Schouten+wil+meer+flexibiliteit+per+land+in+nieuw+GLB
Nieuws
© Dirk Hol

Schouten wil meer flexibiliteit per land in nieuw GLB

Demissionair landbouwminister Carola Schouten vindt het belangrijk dat er ruimte blijft voor maatwerk per land in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) dat vanaf 2023 van kracht wordt. Ze vindt de aanbevelingen die de Europese Commissie in december deed per lidstaat voor de invulling van de Nationale Strategische Plannen soms 'te sturend van aard'.

Dat schrijft Schouten in een brief aan de Tweede Kamer. 'Bij bepaalde aanbevelingen acht ik de voorgestelde interventies in de Nederlandse context niet effectief of gewenst ten aanzien van de beoogde doelen.'

De Europese Commissie heeft op 18 december 2020 voor iedere EU-lidstaat een werkdocument gepubliceerd met aanbevelingen over de inhoud van de door de lidstaten op te stellen Nationale Strategische Plannen. Dat is de nationale invulling van het GLB voor de periode 2023-2027.

Minister Schouten heeft de commissie nu een reactie gestuurd op deze aanbevelingen. Hoewel ze niet juridisch bindend zijn, verwacht ze wel dat de aanbevelingen van de Europese Commissie een belangrijke rol gaan spelen bij de goedkeuring van de Nationale Strategische Plannen door diezelfde commissie.


Doelgerichter inzetten op speerpunten

De minister ziet dat de Europese Commissie de veertien aanbevelingen richt op een breed scala aan onderwerpen. Volgens haar is het verstandiger het GLB-geld doelgerichter in te zetten op een paar speerpunten, in plaats van op tal van zaken.

'Het GLB-budget is groot, maar de middelen en het instrumentarium zijn uiteraard niet toereikend om alle problemen in de landbouw, het milieu en de plattelandseconomie tegelijk op te lossen', schrijft ze. 'Als de middelen te dun worden uitgesmeerd, vermindert dit de effectiviteit van de instrumenten. Om de middelen zo effectief mogelijk te besteden, zullen keuzes moeten worden gemaakt.'

Een van de veertien aanbevelingen van de Europese Commissie voor het Nationaal Strategisch Plan voor Nederland gaat over duurzaam bosbeheer. De Nederlandse overheid zou herbebossing moeten bevorderen en het herstel van ecosystemen in bossen moeten stimuleren. Schouten vindt de inzet van GLB-middelen voor 'echte' bossen niet voor de hand liggend. 'Ik wil die middelen zoveel mogelijk richten op het landbouwdomein', schrijft ze. Wel ziet ze mogelijkheden om vanuit het GLB bos-landbouwcombinaties te stimuleren, zoals agroforestry en snelgroeiend productiebos op landbouwgrond.


Plattelandseconomie

Een andere aanbeveling van de Europese Commissie is om de bio-economie, gericht op biomassa, te stimuleren. Met als doel de achteruitgang en ontvolking op het platteland tegen te gaan. Volgens de landbouwminister ligt het in Nederland niet voor de hand GLB-gelden in te zetten voor de plattelandseconomie in brede zin. Ze vindt de bio-economie wel belangrijk, maar die kan ook op andere manieren worden gestimuleerd.

De Europese Commissie ziet graag een herverdeling van de basispremie op basis van hectares per bedrijf, omdat in Europa grote bedrijven relatief veel GLB-geld binnen halen. De commissie wil juist de kleinere bedrijven een extra steun in de rug geven. Volgens Schouten zijn er in Nederland relatief weinig grote ontvangers van inkomenssteun. 'Daarnaast is het de vraag of herverdelende inkomenssteun de meest geschikte interventie is om kleine bedrijven sterker en toekomstbestendiger te maken', schrijft ze.

'Gerichte steun voor bijvoorbeeld investeringen en kennisverwerving zouden een betere besteding van de GLB-middelen kunnen zijn om deze bedrijven sterker te maken dan een hogere basispremie', is het oordeel van de landbouwminister.


Biologische consumptie

Met betrekking tot de biologische landbouw heeft de Europese Commissie hoge doelen gesteld. In 2030 moet 25 procent van het areaal in de Europese Unie biologisch zijn. Schouten waarschuwt dat als de Europese Unie meer biologische landbouw wil, ze zich niet alleen moet richten op de omschakeling in de landbouw, maar ook op de consumentenkant. 'Om zo de balans tussen vraag- en aanbod te borgen.'

Schouten geeft repliek op een aantal aanbevelingen van de Europese Commissie op het gebied van dierenwelzijn. Over het couperen van staarten bij varkens, bijvoorbeeld. Schouten heeft in Nederland met de sector een einddatum vastgesteld op 2030, zodat varkenshouders de tijd hebben om toe te werken naar het coupeerverbod.


De minister wijst erop dat in de varkenshouderij flinke investeringen nodig zijn in huisvesting om het staartbijten tegen te gaan. Volgens haar stuurt Europese regelgeving hier onvoldoende op, waardoor in bijna de hele Europese Unie staartcouperen nog een gangbare praktijk is.


Levensduur melkvee

Daarnaast noemt de Europese Commissie in haar aanbevelingen voor Nederland specifiek de levensduur van melkkoeien. Schouten wijst erop dat de levensduur van melkvee in het tweede kwartaal van 2020 op de hoogste waarde was in vijf jaar tijd. Daar wordt volgens haar gericht op gestuurd via het verduurzamingsplan van de Duurzame Zuivelketen.

De adviezen van de commissie aan de diverse Europese lidstaten vertonen grote overeenkomsten. Wat opvalt is dat in het advies aan Nederland niets wordt gezegd over de verkoop van antimicrobiële stoffen. In Nederland is de laatste tien jaar een aanzienlijke antibioticareductie behaald in de veehouderijsector. Dit resultaat zorgt ervoor dat Nederland al onder de door de Europese Unie gestelde waarde voor 2030 zit.

Weer

  • Woensdag
    15° / 11°
    50 %
  • Donderdag
    16° / 10°
    20 %
  • Vrijdag
    17° / 11°
    70 %
Meer weer