Analyse: stikstofplannen leiden tot forse krimp veehouderij

De stikstofaanpak van het kabinet leidt naar verwachting tot een krimp van de veehouderij van 10 tot 30 procent, oftewel een afname van zo’n drieduizend bedrijven. Dat blijkt een analyse van de voorstellen die Wageningen Social & Economic Research (WSER) maakte in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).

Volgens Wageningen Social & Economic Research zal de stikstofaanpak van het kabinet leiden tot een krimp van de veehouderij van 10 tot 30 procent.
© Marcel Berendsen

De krimp zal vooral de melkveehouderij hard raken, doordat boeren daar te maken hebben met forse investeringen en hogere kosten om aan nieuwe emissie- en grondgebondenheidsnormen te voldoen. Volgens projectleider en WESR-onderzoeker Petra Berkhout zullen niet alle veehouders die omslag kunnen of willen maken.

‘Niet elke boer kan of wil dat doen - zelfs niet met steun uit het stikstoffonds – bijvoorbeeld vanwege de locatie waar het bedrijf zich bevindt. Dat betekent dat we verwachten dat op termijn 10 tot 30 procent van de veehouders zal kiezen voor bedrijfsbeëindiging vanwege het maatregelpakket’, aldus Berkhout in een toelichting op het rapport.

Kwart boven GVE-norm

Belangrijke oorzaken voor de stijgende kosten voor veehouders zijn de nieuwe bedrijfsspecifieke emissienormen, de zonering rond kwetsbare natuurgebieden en de grondgebondenheidsnorm van maximaal 2,6 grootvee-eenheden (GVE) per hectare. Bijna een kwart van de melkveebedrijven, ruim 3.300 bedrijven, zit momenteel boven die GVE-norm. Twee derde daarvan staat volgens WESR voor een substantiële aanpassing van het bedrijfsmodel.

Om te voldoen aan de GVE-norm, kunnen boeren extra grond kopen of pachten, samenwerken met akkerbouwers binnen 25 kilometer, hun melkveestapel verkleinen of het jongvee (deels) uitbesteden. Pacht of koop van extra grond kost volgens WSER al snel ongeveer 750 euro per GVE per jaar. Melkkoeien wegdoen is nog duurder. Afhankelijk van de melkprijs en de omvang van de krimp bedraagt het inkomenseffect naar schatting 1.000 tot 2.500 euro per melkkoe per jaar.

Ook de emissienormen drukken zwaar op het verdienmodel van melkveehouders. Managementmaatregelen tegen ammoniak kosten grofweg 100 euro per koe per jaar. Innovatieve staltechnieken kosten jaarlijks zo’n 200 tot 300 euro per koe en vragen daarnaast investeringen tot zo’n 1.800 euro per koe. Minder dieren houden om de emissienorm te halen is gemiddeld het duurst, met een inkomenseffect van zo’n 1.500 tot 2.500 euro per afgestoten koe per jaar.

Kleine bedrijven stoppen

Door de stikstofplannen kiezen vooral kleine bedrijven voor een beëindigingsregeling, verwacht WESR. Dit zou ook in lijn zijn met de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, waarin het aantal zeer kleine, kleine en middelgrote bedrijven fors is gedaald en de blijvers in omvang zijn toegenomen. De onderzoekers verwachten daarom dat vooral grote bedrijven voldoende financiële slagkracht hebben om te investeren en landbouwproductie als belangrijkste verdienmodel te behouden.

Middelgrote bedrijven staan volgens Berkhout voor een lastige keuze. ‘De middelgrote bedrijven moeten de komende tijd moeilijke keuzes maken: gaan we investeren, verder verduurzamen en uitbreiden of gaan we extensiveren en er iets anders bij doen? Bij deze afweging is stikstof niet de enige kwestie op het boerenerf. Ook op beleidsterreinen als dierenwelzijn en waterkwaliteit vraagt de maatschappij boeren om forse aanpassingen, die lang niet altijd worden terugverdiend in de markt.’

Miljarden gereserveerd

Het kabinet reserveert tot en met 2035 in totaal 20 miljard euro om de omslag in de landbouw te ondersteunen. Daarvan is 9 miljard euro bestemd voor de gebiedsgerichte aanpak en zonering, 2,75 miljard voor vrijwillige bedrijfsbeëindiging, 2 miljard euro voor managementmaatregelen en innovatie, 2,2 miljard euro voor natuurherstel en 1,2 miljard euro voor agrarisch natuurbeheer. Ook is 215 miljoen euro gereserveerd voor de overgang naar grondgebonden melkveehouderij.

Die steun dekt niet alle kosten die boeren moeten maken. WSER berekent dat het fonds bij een subsidiepercentage van 60 procent voldoende ruimte biedt om minder dan de helft van de melkveebedrijven bij verduurzamingsinvesteringen te ondersteunen. Van de extra jaarlijkse kosten voor managementmaatregelen wordt naar schatting slechts 20 tot 25 procent gedekt.

Gevolgen ingrijpend

Berkhout noemt de gevolgen voor individuele boerenfamilies ingrijpend. Tegelijk verwacht WSER dat de gevolgen voor de totale economie beperkter blijven. De toegevoegde waarde van het gehele agrocomplex krimpt door de aanvullende stikstofmaatregelen naar schatting met maximaal 4 procent.

De voedselzekerheid zal door de stikstofaanpak niet in het geding komen, zegt Berkhout. ‘Alleen voor rundvlees is Nederland netto een kleine importeur. Voor alle andere dierlijke producten geldt dat Nederland anderhalf tot negen keer meer produceert dan consumeert.’'

Lees ook: Maatwerk in zonering, maar wel met stok achter de deur

Ook op Europees niveau leidt een afname van de Nederlandse productie niet tot een lagere beschikbaarheid van dierlijke producten. De Europese markt blijft weliswaar gevoelig voor marktschokken, maar dat ligt aan de afhankelijkheid van de import van voer, meststoffen en energie en niet aan de beschikbaarheid van dierlijke producten uit Nederland, aldus de WESR-analyse.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Vrijdag
    9° / 1°
    5 %
  • Zaterdag
    8° / 1°
    15 %
  • Zondag
    9° / 4°
    25 %
Meer weer