Ultravroeg+ras+houdt+dasschade+beperkt
Achtergrond
© René Eijsink

Ultravroeg ras houdt dasschade beperkt

In gebieden waar dassen schade aan mais veroorzaken, kan het verstandig zijn om op een deel van het perceel een ultravroeg maisras te zaaien. Hierdoor blijft de dassenschade tot dit deel van het perceel beperkt.

Dat blijkt uit een studie van de Zoogdiervereniging en Wageningen University & Research (WUR) in samenwerking met Van Bommel Faunawerk, in opdracht van BIJ12. Laatstgenoemde is de uitvoeringsorganisatie die in opdracht van provincies aan boeren financiële tegemoetkoming geeft bij gewasschade.

Om schade veroorzaakt door dassen beperkt te houden, liet BIJ12 dit onderzoek verrichten op twee hoofdpercelen: een perceel in Drenthe (De Kiel, gemeente Coevorden) en een in Limburg (Nunhem, gemeente Leudal). Dit waren percelen waar de afgelopen jaren regelmatig schade aan mais door dassen is ontstaan.

• Lees ook: Veluwse boeren zien das als de nieuwe gans

Boeren weten vaak waar de meeste dassenschade is

Jos Groten, onderzoeker Wageningen University & Research

De proef werd aangevuld met negen kleinere plotjes op proefpercelen van WUR, verspreid over Nederland. Op de hoofdpercelen zijn vijf verschillende rassen ingezaaid: ultravroeg, zeer vroeg, vroeg, middenvroeg en middenlaat.

Aanzienlijke schade op hoofdproefveld

Op het hoofdproefveld bij Nunhem trad aanzienlijke schade door dassen op. De schade op het proefveld bij De Kiel was veel lager. Dat gold ook voor bijna alle kleinere plots van Wageningen Plant Research (WPR). De schadebeelden in De Kiel en op de kleinere plots van WPR bevestigen wel het duidelijke beeld op het veld bij Nunhem.

Door twee dassen die het hoofdproefveld bij Nunhem bezochten te voorzien van zenders, kon een relatie worden aangetoond tussen hun terreingebruik en de omvang van de schade aan mais. Die schade ontstaat doordat dassen individuele stengels omduwen, vlak boven de grond. Ook zijn er vaak sporen van dassen te zien. De vraatschade vindt vooral plaats van begin juli tot en met half augustus.

Op de onderzoeklocaties waar schade door dassen werd geconstateerd, bleek deze verreweg het grootst in de delen met ultravroege mais. In Nunhem waren er bij de stroken met de ultravroege mais veel plekken met tenminste 30 procent schade. Binnen de overige proefstroken was bijna overal minder dan 10 procent schade. Een schade-expert bepaalde de schade op dit perceel van 12.000 vierkante meter op 163 euro.

Klein deel ultravroeg

Het lijkt erop dat inzaaien van kleine delen van een maisveld met ultravroege mais, bijvoorbeeld op de kopakkers, de rest van het veld kan vrijwaren van schade door dassen. Voorwaarde is dat op de rest van het veld tenminste een later afrijpend maisras staat.

Dat maakt het mogelijk om eventuele schade op een deel van het perceel te concentreren. Het overgrote deel van de mais kan dan probleemloos worden geoogst, zonder dwarsliggende maisstengels.

In de praktijk zou dit kunnen werken door in een dassenterritorium op korte afstand van de hoofdburcht minimaal 1.000 vierkante meter ultravroege mais te zaaien. Dit kan mogelijk op perceels- maar ook op gebiedsniveau, waarbij meerdere ondernemers samenwerken en bijvoorbeeld een van hen de ultravroege mais zaait.

Risico van hetzelfde ras op hele perceel

'Wanneer je op het hele perceel hetzelfde ras plaatst, dan gaan de dassen langzaam verder en heb je overal in het perceel schade', stelt Jos Groten, die vanuit WUR bij dit project is betrokken.

Volgens hem is de schade daarbij groter dan enkel het verlies aan kolven. 'Ze pakken niet alleen de kolven, ze gooien ook veel planten om, waar dan zand en schimmel op komt. Dat maakt het product dat je oogst minder schoon', zegt Groten.

'Wanneer je met een ultravroeg ras de schade concentreert, kun je de rest van het perceel goed oogsten. Dat ras kan bijvoorbeeld op een kopakker of onder bomen. Vaak ontstaat de schade op dezelfde plek en ondernemers weten die te vinden. Daar is ultravroege mais een optie.'

Droogte lijkt effect te hebben op dassengedrag
In het kader van de proef zijn twee dassen voorzien van een zender, waarbij iedere vijf minuten middels gps de locatie werd doorgegeven. Hoewel er een duidelijke link was tussen de aanwezigheid van deze dassen in de mais en de schade, wordt niet uitgesloten dat ook andere dassen van het proefveld gebruikmaakten. Opvallend genoeg stopten beide dassen rond 8 augustus met vreten. Mogelijk was de korrel te droog en minder smakelijk geworden, zo verwachten de onderzoekers. Een deel van het perceel werd amper bezocht en dit zorgde ook nauwelijks voor schade. Dit komt mogelijk doordat de kolfzetting hier gering was, door het droge weer.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    23° / 8°
    10 %
  • Zondag
    25° / 13°
    30 %
  • Maandag
    18° / 15°
    70 %
Meer weer