Omgevingswet creëert wirwar aan regels
Met de nieuwe Omgevingswet die sinds begin 2024 van kracht is, hebben gemeenten en provincies de mogelijkheid om regelgeving over de fysieke leefomgeving voor een belangrijk deel zelf in te vullen. Daardoor kunnen de verschillen in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tussen gemeenten behoorlijk groot zijn.
'Extra beperkingen bij gewasbescherming zorgen bij telers voor veel onzekerheid in hun bedrijfsvoering', zegt voorzitter Hester Maij van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB). Ze verzucht dat ze wel een boek kan schrijven over de versnipperde regelgeving waarmee bollentelers regelmatig te maken hebben.
'Het lijkt nu nog vooral te gaan over de bollenteelt, maar wij hebben andere open teelten steeds gewaarschuwd dat de nieuwe Omgevingswet en de bijbehorende omgevingsplannen ook op hen van toepassing zijn', zegt Maij. 'Het besef dat het gaat over gewasbescherming en niet specifiek over teelten lijkt nu te landen. Het is wel degelijk een gezamenlijke uitdaging.'
Landelijke regie mist
Voorzitter Tineke de Vries van LTO-vakgroep Akkerbouw bevestigt wat Maij zegt. 'Er liggen ook al handhavingsverzoeken op akkerbouwpercelen. We kijken hier met grote zorg naar.' De bestuurder is kritisch op de manier waarop de Omgevingswet wordt toegepast en stelt dat ze landelijke regie mist. 'We hebben baat bij een heldere richtlijn. Daarbij mag je als teler verwachten dat een gemeente of provincie zich eraan committeert en dat ook ten uitvoer brengt. Onze inzet richting de gemeenten is: kijk naar de feiten en ga in gesprek met de sector over oplossingen.'
Extra beperkingen bij gewasbescherming zorgen bij telers voor veel onzekerheid in hun bedrijfsvoering
Advocaat Patricia van Weverwijk van Actor Advocaten houdt zich bezig met ruimtelijke vraagstukken. Zij vindt dat de impact van de Omgevingswet wordt onderschat. Als voorbeeld vertelt ze over een fruitteler die ze sprak op een bijeenkomst. Hij gaf aan dat hij zich geen zorgen maakt over aanvullende regels omdat zijn bedrijf ruim 500 meter van een natuurgebied ligt. De advocaat vindt dat riskant.
'Mijn advies is dat telers zich laten informeren over omgevingsplannen en daar ook actief bij betrokken zijn', zegt Van Weverwijk. 'Zij moeten ervoor zorgen dat de omgeving ook zonder allerlei opgelegde beperkingen vertrouwen heeft in hun bedrijfsvoering. Doe dit wel op tijd en wacht niet tot het vijf voor twaalf is. Als regels eenmaal vastliggen in plannen, is het heel lastig om deze terug te draaien.'
Convenant gewasbescherming
Overigens is tijdens de formatie van het nieuwe kabinet al in een vroeg stadium een convenant gewasbescherming aangekondigd. In dat convenant worden, naast de inzet op groene middelen, ook afspraken gemaakt over duidelijke landelijke regels voor het middelengebruik.
De Omgevingswet combineert volgens advocaat Van Weverwijk 26 eerdere wetten rond bouwen, milieu, natuur, waterbeheer, geluid en duurzaamheid. Het doel van het Rijk is vereenvoudiging van regels, snellere besluitvorming, meer ruimte voor initiatieven en aanzet tot samenwerking. Gemeenten en provincies zoeken met eigen invulling naar balans en draagvlak voor hun beleid voor ruimtelijke ordening. Zij moeten dit voor 2032 vastleggen in geactualiseerde omgevingsplannen.
Op basis van de Omgevingswet kunnen gemeenten afwijken van de gebruikelijke spuitvrije zones of zelf invulling geven aan ruimtelijke bescherming, mits dat goed is onderbouwd. 'Wel is het goed om hieraan toe te voegen dat het toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen landelijk is en dat gemeenten een producttoelating nooit kunnen overrulen', licht Van Weverwijk toe.
De Vries is kritisch op de manier waarop de 50 meter in de Omgevingswet wordt toegepast. 'Daar was geen onderzoek naar gedaan. Dat gebeurt nu wel. Het ontbreekt nu aan feiten en data. Daar zouden gemeenten ook even op kunnen wachten. Maar als er geen landelijke regie is, dan krijg je dit. Dan ligt het aan de kleur van de gemeenteraad wat er gebeurt. We hebben baat bij een heldere richtlijn.'
Constructieve afspraken
Maij ziet ook dat de nieuwe wet gemeenten en provincies meer ruimte geeft om eigen regels te verbinden aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dat hoeft wat haar betreft niet negatief te zijn. Er zijn genoeg voorbeelden van constructieve afspraken die de bloembollensector maakt met regionale overheden over hoe om te gaan met de omgeving. De KAVB-voorzitter noemt het convenant in de Overijsselse gemeente Hardenberg, het initiatief van de Drentse Lelie en de regiocertificering in de Duin- en Bollenstreek.
Maij is minder te spreken over de gang van zaken in de Overijsselse gemeente Hof van Twente, waar onlangs een motie is aangenomen om te onderzoeken of een verbod op niet-biologische sierteelt mogelijk is. 'De gemeenteraad gebruikt de zorg over gezondheidsrisico's om een besluit hierover te bespreken', zegt ze. Volgens haar is in de betreffende gemeente weinig ruimte voor discussies op basis van feiten.
'Let wel, gezondheid is belangrijk voor iedereen, dat onderschatten we niet. Maar het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of middelen veilig kunnen worden toegepast. Een gemeente kan niet zeggen dat middelen die mogen worden gebruikt in allerlei andere gewassen ineens schadelijk zijn in de sierteelt', aldus de KAVB-voorzitter. 'Dat zijn verkeerde argumenten. Dit kan voor de gemeente bovendien financieel grote gevolgen hebben als telers forse schadeclaims indienen.'
'Rijk moet regie nemen'
Politiek gezien constateert Maij dat de overheid de Omgevingswet te snel heeft doorgedrukt. Ze ziet dat gemeenten en provincies zoekende zijn naar hoe hier invulling aan te geven. 'Het Rijk moet meer regie nemen. Als je kijkt naar de geopolitieke ontwikkelingen van dit moment, dan is het ongelofelijk dat de overheid zoveel risico neemt met gewasteelten, en ook met de voedselzekerheid. Hoe kunnen we als land zo naïef zijn, dit gebeurt echt nergens anders op deze manier.'
De KAVB ondersteunt leden bij het voorbereiden op regionale omgevingsplannen. Er is een routekaart ontwikkeld om aan te geven op welke momenten bollentelers invloed kunnen uitoefenen op het besluitvormingsproces. 'Je moet zo vroeg mogelijk in het proces aanschuiven', stelt Maij. 'We helpen onze leden met het aandragen van de juiste argumenten voor waarom zij middelen wel of niet inzetten, maar wel met de insteek om samen met hun omgeving te komen tot goede afspraken. Deze routekaart is overigens ook voor andere open teelten beschikbaar.'
Grondgebruik verandert
P10, het samenwerkingsverband van de dertig grootste plattelandsgemeenten, ziet de huidige onrust over gewasbeschermingsmiddelen als een gevolg van het sterk veranderende grondgebruik. 'Doordat veehouders stoppen, wordt steeds meer grasland omgezet naar andere teelten. Dat leidt tot een toename van het gebruik van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en water en vraagt om actie op twee fronten', bepleit P10-bestuurder Wilko Pelgrom, tevens CDA-wethouder in de Gelderse gemeente Bronckhorst.
'Binnen regio's zullen we alle opgaven die spelen in onderlinge samenwerking oppakken en bepalen wat het ruimtelijk-economisch perspectief van een gebied is. Een generieke aanpak volstaat niet meer', stelt Pelgrom. 'Tegelijkertijd ervaren gemeenten – en ook waterschappen – dat zij zonder landelijk kader en juridische ondersteuning onvoldoende mogelijkheden hebben om deze opgaven effectief aan te pakken.'
Dit thema bracht P10 in mei 2025 al onder de aandacht bij de ministers van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Infrastructuur en Waterstaat (I&W). Dit gebeurde in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten, Unie van Waterschappen en vereniging van kleine gemeenten K80. Pelgrom stelt dat de verantwoordelijkheid voor gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten bij het Rijk ligt. Daarbij gaat het volgens hem niet alleen over de toelating, maar ook over waar middelen wel en niet zijn toegestaan.
Verdere polarisatie voorkomen
'Onder die verantwoordelijkheid kunnen decentrale overheden hun bevoegdheden en instrumenten inzetten om in medebewind vorm te geven aan het landelijke beleid, door te sturen op grondgebruik. Daarbij draagt landelijke uniformiteit bij aan draagvlak, zowel bij inwoners als agrariërs. Dit is nodig om verdere polarisatie rond het thema gewasbescherming te voorkomen', stelt Pelgrom.
Want die onrust is voelbaar en heeft effect. Gemeenten moeten wel ingrijpen, omdat landelijke uniforme regels ontbreken. 'We kunnen niet anders meer. Lokaal wordt door inwoners, gemeenteraden en andere partijen aangedrongen op ingrijpen', benadrukt Pelgrom. 'Als er geen eenduidig beleid komt vanuit het Rijk, dan zal het aantal gemeenten met eigen restricties alleen maar toenemen.'
Een landelijk beleidsmatig kader zorgt er volgens de P10-bestuurder ook voor dat willekeur wordt voorkomen. 'Het voorkomt een waterbedeffect, waarbij bepaalde teelten en de bijbehorende gewasbescherming verschuiven naar gemeenten die niet of later overgaan tot sturing op grondgebruik.'
Maatwerk
Een woordvoerder van het ministerie van LVVN erkent dat gemeenten, provincies en waterschappen bevoegd zijn om regels te stellen aan teelten, op basis van de Omgevingswet. Dat moet wel nauwkeurig gebeuren: 'Maatregelen moeten zoveel mogelijk zijn gebaseerd op feiten en wetenschap en er moet rekening worden gehouden met het belang van agrariërs. De lokale situatie verschilt binnen en tussen gemeenten en regio's. Het is dus van algemeen belang dat maatwerk mogelijk is.'
Het ministerie laat door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Wageningen University & Research onderzoek doen naar de haalbaarheid van een rekenmodel voor spuitzonering. Volgens de woordvoerder is de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb streng. 'Die is gebaseerd op de laatste stand van de wetenschap. Er worden veiligheidsmarges gehanteerd met het oog op de gezondheid van risicogroepen als agrariërs en omwonenden, en in het bijzonder kwetsbare groepen, zoals kinderen.'
Spuitregister wordt openbaar
Door twee uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland kan voortaan iedere belanghebbende de gegevens opvragen van gebruikte gewasbeschermingsmiddelen. Belangengroep Meten=Weten diende al in 2021 een verzoek in bij de toenmalige landbouwminister om registers van telers openbaar te maken. Henk Baptist, jurist bij Meten=Weten: 'Dit is een geweldige stap voorwaarts in het vergroten van de transparantie van de landbouwsector.' De actiegroep zegt te verwachten dat er veel verzoeken komen voor spuitgegevens.Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Vicon Frontmaaier (trommelmaaier)
Gebruikt, P.O.A.
-

PZ CM135 trommelmaaier
Gebruikt, P.O.A.
-

RS330 VRF
Gebruikt, € 750
-

Lely Lotus 900 schudder
2008, P.O.A.
Vacatures
Bestuurslid Vakgroep Konijnenhouderij
LTO Nederland - NL
Directeur Verenigingsbureau VAB
VAB - NL
Veldcoördinator en ecologisch medewerker Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
Boerennatuur Noordwest Overijssel - Staphorst
Projectleider
Boerennatuur Noordwest Overijssel - Staphorst
Gezocht; Allround bedrijfsleider Veen-natuurmelkveebedrijf
Stichting VIP Hegewarren - Oudega, Smallingerland
Weer
-
Zaterdag11° / 3°20 %
-
Zondag9° / 4°30 %
-
Maandag8° / 1°10 %
















