Erwin Wunnekink: 'Met zoveel claims op grond delft melkveesector onderspit'

Beschikbaarheid van landbouwgrond is van cruciaal belang om alle uitdagingen waar de melkveehouderij voor staat waar te kunnen maken. Dat benadrukt voorzitter Erwin Wunnekink van LTO-vakgroep Melkveehouderij. 'Maar er zijn zoveel claims op de grond, dat de melkveesector zomaar het onderspit kan delven. We missen een sterke regie.'

Erwin+Wunnekink%3A+%27Met+zoveel+claims+op+grond+delft+melkveesector+onderspit%27
© Dirk Hol

Er zijn heel wat hectares grond nodig om alle uitdagingen waar Nederland, de landbouw en de melkveesector voor staan te kunnen realiseren. Voorzitter Erwin Wunnekink van de vakgroep melkveehouderij van LTO Nederland rekent het voor. 'Voor de maatregelen voor bufferstroken en beekdalen uit het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is 100.000 hectare grond nodig. Voor extra natuur 180.000 hectare en voor klimaatopgaven nog eens 90.000 hectare.'

Het landbouwmodel gaat op de schop. Dat is iets van de hele maatschappij

Erwin Wunnekink, voorzitter LTO-vakgroep Melkveehouderij

De overheid wil bovendien naar een grondgebonden melkveehouderij en meer biologisch, wat leidt tot een extensievere melkveehouderij. Wunnekink: 'De Nederlandse melkveehouderij heeft zo'n 1.100.000 hectare in gebruik. Als je dan als overheid wilt dat de Nederlandse melkveehouderij extensiever wordt en grondgebonden, wees dan ook realistisch. Er moeten keuzes gemaakt worden.'


Is gebrek aan grond het allergrootste probleem?

'We hebben inderdaad te maken met een stapeling van beleid die ervoor zorgt dat er een enorme druk op de grond staat. Er is een hele stevige regie nodig. Die mis ik nu. Als melkveehouderij hebben we met provincies te maken. Maar ook binnen de landelijke overheid zijn er verschillende belangen rondom grond. Minister Hugo de Jonge gaat over woningbouw, minister Mark Harbers over infrastructuur, minister Christianne van der Wal over natuur en stikstof en minister Piet Adema over landbouw. Het is helemaal niet vanzelfsprekend dat landbouw vooraan staat bij de verdeling van grond. En dan hebben we ook nog de Europese Unie, met een hele bepalende rol in het landbouwbeleid.'


Maar niemand heeft dus die regie?

'Dat is inderdaad voor ons als sector heel lastig. Want in alle opgaven die wij hebben, is de beschikbaarheid van grond en grondmobiliteit heel belangrijk. Als het echt zo belangrijk is dat er een grondgebonden melkveehouderij komt en dat de melkveesector extensiever wordt, dan moet het overheidsbeleid hier ook op gericht zijn. Het is belangrijk dat grond van stoppers bij blijvers terechtkomt. Dat jonge boeren weer vooruit kunnen. Grond moet in de landbouw blijven. Want als dat niet gebeurt, zal de melkveehouderijsector flink moeten krimpen. Dan gooi je het kind met het badwater weg omdat dan ook de goede ketenstructuur verdwijnt. Nederland heeft een uitzonderlijk goede toeleverende en verwerkende industrie en toonaangevende kennisinstellingen. Als de sector te veel krimpt, zal ook dat onder druk komen te staan.'


Het kan best wat minder, zeggen veel mensen.

'De melkveesector zal zeker veranderen. Onze sector is onderdeel van de maatschappij en zal zich daartoe moeten verhouden. Ons landbouwsysteem is nog altijd gebaseerd op het naoorlogse adagium 'nooit meer honger'. Intussen vraagt de maatschappij om ook onze bijdrage te leveren op zaken als klimaat, milieu en een aantrekkelijk landschap. Maar dat kan niet van vandaag op morgen. Er is een transitieperiode nodig en een verdienmodel om dat te kunnen bekostigen.'


U wilt toch niet afhankelijk zijn van subsidies?

'Daar zit inderdaad een risico in. Toch denk ik wel dat boeren vanuit de maatschappij een vergoeding zouden moeten krijgen voor maatschappelijk diensten. Vooral om die transitie mogelijk te maken. Ik heb het dan over langdurige vergoedingen, met zekerheid, van bijvoorbeeld vijftien of twintig jaar. Het landbouwmodel gaat op de schop. Dat is niet alleen iets van boeren, maar van de hele maatschappij. Met alleen de markt gaat het in eerste instantie niet alleen lukken. Na die transitieperiode zou dat wel moeten kunnen.'


Gaat Nederland minder zuivel exporteren?

'Eerlijk gezegd stoor ik mij aan die discussie. Veel zuivel blijft in Noordwest-Europa en als Europa exporteren we niet eens heel veel. Er wordt wel eens gezegd dat we dan maar geen poeders meer moeten produceren voor de wereldmarkt omdat dat 'bulk' is. Ik vind het nogal decadent om dat zeggen. Neem een land als Nigeria, daar maken melkpoeders het verschil in het dieet van mensen vanwege de hoge voedingswaarde. We zouden meer trots mogen zijn op de belangrijke rol die onze sector hierin speelt.'


Het ministerie van LNV wil met een GVE-norm komen. Wat vindt u daarvan?

'Het ministerie wil binnen tien jaar een grondgebonden melkveehouderij. Dan heb je wel een definitie nodig. We bakkeleien al meer dan 25 jaar over grondgebondenheid. In 2017 lag er een voorstel vanuit de sector voor een definitie, met onder meer 60 procent ruw eiwit van eigen land. Hierover was enorme verdeeldheid in de sector. Als je er zelf niet uitkomt, wordt er voor je gekozen en dan is het maar beter dat we wel aan tafel zitten. De kop in Nieuwe Oogst van een paar weken geleden dat LTO en NAJK een GVE-norm omarmen, ligt wel wat genuanceerder. Ik vind de discussie over de GVE-norm een bijzaak.'


Waarom is dat een bijzaak?

'Omdat het verlies van derogatie en de korting op de totale stikstofgebruiksruimte in bepaalde gebieden er al heel hard inhakt. Een GVE-norm voegt dan niet veel meer toe als instrument om doelen te halen. Door alle veranderingen die op de sector afkomen, kun je op sommige plekken alleen nog heel extensief koeien houden. Niet van vandaag op morgen, maar op de lange termijn. Ik kom in gebieden waar melkveehouders zeggen: 'doe mij die GVE-norm maar'. Maar in andere gebieden niet. Ik zou graag meer flexibiliteit zien met een systeem waarin Kringloopwijzer als basis kan dienen. Dus niet te generiek, maar beleid dat maatwerk op bedrijfsniveau mogelijk maakt, zodat zoveel mogelijk bedrijven de transitie mede vorm kunnen geven.'


Wunnekink is ervaren bestuurder

Erwin Wunnekink is sinds 1 maart van dit jaar voorzitter van LTO-vakgroep Melkveehouderij. Hij is melkveehouder in het Gelderse Haarlo en melkt 106 koeien. Als bestuurder ziet hij het als zijn grote uitdaging om de 'herstructurering van de melkveesector' met andere partijen in goede banen te leiden. Daar is in zijn ogen perspectief en duidelijkheid voor nodig. Bestuurlijk heeft Wunnekink veel ervaring. Zo is hij sinds april 2015 lid van de raad van commissarissen bij ForFarmers. Daarnaast was hij sinds december 2009 lid van het coöperatiebestuur en de raad van commissarissen bij zuivelcoöperatie FrieslandCampina. Hij was daar bijna vijf jaar vicevoorzitter en enkele maanden voorzitter.

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    9° / 5°
    20 %
  • Maandag
    7° / 1°
    10 %
  • Dinsdag
    5° / -5°
    10 %
Meer weer