Niet wegkijken bij doornappel in maisteelt

De doornappel rukt op. De giftige plant, afkomstig uit Noord-Amerika, gedijt goed bij warmere omstandigheden. Het tijdig zaaien van mais werkt verspreiding in de hand. Daarbij kunnen zaden tien jaar kiemkrachtig blijven. In België is bestrijding verplicht. De huidige situatie kwam onlangs ter sprake in een webinar van het Landbouwcentrum voor Voedergewassen.

Vorig jaar is de doornappel op sommige percelen waargenomen.
© Job Hiddink

Ook in Nederland komt het invasieve onkruid steeds vaker voor. Vooral in het zuiden van ons land wordt de doornappel meer gezien. Volgens een ruwe schatting van maisspecialist Mark de Beer van Groeikracht heeft inmiddels één op de drie tot vijf klanten in Zuidwest-Nederland te maken met een besmet perceel.

Er zijn geen specifieke regionale concentraties op bijvoorbeeld het gebied van grondsoort te zien. Wel is duidelijk dat het probleem ook landelijk toeneemt. ‘De plant kan door de forse zaadproductie en extreme giftigheid snel uitgroeien tot een groot risico bij zowel de oogst van aardappelen en groenten als voor de diergezondheid. Daarbij kunnen kiemen vijf tot tien jaar overleven’, stelt Joos Latré van LCV.

60 gram kan al giftig zijn

Vooral in de veehouderij is waakzaamheid geboden, omdat de gifstoffen al bij een relatief lage dosering een rund kunnen doden; voor runderen geldt dat 60 gram al kan leiden tot vergiftigingsverschijnselen. Ook kunnen de gifstoffen via de melk in humane voeding terechtkomen. ‘Bij 60 gram spreken van zo’n duizend zaden. Met één bolster, ofwel zaaddoos, zit je daar al snel op', legt Latré uit. ‘Een opname van 400 tot 600 gram is dodelijk.’

Hoewel runderen de plant vers vaak laten staan vanwege de afwijkende smaak, verdwijnt die natuurlijke barrière na inkuilen of drogen. De symptomen variëren bij vee van rusteloosheid, een droge bek en spasmen tot een snelle ademhaling en een gebrek aan eetlust. In België geldt verplichte bestrijding bij tien planten per hectare.

Lees ook: Aanpak doornappel is enorme meerjarige klus

De verspreiding van de doornappel vindt niet plaats via de wind, maar via zaden die jarenlang kiemkrachtig blijven in de bodem. Juist die overlevingskracht zorgt voor een gevaarlijke besmettingscirkel, weet De Beer. ‘Wanneer de plant tijdens de oogst per ongeluk meegehakseld wordt met de mais, komen de zaden in het ruwvoer terecht. Na opname door het vee passeren ze ongeschonden het verteringsstelsel, waarna ze via de mest weer op het land belanden.’

Specifieke strategie bij bestrijding

Bestrijding van de doornappel vraagt om een specifieke strategie, omdat de plant een late kiemer is en de zaden tot wel tien jaar kiemkrachtig blijven in de bodem. Chemisch bieden middelen op basis van tembotrione of mesotrione, zoals Laudis of Callisto, goede resultaten, mits gecombineerd met een bodemherbicide als Adengo TC Max voor de nawerking.

Op zich klinkt die aanpak als muziek in de oren, al zit er volgens Latré nog wel een addertje onder het gras. ‘De doornappel kiemt bij een bodemtemperatuur vanaf 20 graden Celsius later dan mais en de zaden kunnen nog tot in september kiemen. Zeker wanneer mais vroeg wordt gezaaid en er vroegtijdig gewasbescherming wordt toegepast, bestaat de kans dat het doornappelzaad alsnog kan kiemen.’

Latré adviseert ondernemers om de controle in het veld iets later uit te voeren dan gebruikelijk: ‘Het is in de context van de doornappel misschien beter om pas rond het vier- tot vijfbladstadium te behandelen, zodat je ook de latere kiemers raakt. Eventueel kan dat met verlengde doppen in een zevenbladstadium. Wel is het belangrijk om dit te doen voordat de doornappelplant bloemen heeft. De bloemen ontwikkelen zich snel tot bolsters.‘

Extra methoden nodig om zaad te doden
Zaden van de doornappel zijn lastig te doden. ‘Alleen professionele verbranding op een hoge temperatuur biedt garantie’, geeft Joos Latré van de Hogeschool van Gent aan. Een tweede optie is om het zaad minimaal 1 meter diep te begraven. Als het gewas of de oogstresten met zaaddozen van de doornappel op het veld achterblijven, bestaat de kans op een langdurige besmetting. In dit geval is het belangrijk om het zaad aan de oppervlakte te houden, er een jaar later geen gewas op te telen en met een vals zaaibed de opkomende doornappel te bestrijden. Een derde optie ter bestrijding is de teelt van gras. Doornappel komt hierin door de dichte bodembedekking niet op.

Als er individuele grote planten blijven staan, is handmatige verwijdering vaak de enige optie, geeft Latré aan. ‘Hierbij is voorzichtigheid geboden. Draag altijd handschoenen en verwijder de planten volledig uit het veld. Doe je dat niet, dan rijpen de bollen nog verder en is de zaadzetting alsnog verzekerd.’

Gras telen als oplossing

De teelt van gras is mogelijk een andere oplossing om doornappel te bestrijden. Door de dichte bodembedekking bij gras krijgt de doornappel namelijk geen kans om op te komen. Dit is echter geen snelle oplossing. Het zaad kan immers decennia blijven liggen. Hierdoor blijft waakzaamheid geboden. ‘We zullen er nog generaties mee te maken hebben’, verzucht Latré.

Niet wegkijken is daarom het devies. Hoewel de situatie op dit moment nog beheersbaar is, waarschuwt De Beer voor laksheid bij ondernemers. ‘We hebben dit onkruid misschien te lang genegeerd’, stelt hij. De Beer adviseert boeren om percelen regelmatig te inspecteren, zeker rond de maisoogst. Daarbij moet extra gelet worden op randen van de percelen.

Ook bij aankoop van mais op stam is navraag doen bij de leverancier cruciaal, benadrukt De Beer. ‘Het is echt een rotplant, een soort waar we niet trots op zijn. Maar door open en transparant te werken, kunnen we de doornappel uiteindelijk wel de kop indrukken.’

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Dinsdag
    21° / 14°
    95 %
  • Woensdag
    20° / 13°
    95 %
  • Donderdag
    19° / 14°
    90 %
Meer weer