Staartbijten+valt+nog+niet+uit+te+bannen
Achtergrond
© snuitgeverij

Staartbijten valt nog niet uit te bannen

De varkenssector mag hopen dat een coupeerverbod nog ver in de toekomst ligt. Onderzoek wijst uit dat het houden van varkens met intacte staarten nog niet mogelijk is zonder staartbijten. Er is nog veel tijd en geld nodig om die omslag wel verantwoord te kunnen maken.

Tijdens de LIV in Venray werden de resultaten van de eerste stap in het routeplan ‘Varkens houden met een krul’ van de Werkgroep Krulstaart gepresenteerd. Het ging over ervaringen met het houden van varkens met intacte staarten bij het bijna twee jaar durende demonstratieproject bij het Varkens Innovatie Centrum (VIC) in Sterksel.
Marion Kluivers van Wageningen UR lichtte de resultaten toe van het praktijkonderzoek met 117 tomen. In totaal zijn 1.428 varkens met intacte staarten van geboorte tot de slacht gevolgd.
De dieren werden onder standaard omstandigheden gehouden met verschillende afleidingsmaterialen. De dierverzorgers beschikten over ‘het vangnet’, extra maatregelen om staartbijten in te dammen.

10 procent met staartwonden

Uit het onderzoek blijkt dat bij gemiddeld 10 procent van de gespeende biggen en vleesvarkens een staartwond optrad. Vanaf een leeftijd van vier weken verandert er niet zo veel meer in de mate van staartbeschadigingen.
Tussen tomen bestaan wel flinke verschillen in de ernst en frequentie van staartverwondingen. Bij iets meer dan 80 procent van de slachtrijpe vleesvarkens werd uiteindelijk geen zichtbare schade aan de staarten vastgesteld.
Om tot die resultaten te komen is bij 16 procent van de tomen met gespeende biggen gedurende enkele dagen tot weken gebruik gemaakt van het vangnet. Bij vleesvarkens was het nemen van extra maatregelen nodig bij maar liefst 36 procent van de tomen.
‘Voor het verhelpen van bijtproblemen bestaat geen gouden standaard’, benadrukt Kluivers. ‘Oftewel: er is niet één oplossing die in elk geval altijd effectief is. De ervaring en alertheid van dierverzorgers zorgen voor een toename van het succeseffect.’

De fanatieke staartbijter

De onderzoeker maakt onderscheid in drie categorieën staartbijters: sabbelen aan de staart dat uitmondt in bijten, de plotseling agressieve staartbijter vanwege frustratie om gebrek aan voer of een ligplek en de fanatieke staartbijter.
‘De fanatieke staartbijter is een varken dat continue zoekt naar een staart, mogelijk door een gebrek aan nutriënten’, licht Kluivers toe. ‘Zo’n obsessieve staartbijter is niet te handhaven en dient apart gezet te worden, net als slachtoffers met ernstige staartwonden. Het hebben van voldoende individuele noodopvang is een must.’

Al in de kraamstal

Volgens Kluivers ontstaat bijtgedrag vaak al in de kraamstal. ‘Als zogende biggen al bijten aan elkaar en aan hun moeder, dan is het risico op bijtproblemen binnen die toom later ook groter.’ Ook waarschuwt Kluivers varkenshouders om voerbakken niet leeg te laten raken bij gespeende biggen. ‘Daarmee vergroot je risico’s op bijterij.’
Het beperken van bijtproblemen en weten welke maatregelen het best passen bij een bedrijf is volgens Kluivers goed te leren. ‘Vakenshouders hoeven niet méér naar het gedrag van hun dieren te kijken, maar wel op een andere manier.’

Bekijk meer over:

Weer

  • Donderdag
    21° / 7°
    10 %
  • Vrijdag
    20° / 9°
    30 %
  • Zaterdag
    18° / 9°
    30 %
Meer weer