Bij+Jan+Woudstra+ligt+ureumgetal+tussen+15+en+20+punten
Achtergrond
© Het Hoge Noorden

Bij Jan Woudstra ligt ureumgetal tussen 15 en 20 punten

Door het ureumgetal met 1 punt te verlagen, bespaart melkveehouder Jan Woudstra uit het Friese Menaam 1.000 euro aan mestafvoer per jaar. Indien nodig stuurt hij het rantsoen dagelijks bij om het ureumgetal constant te houden. Dat gaat hem goed af.

De graspercelen rond de Friese boerderij zijn etgroen. Elke middag om 16 uur haalt Woudstra een vracht vers gras voor zijn 120 koeien. Nu doet hij nog aan zomerstalvoedering, maar volgend jaar wil hij weidegang proberen.

De dagproductie op het bedrijf is hoog: 36 kilo melk per dier met 3,65 procent eiwit en 3,90 procent vet. Het ureumgetal is constant en ligt tussen de 15 en 20.


Eiwitefficiëntie

Het is voor de ondernemer een belangrijk kengetal omdat het elke drie dagen laat zien hoe het is gesteld met de eiwitefficiëntie op zijn bedrijf. 'De eiwitgehaltes in het verse gras variëren. Op basis van het ureumgetal kan ik sturen in de eiwitbehoefte.'

Door alleen extra eiwit te voeren, verhoog je het melkeiwit niet

Jan Woudstra, melkveehouder in Menaam

Woudstra pakt zijn laptop erbij en laat een lijst met melkleveranties zien. 'Ik streef naar een ureumgetal van 18 punten. Dan is het financiële voordeel voor mij het grootst, ik hoef minder mest af te voeren en koop minder eiwit aan.'


Mestafzetkosten

Zou de melkveehouder het gemiddelde ureumgetal laten dalen van 19 naar 18, dan bespaart hij jaarlijks 1.000 euro mestafzetkosten. Dat zit zo: 1 punt daling van het ureumgetal geeft jaarlijks een stikstofbesparing van 2 kilo per koe. Op 120 koeien is die besparing 240 kilo stikstof. De afvoer van 240 kilo stikstof staat gelijk aan 60 kuub mest.

'Zou ik dat moeten afvoeren bij een prijs van 16 euro per kuub, dan gaat het om 1.000 euro.'


Ander perceel

Met zijn muis scrolt de ondernemer door de lijst met melkleveranties en stopt bij een leverantie waarvan het ureumgetal op 14 lag. 'Dat was te laag. We zaten toen met een perceel lang gras met weinig eiwit. Ik verhoogde toen het eiwitmeel met 0,5 kilo en pakte de volgende dag een ander perceel.'

De melkveehouder ging om tafel met zijn voerleverancier ABZ Diervoeding en leerde dat het bijsturen van het ureumgetal vrij eenvoudig is. Hij gebruikt er letterlijk twee knoppen voor. Op het erf staan namelijk twee silo's met elk een hendel. Met het ene handvat bedient Woudstra de silo met raapzaadschilfers (30 procent eiwit) en met de andere de silo met een graanmengsel (Lactograan).


Losse grondstoffen

Van deze grondstoffen laat de ondernemer dagelijks 5,5 kilo per koe in de voermengwagen glijden. 'Met de verhouding eiwit/energie speel ik. Dat is afhankelijk van het eiwitgehalte in het verse gras.'

Zijn koeien krijgen nu 2,5 kilo raapzaadschilfers, 3 kilo Lactograan, 30 kilo weidegras, 10 kilo kuilgras en 13 kilo mais. De hoogproductieve koeien krijgen, tot 100 dagen lactatie, nog 7 kilo brok in de melkrobot. Dit betreft opstartbrok en standaardbrok.


Water toevoegen

Om te zorgen dat zijn koeien niet in het rantsoen selecteren, voegt Woudstra water toe aan de voermengwagen. Daardoor hecht de Lactograan zich aan de kuilgrasdeeltjes. Dit vergroot de afbraak van het gras in de pens.

Zijn koeien doen het goed op dit rantsoen. 'Koeien zijn persistenter en ik zie minder pensschommelingen', legt de Fries uit. 'De energie en het eiwit uit het meel worden geleidelijker opgenomen dan wanneer ik het in één keer als brok in de krachtvoerbox verstrek. En het ureumgetal blijft constant.'


Melkeiwit omhoog

Sinds Woudstra het basisrantsoen verrijkte met het energierijke graan, ziet hij ook het eiwitgehalte in de melk stijgen. Drie tot vier jaar geleden bleef het melkeiwit steken op 3,30 tot 3,40 procent. 'We dachten dat het genetisch was, dat onze koeien er geen aanleg voor hadden.'

In die tijd voerde hij enkel kuilgras, mais, bierbostel en krachtvoer. 'We waren in de veronderstelling dat als je meer eiwit zou voeren, het eiwitgehalte in de melk zou stijgen. Maar dat is een misverstand. Voer je veel eiwit, dan moet je ter compensatie ook extra energie toevoegen. Dat is weggegooid geld. Bovendien stijgt je ureum.'


Voldoende energie

Nu weet de melkveehouder dat koeien voldoende energie nodig hebben om het eiwit uit het rantsoen om te zetten naar melkeiwit. Stijgt het ureumgetal richting de 20, dan draait hij de eiwitknop dus iets terug en de energieknop meer open. 'Het is echt een makkelijk systeem en ook de melkgift stijgt mee.'

Het rollend jaargemiddelde lag op 10.000 kilo melk per koe per jaar en ligt nu op 11.000 kilo. De melkrobots, nieuwe stal en zomerstalvoedering dragen hier ook aan bij.


Volgend jaar

Verwacht de Fries dat hij volgend jaar, tijdens het weiden, het ureumgetal constant kan houden? 'Ja, ik denk dat ik het ureumgetal op dezelfde manier kan managen. Nu breng ik elke dag 30 kilo weidegras naar de koeien toe, maar volgend jaar halen ze die hoeveelheid zelf op uit de wei. Voor de rest blijft het rantsoen hetzelfde zoals nu.'


Wat als het ureumgetal bij alle boeren met 1 punt daalt?

Jan en Johanneke Woudstra hebben een melkveebedrijf in het Friese Menaam. Het bedrijf telt 120 koeien, 50 stuks jongvee, 58 hectare gras en 10 hectare mais onder folie. Volgens Jan Woudstra kan de melkveesector de stikstofuitstoot verminderen door gezamenlijk het ureumgetal te verlagen. In 2018 lag het ureumgetal in Nederland op 23,1. 'Nu de voermaatregel van tafel is, komt er vast iets voor terug', zegt de melkveehouder. 'Geef ons boeren de tijd om het ureumgetal vrijwillig met 1 punt te laten zakken.' Per koe staat 1 punt daling gelijk aan een besparing van 2 kilo stikstofemissie. Op een totaalaantal koeien van 1,6 miljoen zal de stikstofuitstoot volgens Woudstra dan met 3,2 miljoen kilo afnemen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    4° / 1°
    10 %
  • Maandag
    6° / -3°
    40 %
  • Dinsdag
    9° / 4°
    20 %
Meer weer