Stap voor stap toewerken naar zelfredzame zeug en sterke biggen

Op het bedrijf van Lianne en Tom Hopman maken de Topigs20-zeugen plaats voor TN50-zeugen. Nog een half jaar dan is de transitie afgerond en de zeugenstapel weer stabiel. Hopman verwacht dat het vervangingspercentage daalt naar 30 tot 35 procent.

Stap+voor+stap+toewerken+naar+zelfredzame+zeug+en+sterke+biggen
© Maarten Sprangh
Tom Hopman heeft er een lange dag opzitten, wanneer we hem spreken. Het zwaartepunt van de werkzaamheden op het bedrijf in het Gelderse Beemte Broekland ligt op maandag en dinsdag.

Op maandagmorgen voor dag en dauw levert Hopman vleesvarkens voor het Plus-concept, waarna de afdeling wordt gereinigd. De volgende morgen om zes uur komen daar nieuwe biggen in. Wanneer de vrijloop-kraamopfokhokken schoon zijn, worden die 's middags weer door nieuwe kraamzeugen bezet.

De rest van de week heeft Hopman het werk zo georganiseerd dat er op de middagen tijd en ruimte is voor de andere werkzaamheden en zijn gezin. 'Dat is zoals ik graag boer wil zijn. Daar past een robuuste, zelfredzame zeug met sterk beenwerk en sterke biggen bij. Ik heb liever dertien goede biggen, dan zeventien waar ik veel werk van heb.'


Meer werkplezier

Het is niet dat Hopman vies is van werken. Hij wil vooral probleemloos werken omdat dat meer arbeidsvreugde geeft. 'De zeugenhouderij staat bij mij ten dienste van de vleesvarkenshouderij. In de vleesvarkenstal moet ik er zonder problemen gas op kunnen geven.'

Vervanging kost geld, geeft ruis en biggen van oudere zeugen doen het beter

'De Topigs20 was altijd een gemakkelijke zeug, maar dat is de laatste 10 jaar anders geworden. Spek is weerstand, maar er zat geen spek meer op. Over de kwaliteit van de biggen was ik ook niet meer tevreden.'

Hopman wisselde daarom een jaar of zes geleden de Tempo-beer in voor een PIC-groeibeer. De bigkwaliteit verbeterde, maar bij de zeugen liep het hem niet naar wens.


De TN50 past bij de vrijloop kraamopfokhokken die Lianne en Tom Hopman hebben.
De TN50 past bij de vrijloop kraamopfokhokken die Lianne en Tom Hopman hebben. © Maarten Sprangh

Toen hij in 2019 investeerde in 126 Multifarrow-vrijloopkraamopfokhokken hoopte Hopman dat het met de Topigs 20 beter zou lopen. Maar na een jaar nam hij toch het besluit om te switchen naar een andere zeug, de TN50.


Minder ongemak

Het resultaat is een varkensstapel met minder ongemak. 'Maximaal gebruik van de heterosis', geeft Hopman aan. Hij doelt op de bloedvoering van de zeugen en vleesvarkens. De TN50 is een namelijk een kruisingsproduct van de Terra (Saddle-back x Schwäbisch Hällisch x Hampshire) en het Noors Landvarken.

De genetische variatie van de TN50 zorgt in combinatie met een PIC-eindbeer voor driedubbele heterosis. De vleesvarkens zijn weliswaar wat vetter en daarvoor wordt de vermeerderaar in de uitbetaling gekort. Het werkgemak en -plezier maken dat meer dan goed. 'Een robuuste zeug en sterke biggen die zichzelf redden, passen bij mij.'

Het karakter van de zeug – rustig en sociaal – spreekt Hopman ook aan. De vermeerderaar coupeert daardoor veel minder kort dan gangbaar. Hij geeft aan zelfs wel helemaal met couperen te durven stoppen als de markt daar iets tegenover zet. 'Stoppen met couperen is net als het vrijloopkraamhok de toekomst. Daarmee ervaring op doen is een uitdaging die mij een goed gevoel geeft.'


Uitval minimaal gehalveerd

Scheutig met het geven van technische resultaten is Hopman niet. De oudste TN50-zeugen zijn inmiddels vijfdeworps en de uitval onder de zeugen is nu minimaal gehalveerd. Hopman verwacht dat door de overgang van Topigs20 naar de TN50 het vervangingspercentage daalt naar 30 à 35 procent. 'Vervanging kost geld, geeft ruis in de stal en biggen van oudere zeugen doen het gewoon beter dan die van gelten.'

Sinds een week of drie speent de varkenshouder op vijf weken leeftijd. Daardoor is de speendip kleiner geworden en er worden zwaardere en sterkere biggen gespeend. De tijd is nog te kort om concreet iets over de resultaten te zeggen, maar Hopman vertrouwt op een nog lagere uitval bij de vleesvarkens.


Rubuuste sterkere en gezondere biggen verhogen het werkplezier.
Rubuuste sterkere en gezondere biggen verhogen het werkplezier. © Maarten Sprangh

Geënt wordt er niet op het vermeerderingsbedrijf en antibiotica gebruikt Hopman alleen bij een ziek dier. 'De basis moet goed zijn', stelt de vermeerderaar. Het hele bedrijf is een samenspel van een groot aantal factoren en gezondheid en voeding vormen daarvoor de basis. Daar zit Hopman 'strak' bovenop.


Liever kwaliteitsvoer

Hopman betaalt liever iets meer voor de brok op voorwaarde dat de samenstelling van constante, stabiele kwaliteit is. 'Schommelingen in het voer zie je direct terug in de stal.' Handmatig voert hij in de kraamstal twee tot drie dagen na het werpen nog drachtvoer.

In de dekstal krijgt elke zeug iedere dag het juiste voer. 'Als dat met de hand moet, dan moet dat maar met de hand.' De schaal van het bedrijf helpt om het zo te doen.

Het bedrijf kent een lange traditie in het gebruik van CCM. 'Het is smakelijk en de vertering gaat er makkelijker en efficiënter door.' Maïs voor CCM verbouwt Hopman deels zelf. Maandag 2 mei is er weer gezaaid.


Lianne en Tom Hopman

Lianne (32) en Tom (34) Hopman hebben in het Gelderse Beemte Broekland een gesloten bedrijf met 280 zeugen. Naast zeugen en vleesvarkens houdt familie Hopman Blonde d'Aquitaines. Het vlees daarvan wordt afgezet in de buurt of via een lokale grossier en via Beef Select. De vleesvarkens zitten in het concept van Plus.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Woensdag
    6° / 2°
    30 %
  • Donderdag
    4° / 0°
    70 %
  • Vrijdag
    2° / -2°
    10 %
Meer weer