Indrukwekkende bedrijfsontwikkeling dankzij automatisering

Hectiek en rust liggen dicht bij elkaar op het erf van de familie Neijs in het Noord-Brabantse Rijsbergen. De grote loonwerktak met grondverzet en op- en overslag kent hectische pieken, maar in de melkveestal overheerst de rust dankzij zeven Lely Astronaut-melkrobots.

Indrukwekkende+bedrijfsontwikkeling+dankzij+automatisering
Lely
© Peter Roek

In een krappe twintig jaar tijd bouwde Gerwin Neijs het ouderlijk gemengde melkvee- en varkensbedrijf uit van veertig koeien naar de huidige omvang. Onlangs is de stal uitgebreid en zijn zes nieuwe Astronaut A5 Next-melkrobots in gebruik genomen. Dat het melkveebedrijf van Neijs vandaag 4,2 miljoen kilo melk zou afleveren, had hij twintig jaar geleden niet in kunnen schatten, toen hij met zijn ouders het melkveebedrijf met een kleine varkenstak runde. ‘Mijn droom op de landbouwschool was 120 koeien melken’, glimlacht de ondernemer. ‘Dat was mijn stip op de horizon.’

Mijn droom op de landbouwschool was 120 koeien melken; dat was mijn stip op de horizon

Gerwin Neijs, melkveehouder en loonwerker in Rijsbergen NB)

Dat het soms anders loopt dan je vooraf bedenkt, heeft Neijs ondervonden toen zijn zelf gestarte loonbedrijf steeds meer klanten kreeg. ‘In 2007 begon ik met loonwerk nadat ik een paar jaar in loondienst bij een loonwerker had gewerkt. Dat liep boven verwachting goed, waardoor ik al vrij snel met personeel ging werken. Om dat allemaal te combineren met een melkveetak, besloten we in 2007 een melkrobot te plaatsen’, vertelt hij. Dat werd een nieuwe Lely A3, die het koppel van 50 koeien prima aankon.

De ideale stalindeling voor melkrobots
In de jaren die volgden, investeerde Gerwin Neijs in zijn loonwerktak en kocht hij voor de melkveetak quotum bij. De stal uit 1974 werd te klein voor de uitdijende veestapel. In 2010 werd daarom een nieuwe stal opgeleverd, volledig ingericht op automatisch melken. ‘De blauwdruk van die stal kwam van Lely. Ron Basten, onze projectleider uit 2007, heb ik gevraagd hoe de ideale robotstal eruit zou zien. Die stal is uiteindelijk ook gerealiseerd’, blikt Neijs terug. ‘Een stal met de zorgkoeien en kalfkoeien voor in de stal, vlak bij de robots en verder volledig vrij koeverkeer.’ De A3 uit de oude stal werd ingeruild voor een nieuwe A3 Next in de nieuwe stal. In 2012 kwam een tweede A3 Next om de groeiende veestapel te melken.

Met 120 koeien in een nieuwe stal was de jongensdroom van Neijs gerealiseerd. Maar in aanloop naar het quotumloze tijdperk bleef het bedrijf verder groeien. ‘In de nieuwe stal hadden we alvast voorgesorteerd op verdere groei door een derde robotruimte te realiseren. In 2015 hebben we daar een derde gebruikte A3 Next geïnstalleerd en alvast voorbereidingen getroffen voor een toekomstige uitbreiding door de varkenstak te saneren en de ammoniakruimte om te wisselen voor melkvee’, legt de ondernemer uit.

Volgens Neijs is groei op zichzelf geen doel geweest, maar vooral een samenloop van omstandigheden. ‘Het loonwerkbedrijf was inmiddels ook flink gegroeid in deze melkveeregio. We begonnen laagdrempelig met een trekker en een grondkar en hebben dat in de loop van de jaren uitgebreid naar alle werkzaamheden, van zaaien tot oogst.’

De loonwerktak van het bedrijf is in de loop van de jaren flink uitgebreid.
De loonwerktak van het bedrijf is in de loop van de jaren flink uitgebreid. © Peter Roek

Een grotere schaal bij melkvee en loonwerk geeft mogelijkheden om meer arbeidsuren te bieden aan de medewerkers, legt de ondernemer uit. “Het is wel een bewuste keuze geweest om altijd ruim in het jongvee te zitten. Al het vrouwelijk jongvee houden we aan, zodat er direct aanwas klaarstaat bij een groeistap.’ Die strategie wierp zijn vruchten af toen de kans zich voordeed om het jongvee uit te besteden bij derden. Een vierde robot, een gebruikte A3, deed op dat moment zijn intrede. Die werd in de oude stal geplaatst, waardoor deze weer als koeienstal in gebruik genomen werd, gevuld met eigen vaarzen.

Met een nieuwe melktrein in de nieuwe stal kan ik tot het einde van mijn carrière vooruit

Gerwin Neijs, melkveehouder en loonwerker in Rijsbergen (NB)

Na aankoop van een externe jongveelocatie in 2020 begon de ondernemer met de laatste ontwikkeling die in 2025 is afgerond. Bij deze ontwikkeling werden twee A3 Next-melkrobots en de A3 uit de oude stal ingeruild voor zes A5 Next-melkrobots. Eén A3 Next mocht gaan draaien in de oude stal. ‘De A3 Next-robots functioneerden nog prima, maar we hebben ze vooral uit praktisch oogpunt ingeruild. Met een nieuwe melktrein in de nieuwe stal kan ik tot het einde van mijn carrière vooruit. De volgende keuze is dan eventueel voor een volgende generatie’, vertelt Neijs, die met zijn partner Angela en hun dochter van 11 jaar en zoon van 7 jaar het gezin vormt.

Melkveebedrijf Neijs beschikt inmiddels over 380 koeien.
Melkveebedrijf Neijs beschikt inmiddels over 380 koeien. © Peter Roek

Bij een nieuwere robot horen natuurlijk ook andere functionaliteiten. ‘Bij de herkenning met pootresponders die we hadden bij de A3 Next en de positiebepaling met weegcellen waren er weleens wat problemen. Met de camera’s van de A5 Next en de halsbanden met tochtdetectie en herkauwactiviteit zijn die problemen verleden tijd’, vertelt de ondernemer. ‘Maar het grootste voordeel zit in de volledig elektrisch aangedreven arm. Het zwakke punt van de A3 Next was de vele loopuren van de compressor. Dat is bij de A5 Next niet meer aan de orde.’

Met de bedrijfsontwikkeling die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden, is Neijs ervaringsdeskundige geworden over de ideale veebezetting per melkrobot. Er waren perioden dat een enkele robot 75 koeien moest melken. Dat was in de bedrijfsopzet van Neijs niet ideaal. ‘Met 55 koeien per robot is er ruimte voor onderhoud en zorgen eventuele storingen niet meteen voor lange wachtlijsten. We werken met personeel en dan moet het werk ook enigszins te plannen zijn.’

Met 55 koeien per robot is er ruimte voor onderhoud en zorgen eventuele storingen niet meteen voor lange wachtlijsten

Gerwin Neijs, melkveehouder en loonwerker in Rijsbergen (NB)

Dagelijks begint de dag in de stal om 7.00 uur. De avondronde begint om 18.00 uur. De werkzaamheden nemen bij elkaar zo’n tweeënhalf uur in beslag, inclusief het voeren van de kalveren. Tussen de koeien werken meerdere fulltimers en parttimers. Dat vraagt om een goede afstemming en protocollair werken, benadrukt de ondernemer. ‘We hebben een groepsapp waarin we (be)handelingen delen, met een papieren controle ernaast. Onze medewerkster Ilse Verschuren, verantwoordelijk voor vruchtbaarheid, houdt de tochtigheden bij in de Horizon App en stuurt daar ook de routing aan, zodat de tochtige koeien klaarstaan voor de inseminator, die hier dagelijks komt.’

Volgens Neijs ben je als robotbedrijf een aantrekkelijke werkgever. ‘Er zit veel diversiteit in het werk. Je bent niet alleen maar melkstellen aan het onderhangen. We hebben verhoudingsgewijs ook veel vrouwelijke medewerkers.’

De Lely Discovery Scraper-mestrobot schuift mest door de roostervloer heen.
De Lely Discovery Scraper-mestrobot schuift mest door de roostervloer heen. © Peter Roek

In de ontwikkeling van Melkveebedrijf Neijs is de stal ondertussen aardig roodgekleurd. Naast de zeven melkrobots draaien er op het bedrijf vier Juno-voeraanschuifrobots, drie Discovery Scraper-mestrobots, vijf Lena Luna-koeborstels en staan er ook nog twee Cosmix-voerstations in de nieuwe stal. De krachtvoerboxen zijn een bewuste keuze, zegt de ondernemer. ‘Een melkrobot is geen krachtvoerbox’, klinkt het simpel. ‘We houden het graag overzichtelijk. Daarom lopen alle koeien in één groep en voeren we één rantsoen aan alle melkgevende dieren. Dat maakt het overzichtelijk voor iedereen.’

Gerwin Neijs uit Rijsbergen bij een van zijn vele robots.
Gerwin Neijs uit Rijsbergen bij een van zijn vele robots. © Peter Roek

Verdere bedrijfsontwikkeling in de melkveetak ziet Neijs vooral in optimalisatie. ‘Op de jongveelocatie gaan we een nieuwe jongveestal bouwen. Mochten er kansen komen, dan kijken we daarnaar. Maar voor nu zijn we heel tevreden waar het bedrijf staat.’

Bedrijfsgegevens
Gerwin Neijs (46) runt Melkveebedrijf Neijs en Loon- en grondwerkbedrijf Neijs in het Noord-Brabantse Rijsbergen. Het loonbedrijf omvat alle werkzaamheden voor voerwinning, grondwerk en op- en overslag. Het melkveebedrijf telt ongeveer 380 koeien met bijbehorend jongvee, verspreid over twee locaties. De gemiddelde productie bedraagt 11.500 kilo melk met 4,45 procent vet en 3,45 procent eiwit. Het gemiddelde celgetal bedraagt 200.000. Op beide bedrijven werken in totaal twintig fulltimemedewerkers, van wie vier op het melkveebedrijf. Daarnaast zijn er nog losse oproepkrachten in beide takken.

Dit artikel is gecreëerd door onze kennispartner Lely Nederland


Lely

Als internationaal familiebedrijf in de agrisector zijn we dagelijks bezig het leven van veehouders aangenamer te maken met innovatieve oplossingen en gerichte...

Lees verder »

Meer van Lely

Lees ook

Meer artikelen van Lely »

Artikelen over Lely