'Hoge prijs landbouwgrond remt ontwikkeling platteland'
De historisch hoge prijs van landbouwgrond dwarsboomt de ontwikkeling van het platteland. De grondprijs zorgt dat de herinrichting die nodig is om Nederland van het stikstofslot te halen, de waterkwaliteit te verbeteren en woningen te bouwen, niet tot stand komt.
Dat zijn in grote lijnen de conclusies uit het advies 'Grond voor verbetering' dat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) donderdag heeft gepubliceerd. De raad doet in het advies een aantal aanbevelingen voor het grondbeleid van overheden en voor het bredere overheidsbeleid dat effecten heeft op de grondmarkt en het gebruik van grond. Het gaat om het omgevingsbeleid, fiscaal beleid en subsidiebeleid. Deze aanbevelingen zijn een combinatie van 'de wortel en de stok'.
Volgens voorzitter Jan Jacob van Dijk van de Rli is de overheid momenteel haar eigen grootste vijand. 'Dure grond is echt een belemmering om de verduurzaming van de landbouw goed handen en voeten te kunnen geven', zegt hij.
De prijs van Nederlandse landbouwgrond is gemiddeld negen keer hoger dan het Europese gemiddelde. Sinds de jaren vijftig stijgt de prijs jaarlijks met gemiddeld 3 procent, gecorrigeerd met inflatie. Wat ooit een afspiegeling was van wat een boer uit zijn land kon halen, is nu een speculatief bezit geworden, gedreven door de hoop op een 'waardesprong' naar woningbouw of industrie, vermeldt het advies.
Alleen de goedlopende, grote bedrijven kunnen nog grond kopen
Hoe komt het dat het overheidsbeleid op grond heeft gefaald?
'De kern van ons advies is dat als de overheid streeft naar een meer duurzame landbouw, de instrumenten daar ook op gericht moeten zijn. Het huidige fiscaal en financieel instrumentarium van de overheid draagt paradoxaal genoeg juist bij aan die hoge prijzen.'
'Grondpolitiek is complex. Er zijn verschillende markten voor landbouw, natuur en woningbouw, wat het voor bestuurders lastig maakt. Maatregelen die lang geleden met goede bedoelingen zijn opgezet, zoals de huidige stoppersregeling, worden niet altijd getoetst aan nieuwe beleidsprioriteiten. Zo'n regeling zorgt er nu voor dat boeren hun grond vasthouden en verhuren om inkomen te behouden in plaats van dat die grond beschikbaar komt voor andere doelen, omdat de overheid de grond niet direct opkoopt.'
Is de overheid te gemakzuchtig geweest door bijvoorbeeld terughoudend te zijn met verplichtende instrumenten zoals herverkaveling of onteigening?
'Er is een verschuiving geweest naar vrijwillige instrumenten omdat wettelijke herverkavelingstrajecten soms wel twintig jaar duurden. Hoewel vrijwilligheid goed werkt voor structuurversterking, haal je daarmee niet alle maatschappelijke doelen.'
'Wat betreft onteigening: dat instrument is in een gepolariseerde sfeer terechtgekomen, terwijl het juist een behulpzaam middel kan zijn om tot een eerlijke prijs te komen voor grond die een andere functie krijgt, zoals natuur of woningbouw. Vaak is het feit dat je het instrument 'in je koffertje hebt' al voldoende om een goed gesprek en goede onderhandelingen te kunnen voeren.'
In het advies staat dat de grondmarkt de brede welvaart van het landelijk gebied belemmert. Kunt u dat toelichten?
'Dat heeft meerdere kanten. Ten eerste: als een boer al zijn geld in dure landbouwgrond moet steken, kan hij dat geld niet investeren in innovatie, nieuwe stalconcepten of extensivering. Ten tweede drijft de hoge prijs de kosten voor de hele samenleving op. Als de overheid grond nodig heeft voor woningbouw, een kazerne of infrastructuur, betaalt zij ook die hoofdprijs. Dit bevoordeelt de brede welvaart niet direct. Binnen de sector zelf zie je bovendien dat alleen de goedlopende, grote bedrijven nog grond kunnen kopen, terwijl de rest met lede ogen toeziet hoe zij de aansluiting verliezen.'
Aanbevelingen
De Rli doet op basis van het onderzoek drie aanbevelingen aan het kabinet. De raad adviseert ten eerste het kabinet om te stoppen met 'olie op het vuur te gooien'. Dit betekent een ingrijpende hervorming van fiscale regels. Een van de opvallendste voorstellen is fiscale vrijstellingen ombouwen naar een pensioenfonds voor boeren. Door de landbouwvrijstelling af te schaffen en de financiële ruimte die dit de staat oplevert te storten in een pensioenfonds, kunnen boeren hun bedrijf staken met een gegarandeerd rendement, terwijl de grond vrijkomt voor maatschappelijke doelen.
De tweede cruciale aanbeveling is een scherp planologisch onderscheid maken tussen productielandbouwgebieden en maatschappelijke landbouwgebieden. In productielandbouwgebieden – vooral op vruchtbare kleigronden – staat efficiënte voedselproductie centraal, ondersteund door technologie en binnen strikte milieugrenzen.
In de maatschappelijke landbouwgebieden – zoals zandgronden en veenweidegebieden – is extensivering onvermijdelijk. Hier moeten boeren niet langer alleen betaald worden voor hun agrarische productie, maar voor de diensten die zij de samenleving leveren met het beheer van de natuur en het landschap. De vraag is wie de kosten van deze transitie draagt. Het advies stelt instrumenten voor zoals als een rood-voor-groenfinanciering, waarbij winst uit woningbouw wordt gebruikt om de afwaardering van landbouwgrond in hetzelfde gebied te compenseren.
Ten slotte pleit de Rli voor een einde aan de vrijblijvendheid. De overheid moet vaker gebruikmaken van verplichtende instrumenten zoals wettelijke herverkaveling en onteigening. Daarnaast wordt geadviseerd om, naar Frans en Duits voorbeeld, grondtransacties te toetsen aan maatschappelijke doelen. Als een transactie de verduurzaming van een gebied schaadt, zou een publieke grondbank de transactie moeten kunnen overnemen om de grond bij een duurzame ondernemer onder te brengen.
Welke aanbeveling vindt u het belangrijkst?
'Het is een totaalpakket. Als je er één maatregel uit haalt, stort het kaartenhuis in. Het begint bij een visie op de toekomst van de landbouw. Wij stellen voor om onderscheid te maken tussen productielandbouw en maatschappelijke landbouw. Als je dat onderscheid planologisch vastlegt, heb je een goede titel om de maatschappelijke landbouw te blijven ondersteunen met financiële instrumenten zoals het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.'
Dat onderscheid tussen twee soorten landbouw kan leiden tot afschrijvingen in de maatschappelijke landbouwgebieden. Daarnaast zullen veel bedrijven moeten omschakelen. Hoeveel tijd en geld is daarvoor nodig en wie moet dat betalen?
'Voor de maatschappelijke landbouw moet een eerlijke prijs worden betaald voor de diensten die boeren leveren. Ik noem dat liever geen subsidie. Het zijn publieke diensten die, net als het onderwijs, gewoon betaald moeten worden. Langetermijncontracten zijn nodig, zodat bedrijven hun investeringen daarop kunnen baseren. Dit is een proces van de lange adem. Bedrijven kunnen hierop anticiperen. Het is niet iets wat binnen twee jaar volledig gerealiseerd is.'
Dergelijke functiewijzigingen hebben gevolgen voor de keten. Is dat ook de verantwoordelijkheid van de overheid?
'Partijen zoals FrieslandCampina of De Heus zullen hun afzet deels zien afnemen. Dat is onderdeel van de marktwerking. Ik vind niet dat we direct bedragen op tafel moeten leggen voor deze kapitaalkrachtige bedrijven. Zij moeten zelf anticiperen op een veranderende markt en nadenken over hoe ze de sector kunnen helpen om binnen de milieugrenzen rendabel te blijven.'
Hoe moet er draagvlak worden verkregen voor zo'n grootschalige transitie onder boeren?
'Door niet met een kaartje van bovenaf te komen, maar het gesprek in de regio aan te gaan, vergelijkbaar met de gebiedsprocessen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Je moet het aantrekkelijk maken om voor maatschappelijke landbouw te kiezen door dit te koppelen aan inkomensondersteuning. Daarnaast moeten we de reële zorgen van boeren serieus nemen, zoals hun pensioenvoorziening.'
Wat verwacht u van de boeren en het kabinet?
'Van het kabinet hoop ik dat ze ons advies gebruiken als een constructieve bijdrage om stikstofproblemen op te lossen en tegelijkertijd een robuuste agrarische sector te behouden. Van de boeren verwacht ik dat ze collectief gaan nadenken over de lange termijn. Als iedereen wacht tot de ander beweegt, gebeurt er niets. Samenwerking heeft de sector gebracht waar hij nu staat. Die samenwerking is nu weer nodig om over vijftien jaar nog steeds een sector te hebben waar je trots op kunt zijn.'
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Gebruikt, P.O.A.
-

JOHN DEERE X350R ZITMAAIER 42" (SOM) #696308
Gebruikt, P.O.A.
-

Lely Splendimo 320FC Frontmaaier
2015, P.O.A.
-

Krone Krone KW 8.80/8 schudder
2004, P.O.A.
Vacatures
Bestuurslid Vakgroep Konijnenhouderij
LTO Nederland - NL
Directeur Verenigingsbureau VAB
VAB - NL
Veldcoördinator en ecologisch medewerker Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer
Boerennatuur Noordwest Overijssel - Staphorst
Projectleider
Boerennatuur Noordwest Overijssel - Staphorst
Gezocht; Allround bedrijfsleider Veen-natuurmelkveebedrijf
Stichting VIP Hegewarren - Oudega, Smallingerland
Weer
-
Vrijdag7° / 1°65 %
-
Zaterdag10° / 3°20 %
-
Zondag9° / 4°20 %















