Bestaat+de+ideale+spekdikte+bij+zeugen%3F
Achtergrond
© De Snuitgeverij

Bestaat de ideale spekdikte bij zeugen?

Sinds enige tijd woedt een discussie over de ideale spekdikte. Zeugenhouder Rik Rotink uit Aalten zwengelde deze aan tijdens de regiotap van ForFarmers. Hij wil bij spenen minimaal 10 millimeter spek op zijn zeugen. Hoe kijken de fokkerijorganisaties daartegenaan?

Eén zaak is duidelijk: de diverse zeugenlijnen die momenteel op de bedrijven worden ingezet, zijn flink magerder dan die van zo'n tien jaar geleden. Dat komt doordat fokkerijorganisaties zijn gaan selecteren op vleesvarkenseigenschappen. Met als doel nog betere prestaties bij de vleesvarkens.

Een belangrijk criterium is een lage voerconversie. Dat is vrij eenvoudig haalbaar als een varken meer spier en minder spek aanzet. Gevolg is dan ook dat de spekdikte in de zeugenlijnen is afgenomen.

Niet zomaar te weinig spek

Kan de spekdikte bij de zeugen dan te laag worden? Daar kan Arno Joosten, adviseur reproductie bij Topigs Norsvin, niet zomaar een antwoord op geven. 'Ik kan niet zeggen dat de spekdikte geen rol speelt bij de resultaten. Als ik kijk naar al het cijfermateriaal dat ik onder ogen krijg, is mijn conclusie dat te weinig spek niet zomaar aan de orde is.'

Gewicht en gewichtsontwikkeling belangrijkste criteria

Arno Joosten, adviseur reproductie bij Topigs Norsvin

Ook zeugen met maar 10 millimeter spek na spenen presteren vaak prima, geeft Joosten aan. Wel is duidelijk dat zeugen te veel spek kunnen hebben, 14 millimeter of meer. 'Die dieren scoren het slechtst. De cijfers laten duidelijk zien dat gewicht en gewichtsontwikkeling de belangrijkste criteria zijn.'

Joosten baseert zich op cijfers als afbigpercentage, doodgeboren biggen en het aantal gespeende biggen, zoals die vanuit de managementprogramma's beschikbaar komen. Daarbij gaat het niet alleen om de huidige worp, maar vooral ook om de volgende. En het aantal worpen waarbij zeugen goed presteren. Die cijfers legt hij naast de beschikbare cijfers van gewichten en spekdikte. Zeugen met 10 tot 13 millimeter spek na spenen presteren dan meestal het best. Die halen een 4 procent hoger afbigpercentage en spenen meer biggen.


Relatie gewicht en groei in dracht

De relatie met gewicht en groei in de dracht is duidelijker. Als zeugen bij de eerste keer insemineren te licht zijn, presteren ze minder. Zeker de tweede worp valt dan flink tegen. Een bekend fenomeen. Daarom is het advies dat een zeug bij de eerste keer insemineren 160 tot 180 kilo moet wegen. 'Niet meer en niet minder', zegt Joosten.

Tijdens de eerste dracht noemt de adviseur een groei van 60 kilo gewenst. Dat is de groei van de zeug zelf, de biggen en het vruchtwater. Bij de oudere zeugen is een groei van 50 kilo in de dracht voldoende. Bij het werpen en tijdens de zoogperiode verliest een zeug dan 30 tot 40 kilo gewicht. Tijdens de dracht moet de zeug dat gewichtsverlies weer goedmaken. Vooral in de eerste vijf weken. Als dat lukt, werpen ze meer en betere biggen.

Eerste keer insemineren

Gewicht en gewichtsontwikkeling is ook bij Danic het hoofdpunt om te komen tot goede prestaties. 'Naar de spekdikte wordt pas in tweede instantie gekeken', zegt accountmanager Otto Offenberg van NextGenetix. 'We vinden het vooral erg belangrijk de opfokzeugen goed op gewicht te hebben bij de eerste keer insemineren.'

Doel is insemineren bij 250 dagen en een gewicht van 150 tot 155 kilo. De gelten zullen dan zo'n 11 tot 13 millimeter spek hebben, maar volgens Offenberg kijken de meeste zeugenhouders daar niet meer naar. In de eerste dracht mag een zeug dan zo'n 60 tot 70 kilo groeien.

'Door je aan deze groei te houden, krijgen de zeugen genoeg body om veel biggen groot te kunnen brengen', zegt Offenberg. 'Een kleine zeug kan niet genoeg biggen spenen. Zijn de zeugen goed gegroeid in de eerste dracht, dan komen ze doorgaans ook in een naar verhouding goede conditie uit het kraamhok. De volgende worpen loopt het dan ook goed.' Alleen als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het niet lekker loopt, wordt er volgens Offenberg ook naar de spekdikte gekeken. Dat is bijvoorbeeld het geval als er schouderwonden ontstaan.


Aanleg goed

Qua fokkerij zal Danic zich niet richten op meer of minder spek. 'De huidige aanleg is goed', stelt Offenberg. 'Meer spek is niet gewenst, want zeugen met te veel spek hebben ook eerder problemen met de kwaliteit van de achterste kwartieren. Die gaan sneller vervetten en produceren dan minder melk. En dat blijft hun hele leven een probleem. Het zal leiden tot minder gespeende biggen en meer variatie in de biggen. Ook als je extra wil voeren om de spekdikte te verhogen, moet je daarop letten.'

Er is overigens ook geen directe noodzaak om de aanleg voor spekdikte verder te verlagen. Er is juist vraag naar vettere vleesvarkens. Als varkenshouders op korte termijn vettere dieren willen, is daar gemakkelijk op te sturen met de eindbeerkeuze en/of een aangepast voer.

Streven naar minimaal 10 millimeter spek bij spenen
Twee tot drie keer per jaar laat Rik Rotink de spekdikte van zijn zeugen checken. Zijn streven is minimaal 10 millimeter spek bij spenen. 'Zeugen met te weinig spek worden minder goed dragend en werpen kleinere tomen bij de volgende worp. Ze hebben niet genoeg weerstand en er is meer risico op schouderwonden.' Om voldoende spek op de zeugen te krijgen, zit er in het drachtvoer iets minder eiwit per energiewaarde (ew). De zeugen krijgen zo wat extra energie, waardoor ze het verlies van 2 tot 3 millimeter spek tijdens het zogen kunnen compenseren. Daarnaast checkt Rotink het gewicht van de opfokzeugen een maand voor eerste inseminatie. Te lichte gelten kan hij dan extra voeren of hij laat ze overlopen.

Weer

  • Zaterdag
    16° / 11°
    20 %
  • Zondag
    16° / 10°
    75 %
  • Maandag
    18° / 14°
    50 %
Meer weer