Pleidooi+voor+haalbare+invulling+ecoregeling+met+voldoende+keus
Achtergrond
© Akkerbelt

Pleidooi voor haalbare invulling ecoregeling met voldoende keus

In het pilotproject Akkerbelt zijn de afgelopen twee jaar mogelijkheden getest voor de invulling van de ecoregeling op bedrijfs- en gebiedsniveau. Het project is uitgevoerd door negen regionale akkerbouwcollectieven. Zij komen nu met een top 10 van aanbevelingen voor het Nationaal Strategisch Plan ofwel de Nederlandse invulling van het nieuwe GLB.

Een kernteam met vertegenwoordigers van de akkerbouwcollectieven was verantwoordelijk voor de coördinatie van Akkerbelt. De leden van dit team, Wim Stegeman (Flevolands Agrarisch Collectief), Paul Terwan (zelfstandig adviseur), Marjon Schultinga (Agrarische Natuurvereniging Oost-Groningen) en Wico Dieleman (Poldernatuur Zeeland), hebben de belangrijkste lessen uit de pilot op een rij gezet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen kernpunten en randvoorwaarden.

De kernteamleden komen ook met aanbevelingen voor een succesvolle uitvoering van de ecoregeling in relatie met agrarisch natuurbeheer. Wim Stegeman geeft puntsgewijs een toelichting.


1. Landelijk keuzemenu

Een landelijk keuzemenu waarbij per gebied een selectie kan worden gemaakt voor een haalbare invulling van de ecoregeling is volgens Stegeman zonder meer een kernpunt. Hij noemt het een voorwaarde dat de maatregelen voor deelname aan de ecoregeling passen bij de regio.

Lijst met maatregelen voor ecoregeling moet dynamisch zijn

Wim Stegeman, coördinator van het Flevolands Agrarisch Collectief

Verbinding met de omgeving betreft volgens Stegeman zowel bouwplanmaatregelen als maatregelen die nodig zijn om de groenblauwe dooradering in een gebied te versterken. 'Als aanbeveling stellen we voor om de regionale collectieven nauw te betrekken bij het selecteren van maatregelen per regio.'


2. Maatregelen in de ecoregeling

De invulling van de ecoregeling draait om de maatregelen die in het kader van Akkerbelt zijn getest. Stegeman vertelt dat uiteindelijk door 128 deelnemers op bijna 1.200 hectare in totaal 37 maatregelen in de praktijk zijn gebracht. 'Vrijwel alle maatregelen blijken in meer of mindere mate inpasbaar', zegt hij.

Van de maatregelen lijken negentien geschikt voor de ecoregeling, twaalf voor het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) en zes voor allebei.

Stegeman: 'Het streven is een breed samengesteld menu voor de ecoregeling met de mogelijkheid daarin ook enkele ANLb-maatregelen op te nemen. Uitgangspunt is dat iedere akkerbouwer kan kiezen uit maatregelen die iets toevoegen aan zijn bedrijfsvoering. Daarbij moet de lijst voor de ecoregeling kunnen worden aangepast, mocht dat nodig zijn. Maar daarnaast moet het geheel van maatregelen ook voldoende continuïteit bieden voor de akkerbouwer.'


3. Puntensysteem berekent de premie

Binnen de pilot is een puntensysteem getest met waardering voor het effect van de maatregelen op de vijf Europese vergroeningsthema's: bodem, water, klimaat, biodiversiteit en landschap. De punten zijn daarbij gerelateerd aan de verwachte ecoregelingspremie. Ook dit is een kernpunt, meldt Stegeman. 'Wij streven naar een positieve prestatiebeloning. Het betekent niet alleen opbrengstderving compenseren, maar ook een beloning voor positieve effecten op bijvoorbeeld het klimaat en de biodiversiteit.'

Volgens Stegeman is er draagvlak voor het puntensysteem. Ook is ervaring opgedaan met sturingselementen om de gebiedsspecifieke invulling van de ecoregeling te stimuleren. 'Je kunt bijvoorbeeld voorwaarden stellen aan het minimumaantal punten dat betrekking heeft op de bodem of een minimumaandeel van rustgewassen in een bouwplan.'


De aanbeveling van het kernteam is om de komende jaren te blijven testen met het puntensysteem en verschillende sturingselementen. Verder pleit het team ervoor dat er binnen de Brusselse begrotingssystematiek voldoende speelruimte komt voor prestatiegerichte betalingen.


4. Lijnvormige maatregelen

Uit de pilot blijkt dat vlakdekkende maatregelen, zoals vanggewassen, de teelt van eiwitgewassen of vogelgraan, populairder zijn dan lijnvormige maatregelen, zoals akkerranden en landschapselementen. Dit komt door de relatief hogere bewerkingskosten en naar verhouding matige vergoeding.

'Dat is jammer, want juist de lijnvormige maatregelen zijn erg waardevol voor de ecologische verbindingen', constateert Stegeman. 'Wij stellen voor om deze maatregelen binnen de ecoregeling en ook het ANLb extra te stimuleren via hogere wegingsfactoren in de vergoedingen. Dat kan onder meer door een kleinschaligheidstoeslag of door niet-productieve elementen als erven en sloten mee te rekenen in de subsidiabele oppervlakte.'


5. Gebiedsproces en gebiedsplan

Alle negen collectieven hebben in de pilot een gebiedsproces doorlopen en daarvoor een gebiedsplan opgesteld met regionale vergroeningsprioriteiten. Die zijn vervolgens gekoppeld aan het karakter en de mogelijkheden van de bedrijven in de regio. 'Dit is een zinvol instrument voor het nieuwe GLB. Een gebiedsplan waarbij, naast de boeren, ook overige gebiedspartners betrokken zijn, zorgt voor een breder draagvlak. En ook voor animo om activiteiten goed op elkaar af te stemmen', aldus Stegeman.


6. Monitoring van vergroeningseffecten

Het meten van de effecten van de vergroening zorgt volgens Stegeman voor een stimulans en maakt boeren enthousiast om te kiezen voor bepaalde maatregelen. De overheid monitort deze effecten aan de hand van landelijke indicatoren. Maar in de pilot is geoefend met vijf vormen van monitoring op bedrijfsniveau die aansluiten op de vijf vergroeningsthema's. Het gaat dan om het tellen of meten van loopkevers, nachtvlinders, slootleven, aaltjes en koolstof.


'Dit zijn organismen die een indicatie geven of het goed gaat met bijvoorbeeld de biodiversiteit of de landschappelijke variatie. Wij stellen voor om te investeren in deze vormen van monitoring en om daaraan eventueel ook bonuspunten voor de ecoregeling te verbinden. Uiteindelijk moeten we komen tot een landelijke monitoring om een beter beeld te krijgen van wat we nu daadwerkelijk bereiken met onze inspanningen voor een verdere vergroening', legt Stegeman uit.


7. Onafhankelijke kennismakelaar

Kennis blijkt een belangrijke factor te zijn voor een succesvolle vergroening. 'Vanwege hun positie dicht bij de boer zien we hierin een belangrijke rol voor de collectieven', verklaart Stegeman. 'Onze aanbeveling is om de functie van de collectieven als onafhankelijke kennismakelaar te erkennen en bevorderen.'


8. Belangrijke rol landbouwcollectieven

De negen Akkerbelt-collectieven vinden sowieso dat zij een belangrijke rol kunnen vervullen bij de uitvoering van de ecoregeling. Naast kennispartner zien de collectieven zichzelf vooral als een onafhankelijke adviesorganisatie voor de agrariërs als het gaat om keuzes en effectieve uitvoering van maatregelen. Sommige collectieven willen daarnaast een rol spelen in de beheermonitoring en het administratief ontzorgen van de grondgebruikers.


Via monitoring zijn de effecten van de maatregelen voor de ecoregeling te meten.
Via monitoring zijn de effecten van de maatregelen voor de ecoregeling te meten. © Akkerbelt

Voor een bredere ondersteuningsrol binnen het nieuwe GLB moeten de collectieven zich volgens Stegeman kwalitatief en kwantitatief verder ontwikkelen. 'Wij vragen de overheid dat te faciliteren en daar op tijd mee te beginnen om het kennisniveau op peil te houden en om voldoende capaciteit te kunnen garanderen.'


9. Het nieuwe plattelandsbeleid

Volgens Stegeman is het belangrijk dat het nieuwe plattelandsbeleid voldoende ondersteuning biedt voor een succesvolle vergroening. Dat kan bijvoorbeeld door het bevorderen van kennisoverdracht, samenwerking en een effectieve koppeling tussen beheermaatregelen en investeringen.

'De vormgeving van de pilotregeling bevalt ons wel. De productenlijst met daarop duidelijk de voorwaarden voor de uitvoering van de ecoregeling is overzichtelijk', stelt Stegeman. 'Wel moeten we met de overheid nog een oplossing vinden voor het probleem van de hoge voorfinancieringslast bij de collectieven. Dat is al jaren een bekend POP-probleem.'


10. Beleidsmatige belemmeringen

Coherentie in het beleid is volgens Stegeman essentieel bij de uitvoering van een succesvolle ecoregeling. 'Het laat ook zien dat de overheid herkent wat in de praktijk gebeurt en daarvoor ook inspanningen wil leveren. Beleid op basis van 'de waan van de dag' is nooit gewenst. Dat geldt zowel voor landelijke regels als voor regelgeving op regionaal niveau.'

De aanbeveling van het kernteam van Akkerbelt is om de spanningen tussen het vergroeningsbeleid en andere beleidsterreinen zoveel mogelijk weg te nemen. Als voorbeelden noemt Stegeman de positie van ruige mest en compost in de mestwetgeving en het onderhoudsbeleid van publiek groen, zoals dijken, bermen en taluds. 'Dat leidt tot een effectievere GLB-vergroening en een grotere synergie met niet-agrarisch groen.'


Vervolgpilot voor verdere ontwikkeling puntensysteem

In een nieuwe ronde met GLB-pilots is een aanvraag ingediend voor de verdere ontwikkeling en toetsing van het puntensysteem voor de ecoregeling. Hierbij zijn opnieuw enkele landbouwcollectieven betrokken. Wim Stegeman van het Flevolands Agrarisch Collectief legt uit dat het doel is om te komen tot een robuust systeem, voor alle grondgebonden sectoren, dat geschikt is voor elke grondgebruiker en past in iedere regio. 'Voor een goed puntensysteem zijn een lage instap en lage administratieve lasten belangrijke randvoorwaarden. Daarnaast moet het mogelijk zijn om de uitvoering van de maatregelen en daarmee het toekennen van de punten zo eenvoudig mogelijk te controleren. Verder is het een voorwaarde dat het puntensysteem aansluit op de methodiek voor uitbetaling van GLB-gelden via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het mooiste is om eenvoudig een koppeling te kunnen maken met de Gecombineerde opgave.'

Weer

  • Maandag
    15° / 8°
    50 %
  • Dinsdag
    15° / 8°
    50 %
  • Woensdag
    15° / 7°
    50 %
Meer weer