Nitraatplan+zet+grondgebondenheid+onder+druk
Nieuws
© Twan Wiermans

Nitraatplan zet grondgebondenheid onder druk

Het ontwerp zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn pakt niet goed uit voor de grondgebondenheid van de melkveehouderij. Dat stelt Jos Verstraten, lid van de vakgroep Melkveehouderij van LTO Nederland.

Generiek bekeken kan de melkveehouderij wel uit de voeten met het actieprogramma, volgens Verstraten. Maar een van de pijnpunten vormt de verplichte mestvrije bufferstrook van 2 tot 5 meter langs watergangen. 'Je mag daar geen mest meer op uitrijden en erger, de grond telt ook niet meer mee voor je mestplaatsingsruimte.'

Dat betekent dat bedrijven minder grondgebonden worden, terwijl de melkveehouderij juist meer grondgebonden moet worden. 'Melkveehouders moeten dat compenseren door elders dus extra grond te verwerven of meer mest af te zetten of krimpen in dieren.'


Scheuren grasland

Een ander probleem vormt de verplichting voor graasdierhouders om 60 procent en in een later stadium 70 procent van hun areaal te bestemmen als rustgewas, waarvan de helft blijvend grasland. Daarmee dekt de minister het risico op scheuren van grasland af in het geval van een slechte of geen derogatie.


LTO Melkveehouderij waardeert dat de overheid bevestigt dat grasland goed is om uitspoeling en afspoeling te voorkomen. In de derogatievoorschriften staat ook al dat 80 procent grasland verplicht is. 'Voor de meeste bedrijven is dit dus geen probleem en voegt dus ook niks toe aan de waterkwaliteit', zegt Verstraten.


Individuele boer

Voor een individuele boer kan die eis voor het graslandareaal volgens het vakgroeplid echter wel een probleem zijn. 'Denk aan melkveehouders die bewust niet meedoen met derogatie of aan gemengde bedrijven met graasdieren en akkerbouw. Of aan melkveebedrijven die samenwerken met een akkerbouwer.'

Dat laatste wordt in de toekomst een stuk complexer, geeft hij aan. 'Terwijl die samenwerking juist werd gezien als een mogelijkheid om zowel akkerbouw te extensiveren als de melkveehouderij te bewegen richting grondgebondenheid, beiden met behoud van een verdienmodel.'


Zuidelijk zand

De pijnpunten die Verstraten noemt, zullen specifiek gevoeld worden in de Zuidelijke zandgebieden. Daar komen volgens hem verschillende problemen bij elkaar. De melkveehouderij is er al met 20 procent gekrompen en daarmee staat ook het areaal grasland onder druk. Die ontstaat ook door de steeds drogere jaren.

'De resterende boeren krijgen het daar steeds lastiger om grondgebonden te worden, zeker als samenwerking met de akkerbouw onmogelijk wordt. De krimp die er toch al bezig is, jaag je zo nog extra aan. Door 70 procent rustgewas en blijvend grasland, puur op het feit dat je graasdieren hebt, moet de melkveehouderij de waterkwaliteit in dit gebied gaan dragen. Daarmee vraag je dan wel onevenredig veel van ze. Zeker als daar geen goede derogatie tegenover staat.'


Kaderrichtlijn

Verstraten heeft meer zorgen, omdat hij verwacht dat Kaderrichtlijn Water waarschijnlijk niet wordt gehaald. 'Dat zal tot aanvullend beleid leiden. Er zijn nog heel veel open eindjes.' Een lichtpuntje ziet hij ook. 'De maisteelt komt uit het verdomhoekje.'

Het was altijd het enige gewas, waarbij een vanggewas verplicht was. 'Dat gaat nu ook voor andere gewassen gelden. Verbeteren van de waterkwaliteit is een verantwoordelijkheid voor alle grondgebonden sectoren. Derogatiebedrijven hebben dat al aardig goed in orde.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    21° / 6°
    10 %
  • Donderdag
    18° / 13°
    20 %
  • Vrijdag
    20° / 11°
    20 %
Meer weer