Project Koe en Eiwit: 155 gram ruw eiwit haalbaar op elk type bedrijf

Melkveehouders kunnen via uiteenlopende maatregelen het ruweiwitgehalte in het rantsoen succesvol verlagen naar 155 gram per kilo droge stof. De aanpak verschilt per grondsoort en bedrijfsintensiteit, maar een scherpe focus op rantsoen, graslandbeheer en melkureum blijkt overal cruciaal.

Deelnemers aan het project Koe en Eiwit wisten op verschillende manieren het ruweiwitgehalte te verlagen.
© Burt Sytsma

Dat blijkt uit praktijkervaringen van deelnemers aan het project Koe en Eiwit. Binnen het project zijn 150 melkveebedrijven ingedeeld in negen klassen op basis van grondsoort en intensiteit.

Volgens de projectpartners hebben deze twee factoren grote invloed op de mogelijkheden om het ruweiwitgehalte te verlagen. Zo zijn veenbedrijven vaak sterk afhankelijk van gras, terwijl op zandgronden meer snijmais beschikbaar is. Ook de mate van zelfvoorziening verschilt tussen extensieve en intensieve bedrijven.

Graslandmanagement op veengrond

Melkveehouder Sander Röling uit het Friese Rotstergaast wist het ruweiwitgehalte op zijn extensieve veenbedrijf terug te brengen van 169 gram per kilo droge stof in 2020 naar 155 gram per kilo droge stof in 2024 en 2025. Hij verving een deel van het krachtvoer door gemalen gerst en raap en stuurde nadrukkelijk op een melkureumgehalte van 14.

Daarnaast paste Röling het graslandbeheer aan. Hij verlaagde de stikstofgift, maaide enkele dagen later en kuilde droger in. Ook wordt najaarsgras zoveel mogelijk vers gevoerd. Deze maatregelen resulteerden niet alleen in een lager ruweiwitgehalte, maar ook in een daling van het melkureum van 19 naar 14.

Strakke norm op zandgrond

Op het intensieve zandbedrijf van René Jacobs uit het Limburgse Nuth daalde het ruweiwitgehalte van 167 gram per kilo droge stof naar 154 gram per kilo droge stof. Volgens hem is het belangrijk om in de rantsoenberekening consequent vast te houden aan de norm van 155 gram ruw eiwit.

Jacobs voerde minder eiwitrijke bijproducten, corrigeert sneller via krachtvoer en gebruikt het ureumgetal als belangrijke stuurindicator. Tegelijkertijd zorgt hij voor voldoende energiedekking in het rantsoen. Door toepassing van kalendermaaien wordt de mest gelijkmatiger verdeeld en blijft het eiwitgehalte van de graskuilen beter beheersbaar.

Slim beweiden op kleigrond

Job de Pater uit het Flevolandse Zeewolde bracht het ruweiwitgehalte op zijn bedrijf terug naar 155 gram per kilo droge stof door meer te beweiden en sinds dit jaar een combinatie van siëstabeweiding en stripgrazen toe te passen. Volgens hem wordt daarbij de volledige grasplant benut, waardoor het eiwitgehalte van het opgenomen gras lager uitvalt.

Daarnaast werkt De Pater met een mengkuil om het rantsoen tijdens het weideseizoen constant te houden en stuurt hij dagelijks bij met perspulp. Ook houdt hij mogelijkheden achter de hand om zowel energie als eiwit gericht aan te vullen.

Focus en vakmanschap

De praktijkvoorbeelden laten zien dat er niet één route bestaat naar een lager ruweiwitgehalte. Melkveehouders combineren vaak maatregelen in graslandbeheer, rantsoensamenstelling en krachtvoergift. Regelmatige controle van rantsoen en melkureum is daarbij onmisbaar.

Lees ook: Melkveehouders realiseren rantsoen met minder ruw eiwit

Volgens de projectdeelnemers zijn vooral focus en consequent sturen bepalend voor succes. Zoals Jacobs het samenvat: ‘Je moet erbovenop blijven zitten.’

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Woensdag
    20° / 12°
    95 %
  • Donderdag
    18° / 13°
    90 %
  • Vrijdag
    18° / 12°
    85 %
Meer weer