dit systeem. Hogere melkproductie en diergezondheid spelen bij de keuze voor het systeem een minder grote rol.

Ondernemers die rechtstreeks voeren uit de kuil geven eenzelfde beoordeling over hun manier van voeren. Een vergelijkbare motivatie voor de keuze van een systeem is er vanuit de ondernemers die werken met een aanschuifsysteem, al staat daar arbeidsbesparing vaak op nummer 1 bij motivatie voor de keuze. Het kunnen voeren van bijproducten speelt bij ongemengd voeren het minst een rol.

Alleen gras

'Het is een voersysteem dat nauwelijks onderhoud nodig heeft en zeer laag zit in het energieverbruik', meldt een ondernemer. Anderen geven aan dat ze alleen gras voeren en het goed vinden om meerdere keren per dag vers gras te verstrekken.

Bij een deel van de ondernemers belemmeren de stalafmetingen de keuze voor een ander systeem. De breedte van de voergang of de doorrijhoogte maken het niet mogelijk om bijvoorbeeld een voermengwagen aan te schaffen.


Lees in Nieuwe Oogst van zaterdag 14 september ook een interview met Eric Pijnappels, projectleider Bouw Rundvee van DLV Advies. Daarin legt hij uit waarom ondernemers niet gemakkelijk van voersysteem switchen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Dinsdag
    15° / 10°
    20 %
  • Woensdag
    17° / 7°
    10 %
  • Donderdag
    18° / 11°
    20 %
Meer weer