Elke+geboortegram+erbij+tikt+levenslang+door
Achtergrond
© Varkens Archief

Elke geboortegram erbij tikt levenslang door

Toomgewichten bij de geboorte en bij spenen zijn belangrijke parameters om op te sturen voor zeugenhouders. Zwaardere pasgeboren biggen hebben een grotere overlevingskans, starten vlotter op en groeien beter. Vier weken later 100 kilo 'big' spenen is complex, maar binnen handbereik. Het is een kwestie van finetunen en maatregelen stapelen.

Zeugenhouders die het gemiddelde toomgewicht van pasgeboren biggen op hun bedrijven op het netvlies hebben, zijn flink in de minderheid. Nog minder ondernemers weten hoeveel spreiding er is tussen de gewichten van de individuele biggen. Terwijl vermeerderaars wel goed weten dat het geboortegewicht grote invloed heeft op bigoverleving en het gewicht bij spenen.

Onderzoek van ForFarmers wijst uit dat het gemiddelde gewicht van een toom levend en doodgeboren biggen 20,1 kilo is. Bij eersteworpszeugen is dat 17,1 kilo. Bij de derde- tot en met de vijfdeworpszeugen weegt een complete toom gemiddeld 20,8 kilo. Bij oudereworpszeugen neemt dat gewicht weer langzaam af naar gemiddeld 19,1 kilo.


Sturen op hoger gemiddeld toomgewicht

Rick Königkrämer van Fransen Gerrits ziet in de praktijk ook toomgewichten van 24 tot 25 kilo. 'Dat geeft aan dat er rek in zit. En dat via zeugenvoeding is te sturen op een hoger gemiddeld toomgewicht. Ondanks het stijgende aantal biggen per worp, kan toch het gemiddelde geboortegewicht toenemen.'

Spreiding in toomgewichten biedt kans op verbeteringen

Rick Königkrämer, hoofd verkoop bij Fransen Gerrits

De gouden regel is dat hoe zwaarder een big bij de geboorte is, hoe vitaler deze is en hoe vlotter deze naar de speen gaat om biest te drinken. 'Elke gram geboortegewicht extra betekent winst', zegt Königkrämer. 'Want hoe krachtiger de biggen zijn, hoe meer ze de melkproductie bij de zeug stimuleren.'

Goed en snel verdelen van de biest over de toom is een goed fundament voor de overleving en de gezondheid van de pasgeboren big. Een zeug of gelt produceert gemiddeld zo'n 4 kilo biest, wijzen diverse onderzoeken uit. Maar in de praktijk varieert de biestproductie flink: tussen de 1 en 8 kilo per zeug.


Minstens 2050 milliliter biest

Volgens GD is het belangrijk dat elke big in een toom minstens 250 milliliter biest drinkt. Normaal gesproken zijn daar zes drinkbeurten voor nodig.

De groei in de eerste levensweek van de toom is een goede indicator voor de latere groeiprestaties van biggen. Het vlot op gang komen van de melkproductie is daarvoor essentieel. De melkscan die De Heus ontwikkelde, is daarvoor een goed hulpmiddel. Door tomen bij de geboorte en een week later te wegen, is te bepalen hoe hoog de melkproductie moet zijn geweest.


Groot verschil in gemiddelde melkproductie

De gemiddelde melkproductie blijkt in die eerste week na werpen enorm te verschillen. Dit toont onderzoek van De Heus op zeventien zeugenbedrijven aan. Het bedrijf met de laagste gemiddelde groei zag het toomgewicht slechts 10 kilo toenemen. Het bedrijf met de hoogste toomgroei realiseerde het dubbele aantal kilo's big erbij.


De Heus concludeert dat de toomgroei hoger is als zeugen na het werpen een vlotte stijging in de voeropname aankunnen. Of een zeug 4 kilo voer per dag of 3,15 kilo per dag opneemt in die eerste week, scheelt 1,4 kilo in toomgewicht.


Top van melkproductie

Als biggen vitaal blijven en er tussen de zoogperiodes door rust in de kraamstal heerst, is dat een gunstig teken voor de biggengroei. De melkproductie van de zeug loopt met de drinkbehoefte van de biggen op, om te pieken in de derde week na het werpen. Dan produceert een zeug gemiddeld zo'n 12 kilo per dag. Die melkhoeveelheid kan de behoefte van elf biggen dekken.

'De variatie in melkproductie tussen zeugen is groot', weet ook Königkrämer. 'Er zijn er die 17 kilo melk per dag geven en er zit ook verschil in de melkkwaliteit. Omdat tomen bij de zeug vaak groter zijn dan die elf biggen, is het verstrekken van melk of prestarters nodig. Bovendien wil je ook de biggen die aan de achterste tepels liggen erbij houden, zodat de uniformiteit van de toom niet te ver uiteenloopt.'


VORK bijboeren

De melkproductie van de zeug bepaalt voor 90 tot 95 procent het speengewicht van de biggen. Het bijvoeren van melk en het verstrekken van prestarters en speenvoeders zorgt voor de overige 5 tot 10 procent van de gemiddelde 7,5 kilo bij spenen. Vers, onbeperkt, rein en in kleine porties (VORK) bijvoeren, bevordert de ontwikkeling van een goede maag- en darmgezondheid.


Volgens Königkrämer is de conversie van de voeders voor spenen iets hoger dan 1 kilo voer per kilo groei. 'Heeft een big 400 gram voer opgenomen, dan is deze daar ongeveer 350 gram van gegroeid. Bij een toom met dertien biggen is dat toch bijna 5 kilo gewicht erbij.'


Geslaagde zoogperiode

Het resultaat van een geslaagde zoogperiode is een hoog gemiddeld toomgewicht bij spenen. Volgens Königkrämer moet, uitgaande van spenen, op 26 dagen na de geboorte een toomgewicht kunnen worden gehaald van ruim 90 kilo bij gelten tot tegen de 100 kilo bij vitale oudereworpszeugen met een goede uier.

'Minder dan 90 kilo toomgewicht spenen, is ook praktijk. En daar is nog veel werk aan de winkel', stelt Königkrämer.

'Een tweefasenconcept lactovoer bewerkstelligt een vlotte opstart en een hoge melkproductie. En het helpt zeugen richting 100 kilo toom spenen. Een hoger toomgewicht bij spenen betekent vaak ook een betere uniformiteit en bigkwaliteit.'


Ruth van der Haar ziet het gemiddelde geboortegewicht van biggen op het zeugenbedrijf stijgen.
Ruth van der Haar ziet het gemiddelde geboortegewicht van biggen op het zeugenbedrijf stijgen. © Koos Groenewold


200 gram per big erbij betekent forse vitaliteitsimpuls

Elke drie weken genereert zeugenhouder Ruth van der Haar in Collendoorn een nieuwe datastroom. Binnen 24 uur na de geboorte worden de biggen gewogen en krijgen ze een oormerk met transponder. Naast het geboortegewicht worden individuele diergegevens digitaal gekoppeld. Tussendoor weegt ze individuele biggen niet meer. 'Daarvoor heb ik handjes tekort en die extra weeggegevens moeten wel iets toevoegen.' Vijf jaar individueel wegen van pasgeboren biggen en digitaal vastleggen levert Van der Haar in enkele muisklikken een interessante lijngrafiek op. De trendmatige stijging van het gemiddelde geboortegewicht springt het eerst in het oog. 'In 2015 woog een big gemiddeld rond de 1.300 gram, nu is dat rond de 1.500 gram. Die 2 ons per big erbij betekent een forse vitaliteitsimpuls.' Ook de schommelingen van de geboortegewichten binnen een jaar zijn minder groot geworden. 'De pieken en dalen die zijn te wijten aan seizoensverschillen zitten dichter bijeen.' Een van de redenen voor de hogere geboortegewichten schrijft Van der Haar toe aan de verandering van de eindbeer. 'De Hypor Maxter levert zwaardere tomen dan de Piéteraineindbeer die we daarvoor gebruikten.' De zwaardere biggen groeien in het kraamhok ook harder. Tomen worden op 26 dagen gespeend met een gemiddeld toomgewicht van 95 tot 96 kilo. 'De verandering van de voerstrategie aan het eind van de dracht is een goede zet geweest. Sinds we een een prelactovoer inzetten, starten de biest- en melkproductie van de zeugen beter op. De biggen aan de achterste tepels zijn nog altijd het lichtst bij spenen. Mogelijk is de uierkwaliteit via voeding en fokkerij bij te sturen.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Donderdag
    6° / 4°
    60 %
  • Vrijdag
    6° / 3°
    70 %
  • Zaterdag
    5° / 1°
    20 %
Meer weer