Melkveehouderij stoot fors minder broeikasgassen uit door ketenaanpak

Melkveehouders zijn in staat om in vijf jaar tijd de uitstoot van broeikasgassen met een derde terug te brengen. Dat is het resultaat van een brede samenwerking in de keten. Deelnemende boeren zijn enthousiast over de inzichten.

Grote methaanwinst wordt behaald in de pens van koeien.
© Job Hiddink

De uitstoot van broeikasgassen met 50 procent verminderen in 2030 en maatregelen zoveel mogelijk opschalen. Dat was het doel van de publiek-private samenwerking ‘Low Carbon Dairy’. Op een symposium op de Dairy Campus in Leeuwarden deelden de betrokkenen de resultaten.

In de vijf jaar dat de samenwerking loopt, hebben de deelnemende melkveehouders een derde van hun uitstoot verminderd. ‘De effectiefste maatregelen zijn koegerelateerd,’ vertelt Janet Bakker, projectleider vanuit het traject van CONO Kaasmakers. ‘Een voeradditief toepassen om methaanuitstoot te verminderen, zorgde voor een grote reductie.’

Ook keuzes maken in de aanvoerbronnen werkt. ‘Het bleek effectief om de voetafdruk van krachtvoer te verlagen door te werken met bijproducten als bierbostel’, zegt Bakker. Wel vormden de beschikbaarheid en de prijs van bijproducten een aandachtspunt. Verduurzaming van het energiegebruik droeg minimaal bij aan de uitstootreductie.

Emissies, zoals koolstof, zijn een gat in de kringloop; je hebt er niets aan

Bart Hooch Antink, melkveehouder in Koekange (DR)

Tijdens de coronapandemie kwamen twee ketens in de zuivelsector met het plan. CONO Kaasmakers startte met Ben & Jerry’s aan boord en Vreugdenhil Dairy Foods vond in de samenwerking de Zwitserse multinational Nestlé achter zich.

Nestlé is nadrukkelijk aan boord bij de pilots op Nederlandse bodem. Ook al is het bedrijf een wereldwijd levensmiddelenconcern, betrokkenheid is niet voor niets. ‘Maar 10 procent van onze CO2-voetafdruk komt uit onze eigen fabrieken tegenover 70 procent vanuit grondstoffen. De helft daarvan komt van zuivel. Genoeg reden om actie te ondernemen. We hebben de keten nodig’, zegt duurzaamheidsmanager Klaas Cuperus van Nestlé.

Het consortium werd compleet gemaakt door onderzoekers, adviseurs, toeleveranciers en banken. PPP-Agro Advies tekende voor de praktische begeleiding van de deelnemende boeren. Wageningen University & Research (WUR) bracht de wetenschappelijke component in. De overheid legde de helft van de financiering bij.

In de wachtrij

Het opschalen van de pilots is succesvol te noemen. ‘Inmiddels staan de boeren bij Vreugdenhil in de rij’, merkt WUR-onderzoeker Alfons Beldman op. ‘We zijn gegroeid richting 150 deelnemers’, vertelt Edith van Munster, programmamanager van het traject vanuit Vreugdenhil Dairy Foods. Toen Vreugdenhil en Nestlé het traject in 2019 opstartten, stapten de eerste 17 pioniers in. Dat aantal is bijna vertienvoudigd.

Het enthousiasme is goed te verklaren. ‘Het koolstofverhaal gaat niet zomaar weg’, zegt Beldman. De overheid blijft beleid maken om de klimaatdoelen te halen. Door vroeg in te stappen, houden boeren zelf het initiatief. De overheid komt met uitstootnormen voor methaanuitstoot. Zuivelfabrikanten voeren prijsprikkels in voor hun eigen duurzaamheidsdoelen.

‘Een boer denkt: ik moet snappen hoe het in elkaar zit. Dan weet ik waar ik aan toe ben als er iets nieuws op me afkomt’, zegt de WUR-onderzoeker.

Lees ook: Inkomen extensief en intensief melkveebedrijf onder druk door stikstofmaatregelen

Voor melkveehouder Bart Hooch Antink uit het Drentse Koekange was deelname ook een stap richting effectievere bedrijfsvoering. ‘Emissies zoals koolstof zijn in feite een gat in de kringloop. Je hebt er niks aan. Dat gat dichten betekent voor mij het bedrijf sterker maken. Dat kan door gebruik te maken van minder aanvoer of te sturen op meer opbrengst.’

Hooch Antink heeft zich vooral gefocust op zijn aanvoerbronnen. ‘Ik heb gekeken naar krachtvoer met een lage CO2-voetafdruk en naar bijproducten in het rantsoen.’ Ook heeft de ondernemer grasklaver gezaaid om het gebruik van kunstmest terug te dringen. ‘Klaver zaaien is niet zo moeilijk, maar het goed houden was een uitdaging’, merkt hij op. ‘Of dat lukt, verschilt van perceel tot perceel.’

Grasklaver reduceert de koolstofuitstoot, maar groeit niet op stikstofrijke bodems.
Grasklaver reduceert de koolstofuitstoot, maar groeit niet op stikstofrijke bodems. © Job Hiddink

Hooch Antink is niet de enige op het Low Carbon Dairy-symposium die de rol van grasklaver benoemt. Grasklaver blijkt illustratief voor wat er komt kijken bij het terugdringen van de uitstoot. Het vraagt enige lef en discipline.

Het effect van grasklaver merkt een boer pas na een jaar in de boekhouding. Niet iedereen is in de tussentijd in staat om de neiging te onderdrukken om toch nog wat kunstmest bij te strooien, vooral als grasklaver in het koude, natte voorjaar nog niet opkomt. Terwijl dat juist averechts werkt. Grasklaver komt niet op bij hoge stikstofconcentraties in de bodem.

Bij het terugdringen van de uitstoot zijn melkveehouders op veen in het nadeel bij hun collega’s op zand en klei. Uit de resultaten bij Vreugdenhil en Nestlé bleek dat de koplopers op veen tot nu toe 26 procent reductie hebben gerealiseerd. Koplopers op zand behaalden 38 procent reductie. Klei zit ertussenin met 33 procent.

Laaghangende fruit is al geplukt

Veenbedrijven kennen over het algemeen veel weidegang. Effectieve maatregelen in de stal leveren daarom voor deze bedrijven minder op. Op de vraag of 50 procent reductie van broeikasgassen in 2030 haalbaar is, antwoordt Beldman: ‘Het is ambitieus, maar het kost geld.’ Van Munster vult aan: ‘Het laaghangende fruit is nu al wel geplukt.’

De komende vier jaar moeten uitwijzen of een halvering erin zit. De WUR-onderzoeker schat in dat nog enkele procenten winst te behalen zijn door de bedrijfsvoering effectiever te maken. Dat is niet alleen goed voor het klimaat, maar het levert de boer ook geld op. Daarna komen de duurdere structurele aanpassingen aan bod.


Doel emissiereductie is ook op papier net te ambitieus

De doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen op een melkveebedrijf uiterlijk in 2030 te halveren, ligt net buiten bereik. Dit blijkt uit een modelstudie, die Wageningen Social & Environmental Research uitvoerde binnen de publiek-private samenwerking ‘Low Carbon Dairy’. De conclusie sluit aan bij de bevindingen in het veld.

Akke Kok was een van de onderzoekers die meewerkte aan het onderzoek. Zij liet onlangs op het symposium in Leeuwarden zien dat een pakket van tien maatregelen een reductie van ongeveer 44 procent oplevert.

Maar dat is niet alles: het halveren van de broeikasgasuitstoot op het boerenerf brengt 2,50 tot 4 euro aan extra kosten per 100 kilo melk met zich mee. ‘De meeste koolstofwinst is te halen door het toepassen van voeradditieven die de methaanuitstoot remmen’, stelt Kok. Dit levert een uitstootreductie op van 13 tot 15 procent.

Lees ook: Emissiereductie kost melkveehouder minimaal 2,50 euro per 100 kilo melk

Ook mestvergisting is met 7 tot 10 procent een grote klapper. Het gebruik van krachtvoer met een lage CO2-voetafdruk is interessant voor intensieve veehouders. Bij hen heeft krachtvoer een groot aandeel in het rantsoen. Emissies kunnen hierdoor met wel 12 procent worden gereduceerd. Het omschakelen naar HVO-diesel en kunstmest met een lage CO2-voetafdruk komt minder positief uit de studie. Deze maatregelen kosten de boer niet alleen veel geld, maar leveren in verhouding weinig reductie op.

De modelstudie is uitgevoerd op basis van drie standaardbedrijven: een extensief bedrijf met 2.300 uur beweiding per jaar op veen en een intensief melkveebedrijf op zand zonder weidegang. Het bedrijf op kleigrond zit daar tussenin.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    10° / 3°
    20 %
  • Maandag
    10° / 1°
    10 %
  • Dinsdag
    9° / 3°
    20 %
Meer weer