Zandman en Kraaijvanger: twee uitersten in beweidingsstrategie

Twee melkveehouders. De één met melkrobots gericht op optimalisatie bij een hoge melkgift. De ander houdt de melkgift op 7.000 kilo per koe en streeft naar lage kosten en onafhankelijkheid. Loop je met hen de wei in voor een foto, dan komen op beide bedrijven de koeien enthousiast nieuwsgierig op je af.

Zandman+en+Kraaijvanger%3A+twee+uitersten+in+beweidingsstrategie
© Fleur Maartje Bakker

Beweiding kan op veel manieren. Uitgangspunt moet de wil zijn om met koeien in de wei te slagen, daarover zijn Bert Zandman en Matthé Kraaijvanger het roerend met elkaar eens. Ze boeren beiden in de buurt van het Overijsselse Ommen en leveren weidemelk aan CONO Kaasmakers uit het Noord-Hollandse Beemster. Maar verder lijken de bedrijven twee uitersten van elkaar.

CONO ondersteunt weiden met een premie van 2 cent per kilo. ‘Nou, eigenlijk is het verschil 3 cent’, nuanceert Zandman, ook bestuurder bij CONO. ‘Want als je geen weidemelk levert bij CONO houdt de coöperatie nog 1 cent in voor het apart ophalen van de melk.’ Het is een prijsverschil dat hij en zoon Aad voor weidegang op het melkveebedrijf in Beerze ook nodig vinden.

‘Zes keer per jaar maaien en alles in de kuil rijden, is gemakkelijker rond te zetten. Door constant voeren is de productie ook makkelijker te sturen’, zegt Zandman. De weidepremie is vooral een vergoeding voor extra arbeid op het bedrijf van 180 hectare met 230 koeien en vier Lely-melkrobots.

Dat weidegang de ammoniakemissie verlaagt, is een belangrijk pluspunt, vindt Zandman. Daarbovenop is het mooi om koeien in het landschap te zien. Dat werkt door in het imago van de boerderijwinkel en camping die vader en zoon samen met beider partners ook runnen.

Ook zonder premie

Voor het bedrijf met 120 koeien van Matthé en vader Han Kraaijvanger in Giethmen ligt het uitgangspunt voor weiden anders. Dat koeien zelf het voer uit het land halen – en de mest erheen brengen – zien zij als efficiëntste manier. ‘De premie helpt, maar als die er niet was zouden we ook weiden’, zegt Matthé Kraaijvanger. Hij melkt de koeien tweemaal daags in de 2x10 melkstal.

Om vers gras optimaal te benutten laat Kraaijvanger de koeien in het voorjaar afkalven. 80 procent kalft af tussen begin februari en half maart. Koeien die niet op tijd drachtig worden, houden ze aan, zodat het bedrijf wel jaarrond melkt en het vervanging rond de 17 procent houdt.

Het verschil in uren beweiding is groot bij deze twee managementstijlen. Zandman stuurt op minstens 720 uur per koe per jaar, afhankelijk van het weer wordt dat meer. In 2025 lag het op 989 uur. Kraaijvanger kwam vorig jaar op 2.650 uur. Hij bouwt de overgang naar gras op. De koeien gaan vanaf 7 maart geleidelijk langer naar buiten. ‘We breiden het verder uit naar dag en nacht weiden in de zomer.’

Matthé Kraaijvanger houdt de melkgift op 7.000 kilo per koe.
Matthé Kraaijvanger houdt de melkgift op 7.000 kilo per koe. © Fleur Maartje Bakker

Sturen op melkingen

Productiewisseling bij weiden vraagt aandacht bij Zandman. Hij laat het effect zien van een iets te rijke grasstand. Het aantal melkingen op de robot liep terug van 620 naar 570 per dag. ‘Als je zwaar hebt getafeld, doe je zelf ook liever een tukje dan direct in de benen te gaan.’ Met het aantal melkingen houdt de melkveehouder de vinger aan de pols. ‘De loop op de robots moet erin blijven’.

De balans tussen weidegang en genoeg loop op de robot vraagt continue afweging. Meer voer aanbieden in de stal, water alleen aanbieden in de stal. Het zijn middelen om mee te sturen voor ook minder ‘ophaalkoeien’ in de wei. Vooral zoon Aad is er scherp op en wist daarbij de productie op 11.300 kilo per koe te krijgen.

Zorgen voor loop op de stal speelt niet bij Matthé Kraaijvanger. Hij roept de koeien twee keer per dag de stal in en ze lopen na het melken ook weer vlot terug. Wel maken zijn koeien voor de verste percelen pittige wandelingen. ‘Dat gaat om een 2 kilometer. Bij Holsteins krijg je bij zoveel lopen pootproblemen. Nieuw-Zeelandse Jerseys kunnen dat prima aan.’ Het resultaat is een boeiende bonte veestapel met kruislingen; Jersey met Holstein en ook MRIJ.

De premie voor weidegang helpt, maar als die er niet was zouden we ook weiden

Matthé Kraaijvanger, melkveehouder in Giethmen

‘Jerseys hebben een 8 procent langere darm. Daardoor zetten ze gras efficiënter om en de Nieuw-Zeelandse doen dat nog het beste’, benoemt Kraaijvanger nog een voordeel van dit ras. Die efficiëntie is belangrijk om de kosten laag te houden, weet hij. ‘Pure Nieuw-Zeeland Jerseys geven maar 4.000 kilo melk per jaar, we kiezen met kruislingen wel voor een hogere melkproductie.’

Kraaijvanger heeft door de mestregels een nieuw probleem dat niet snel bij Zandman speelt. Hij moet meer mest afzetten, terwijl door het vele weiden minder mest in de put komt. ‘We hebben wat meer kunstmest gebruikt en minder mest uitgereden zodat we voorraad hebben om af te zetten.’

Minder effect lage prijzen

De lage kosten maken het bedrijf onafhankelijker van de grillen op de wereldmarkt, schetst Kraaijvanger. ‘Als de melkprijs hoog is, profiteren wij daar in verhouding minder van. Maar de dalen bij een lage melkprijs zijn voor ons weer veel minder diep.’

Focus op kosten betekent niet dat investeringen uit den boze zijn. ‘We hebben in de loop van de jaren steeds grond aan kunnen kopen.’ Van de 68 hectare is 20 hectare in erfpacht, de rest is grotendeels eigendom. Wellicht klinkt een centrale beregeningspomp ook tegenstrijdig. Maar die werkt op zonne-energie en daarmee kunnen de Kraaijvangers het hele bedrijf beregenen. Want weiden vraagt wel om altijd gras.

Het bedrijf van Kraaijvanger ligt mooi, maar niet erg vlak, in het rivierdal van de Regge. Het weideseizoen, met stripweiden, begint aan de hoger gelegen bosrand om later op te schuiven naar de lagergelegen percelen langs de Regge. Kraaijvanger speelt met die verschillen door in natte perioden vooral de hogergelegen percelen te gebruiken.

Maar ook langs de Regge houdt de groei van gras op de zandgronden bij droogte al snel op. En dan komt het aan op de haspels om gras te houden voor de weidende koeien. Voor de 26 hectare rond de stal die Zandman gebruikt voor weiden geldt ook dat beregenen praktisch elke zomer nodig is. Hij heeft daarvoor putten laten slaan en kan ook water halen uit de nabijgelegen Vecht. De noodzaak voor beregening is dan weer een punt dat voor beide bedrijven gelijk is.

Dit kennispartnerartikel is gecreëerd door onze kennispartner Cono Kaasmakers. Meer over weidemelk en hoe deze ondernemers daarmee omgaan, is te zien in het webinar De echte waarde van weidegang, op nieuweoogst.nl/webinar.



Meer van

Lees ook

Meer artikelen van »

Laatste nieuws