Provincie Noord-Brabant blokkeert nieuwe stal met 'kleinste kamertje'

Nieuwbouw is lastig in Noord-Brabant. De familie Roefs in Loosbroek wil een nieuwe stal bouwen met het koetoilet, dat bij de provincie op de 'menukaart' staat voor emissiereductie. Groeien in aantal dieren is in deze provincie echter geen optie. Zelfs niet met dit 'kleinste kamertje'.

De stal ziet er goed uit, toch is deze aan vervanging toe.
© Studio Van Assendelft

Buiten ligt een schone mestzak. Die lijkt nog niet zo heel lang in gebruik. 'Daar zit urine in. Deze wordt opgevangen in het koetoilet. We mogen die in het kader van een pilot inzetten als kunstmestvervanger. Hiervoor hebben we de erkenning van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het totale plaatje wordt gezien als de toekomst', vertelt melkveehouder Bas Roefs uit Loosbroek trots.

Binnen loopt een koe de krachtvoerbox in, waar ze brokjes krijgt. Aan de achterkant sluit de box, terwijl een apparaat de koe boven de uier masseert. Roefs is erg tevreden over dit systeem, dat inmiddels drie maanden draait. Het koetoilet is even simpel als ingenieus: met de massage stimuleert een mechanisme gedurende twee minuten de urinespier. Daarop gaat de koe mogelijk plassen. De dagelijkse brokgift is over zes porties verdeeld, waardoor de koe regelmatig terugkomt.

De Brabantse ondernemer legt uit: 'Een koe is een leergierig dier. Na drie maanden zien we dat koeien bij vijf van de zes bezoeken per dag daadwerkelijk plassen; dit is meer dan de norm. Doordat we urine direct bij de bron scheiden van de vaste mest, reduceren we de ammoniakuitstoot met wel 50 procent. Daarmee voldoen we ook aan de emissie-eisen die de provincie stelt.'

Er moet gewoon een opening komen om een eind te maken aan de onzekerheid

Bas Roefs, melkveehouder in Loosbroek (NB)

De familie Roefs boert al sinds 1890 op deze boerderij, die volgens het jaartal op de voorgevel uit 1847 stamt. Roefs is de vijfde generatie op dit bedrijf. Zijn vader nam het bedrijf met varkens, koeien en kippen over. Die laatste vertrokken vrij snel na die overname. De varkens, aanvankelijk vleesvarkens, werden in 1987 omgezet in zeugen. Roefs kwam enkele jaren eerder, in 1983, van de landbouwschool en stapte meteen in het ouderlijk bedrijf. Dat was vlak voor de superheffing. De ambitie van Roefs en zijn vader was om naar een melkveebedrijf van 94 koeien te gaan. Dat werd met een toegewezen melkquotum van 120.000 kilo melk – destijds goed voor grofweg 20 melkkoeien – een uitdaging.

In de afgelopen decennia is het bedrijf toch gegroeid. In 1997 werd het oude gedeelte van de ligboxenstal gebouwd en in 2014 volgde een nieuw gedeelte. Toen is de stal ook extra geactualiseerd, met onder andere een 4 centimeter dik ligbed. Ook is de melkstal aangepast van een 4 x 2 visgraat naar een 2 x 8 zij-aan-zij op dezelfde plaats. De melkput is hierdoor met een breedte van 1,10 meter een stuk smaller geworden, maar de apparatuur is onder de vloer weggewerkt: 'Hier kunnen mijn zoon Harm en ik prima samen melken', glimlacht de ondernemer.


De melkstal is aangepast aan het aantal koeien.
De melkstal is aangepast aan het aantal koeien. © Studio Van Assendelft

Hoewel een vol melkmeetglas veel boeren goed doet, streeft de familie niet de hoogste melkproductie na. Roefs: 'We gaan bij het fokdoel niet voor de extreme liters. Ik ga voor beenwerk, klauwen, gehalten en een vruchtbare koe. Dat wil ik combineren met zoveel mogelijk liters, maar de balans is cruciaal.'


Hoornloos

De familie Roefs zet sterk in op hoornloze stieren. 'Dit bespaart de kalveren de stress van het onthoornen en voorkomt de daarbij behorende groeistop. Er zijn bij roodbont volop geschikte hoornloos verervende stieren beschikbaar, meer dan bij zwartbont', vult zoon Harm aan. De daadwerkelijke koppeling van de stier aan de koe wordt gedaan met behulp van het Stieradviesprogramma (SAP) van CRV.

Bij de stierkeuze wordt zowel gebruikgemaakt van geteste stieren als van genomics-stieren. Harm Roefs: 'Die laatsten zijn toch de toekomst?' Op dit moment populaire stieren zijn Bridge P, Seducer P, Drone PP en Ted Talk PP. Ook de niet-hoornloos fokkende allrounder Framework wordt veel ingezet.

In 2015, na de nieuwbouw, had het bedrijf dertig koeien bijgekocht. Door de krimp als gevolg van het fosfaatrechtenstelsel zijn die in de jaren erna weer vertrokken. Vanaf 2018 is het bedrijf geleidelijk gegroeid naar de huidige omvang van 110 koeien.


Levensduur verhogen

Nu het bedrijf de gewenste grootte van circa honderd melkkoeien heeft bereikt, ontstaat ruimte om strenger te selecteren op exterieur en vruchtbaarheid om de levensduur van de veestapel te verhogen. Mede hierdoor wordt ook Belgisch Witblauw ingezet op het ondereind van de veestapel. Harm Roefs doet alle inseminaties zelf. De opfok is vergelijkbaar met veel andere bedrijven. 'De eerste maanden draaien om gezondheid, welzijn, groei en weerstand. De opfok is toch de jeugd van het bedrijf. Het betaalt zich uit in goede koeien', licht Harm Roefs toe.

De kalveren liggen de eerste drieënhalve maand in strohokken. Dit biedt maximaal comfort en hygiëne, wat cruciaal is voor de ontwikkeling van de longen en de algehele gezondheid. De kalveren worden daarbij goed gevoerd. Vervolgens verhuizen ze naar de koeienstal, waar ze in ligboxen liggen en op roosters komen te staan. Hierdoor wennen ze alvast aan het systeem voor later.

De koeien staan jaarrond binnen en krijgen gras, mais, mineralen en Proti+. Dit laatste is een eiwitrijk en smakelijk bijproduct afkomstig van de maisverwerking. Het verhoogt de voeropname en verbetert de technische resultaten. Harm Roefs: 'We voeren dit nu drie jaar. Een voordeel van opstallen is dat de koeien jaarrond een constant rantsoen hebben.'

Daarbij gaat het bedrijf voor een maisrijk rantsoen, onder meer omdat de grasvoorraad beperkt is. De honderd koeien krijgen dagelijks 2.000 kilo mais, 1.400 kilo gras, 500 kilo Protiplus en 7 kilo mineralen. Een deel van de mais wordt aangekocht.


Landwerk uitbesteed

Bij de graswinning wordt het landwerk uitbesteed aan de loonwerker. Het bedrijf van de familie Roefs heeft zelf enkel een hooischudder. 'Voorheen, toen we nog een gemengd bedrijf hadden, was er helemaal geen tijd om op het land te werken. Nu kunnen we wel machines aanschaffen, maar die zijn ook niet goedkoop. En loonwerkers hebben de juiste machines om het snel en efficiënt te doen.'

Daarbij ligt de focus qua investeringen op het melkveebedrijf zelf. Bijvoorbeeld met de aanschaf van een shovel – inmiddels onmisbaar voor Bas Roefs – en het koetoilet. Zoon Harm wil echter verder met het bedrijf. Hij werkt als zzp'er op verschillende melkveebedrijven en ziet dat tweehonderd koeien een mooi aantal is voor de huidige tijd.

Zelf denken ze ook aan een uitbreiding van het aantal koeien. Het liefst in de vorm van een nieuwe 0+6+0-stal, dus met de voergangen aan beide buitenkanten. Daarbij wordt gedacht aan plek voor drie melkrobots. De nieuwe plannen, waarbij de varkens worden omgezet in koeien, zijn door de gemeente goedgekeurd. Roefs: 'Met die 50 procent reductie hebben de 180 koeien een veel lagere ammoniakuitstoot dan de huidige honderd koeien. Dit is innovatie van de bovenste plank. De stal voldoet aan de modernste eisen. Iedereen is enthousiast over dit systeem.'


Het koetoilet zorgt voor emissiereductie.
Het koetoilet zorgt voor emissiereductie. © Studio Van Assendelft

Het probleem is dat provincie Noord-Brabant geen natuurvergunning meer afgeeft voor bedrijven met een uitbreiding van het aantal koeien. Ook niet bij emissiereducerende systemen zoals het koetoilet. 'Dat systeem staat nota bene, naast de Lely Sphere, op de menukaart voor emissiereducerende maatregelen van diezelfde provincie Noord-Brabant', klinkt Bas Roefs ietwat geïrriteerd.

Want zonder vergunning gaat de bouw niet door: 'De bank wil niet meewerken. Je kunt de stal wel bouwen, maar er mag geen enkele koe in worden gehouden. Met de huidige regelgeving word je alle kanten opgestuurd, maar als ondernemer heb je geen enkele zekerheid. Er wordt in deze provincie momenteel geen enkele vergunning meer afgegeven.'

De ondernemer vervolgt: 'Dat was heel anders toen ik ruim veertig jaar geleden van de landbouwschool kwam. Onder toenmalig landbouwminister Gerrit Braks zijn veel nieuwe stallen vergund en gebouwd. Veel van die stallen zijn nu aan vervanging toe. Het aanpassen aan de nieuwe eisen is een optie, maar met een nieuwe stal kun je langer vooruit. Daarmee zitten we nu klem.'

Bas Roefs besluit: 'Het zou goed zijn als de provincie komt kijken naar dit mooie systeem, dat onlangs ook in Vlaanderen is goedgekeurd. Het werkt geweldig. Er moet gewoon een opening komen om een einde te maken aan de onzekerheid voor veel boeren.'


Harm, Bas en Miranda Roefs, melkveehouders in Loosbroek (NB)
Harm, Bas en Miranda Roefs, melkveehouders in Loosbroek (NB) © Studio Van Assendelft


Bedrijfsgegevens

Bas, Miranda en hun zoon Harm Roefs hebben een melkveebedrijf in het Noord-Brabantse Loosbroek (NB). Ze hebben 110 Red Holstein-melkkoeien, waarvan er 100 aan de melk zijn. De gemiddelde melkproductie is 9.100 kilo melk per koe, met 3,78 procent eiwit en 4,80 procent vet. De familie Roefs heeft 26 hectare grond in gebruik, waarvan 19 hectare in eigendom. Hiervan is 21,5 hectare gras en 5,5 hectare mais.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Vrijdag
    13° / 7°
    20 %
  • Zaterdag
    19° / 6°
    30 %
  • Zondag
    13° / 7°
    20 %
Meer weer