Brabantse veehouders maken borst nat voor stallendeadline

Brabantse veehouders moeten vanaf 1 juli 2026 maatregelen hebben getroffen om de ammoniakemissie uit verouderde stallen te verminderen. Ondanks veel protesten van boeren en twijfel over de juridische houdbaarheid van het beleid houdt de provincie vast aan de deadline.

De laatste actie van Brabantse boeren tegen het stallenbeleid was een stil protest.
© ZLTO

Hoe zat het ook alweer met die Brabantse stallendeadline? Veehouders met vijftien tot twintig jaar oude stallen moeten zo snel mogelijk een plan indienen waarin staat hoe zij op 1 juli 2026 aan de normen voldoen. Bedrijven mogen niet meer dieren gaan houden om de kosten van de stalaanpassingen terug te verdienen.

De uitstoot van de Brabantse veehouderijsectoren moet in 2035 gemiddeld met 46 procent zijn gedaald, ten opzichte van 2019. Volgens Gedeputeerde Staten in Noord-Brabant sluit het beleid aan op de gedachtelijn in het ‘Bouwstenenpakket emissiereductie landbouw’, waaraan onder meer LTO Nederland, het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), provincies en gemeenten hebben meegewerkt.

Een grote groep boeren is er totaal niet mee bezig; zij zien wel hoe het loopt

Joey Habraken, portefeuillehouder Beleid en Vergunningen bij BAJK

De provincie kwam vorig jaar vlak voor kerst met een menukaart op de proppen, waarop opties staan voor emissiereducerende technieken die veehouders kunnen kiezen. Maar critici, waaronder ZLTO en de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV), stellen dat veel veehouders ondanks die opties voor een onmogelijke opgave staan.

Los van het ‘onhaalbare tijdspad’ dwingt Noord-Brabant veehouders met deze constructie volgens ZLTO tot het begaan van een overtreding. Ook veehouders zelf en adviesbureaus vrezen dat activistische organisaties de provincie juridisch zullen dwingen om te handhaven.

Een bizarre situatie

Bestuurder Angelique Huijben van de belangenvereniging noemt de situatie ‘bizar’. ‘De provinciale overheid stelt een deadline vast waarvan ze op voorhand weet dat deze niet haalbaar is en zegt vervolgens ook toe bij overschrijding niet te handhaven. Dat is bizar.’

Ze geeft aanvullend aan dat ZLTO niet tegen emissiereductie is. ‘Integendeel, we voelen de verantwoordelijkheid om een duurzame bijdrage te leveren’, lichtte Huijben onlangs in Nieuwe Oogst toe. ‘Wel maken we nadrukkelijk bezwaar tegen een onrealistische deadline voor agrarisch ondernemers.’

Via een kort geding proberen ZLTO, de POV en het Brabants Agrarisch Jongeren Kontakt (BAJK) de datum voor stalaanpassingen uit te stellen. Het is een laatste poging om het tij te keren. ‘Wij vinden dat de provincie moet wachten op de landelijke stikstofmaatregelen’, aldus Joey Habraken, portefeuillehouder Beleid en Vergunningen bij BAJK. ‘We voelen ons genoodzaakt om dit te doen en het is het enige wat we op dit moment nog kunnen betekenen voor onze leden.’

Bij een BAJK-protest in 2017 liepen de emoties hoog op.
Bij een BAJK-protest in 2017 liepen de emoties hoog op. © Jasper Schel

De BAJK-bestuurder vindt het jammer dat het provinciebestuur niet luistert naar de noodkreten van jonge boeren en tuinders. ‘Het strenge stallenbeleid is lang geleden aangekondigd en de deadline is een paar keer uitgesteld. We zijn altijd in gesprek gebleven met de provincie, maar helaas heeft dat niet geholpen. Die 1 juli 2026 krijgen we niet van tafel.’

Het grootste pijnpunt is volgens BAJK het ongelijke speelveld dat de provincie nu creëert. Habraken: ‘We voeren via NAJK lobby, omdat er landelijk beleid aan zit te komen. Het was én is totaal niet logisch dat Noord-Brabant met een eigen menukaart komt. Zo creëer je in een klein land als Nederland een ongelijk speelveld. Dit moet je als provincie toch helemaal niet willen? Los van alle commotie en frustratie, kost ook het een berg geld.’

De Brabantse stikstofgedeputeerde Wilma Dirken zei eerder dit jaar te willen onderzoeken hoe de provincie haar stikstofbeleid kan laten aansluiten op het aangekondigde landelijke beleid. Dirken staat naar eigen zeggen nog steeds achter die uitspraak, maar plaatst wel een kanttekening. ‘Wij zijn benieuwd met welke aanpak het kabinet gaat komen. Maar zolang daar onvoldoende zicht op is, moeten we een eigen koers varen om aan de verplichtingen van de Europese Habitatrichtlijn te kunnen voldoen.’

Gedoogconstructie

De Brabantse jongerenorganisatie kijkt intussen met argusogen naar de gedoogconstructie die de provincie heeft bedacht. Veehouders moeten hun vergunningsaanvraag inwisselen voor een melding met een maatwerkvoorschrift op de Natuurbeschermingswet (NB)-vergunning. ‘Er is veel onduidelijkheid over de waarde daarvan’, stelt Habraken.

‘Hoe zit het bijvoorbeeld met de juridische houdbaarheid? En wat als je op een gegeven moment wilt uitbreiden. Kan dat dan nog op basis van het maatwerkvoorschrift?’, vraagt hij zich af. ‘Zelfs de provincie heeft niet alle antwoorden. Het is dus heel logisch dat veehouders deze constructie niet zien zitten.’

Volg alles wat we schrijven over de stallendeadline op onze overzichtspagina

Dirken gaf recent nog toe dat het gekozen pad niet 100 procent juridisch geborgd is. Toch maakt ze zich daar niet al te druk over. ‘We verwachten niet veel rechtszaken van milieugroeperingen, omdat het gaat om feitelijke emissie- en depositiereductie als natuurbeheermaatregel, zonder uitbreiding van dieren. Daarnaast hebben we in aanloop naar de besluitvorming ook de milieugroeperingen betrokken.’

Habraken ziet onder de BAJK-leden een wisselend beeld. ‘Sommige leden weten goed wat er speelt, zijn boos en stellen vragen omdat er nog veel onduidelijkheid is, terwijl 1 juli snel dichterbij komt. Maar ook hun adviseurs weten niet precies hoe of wat en zijn daarom terughoudend. Ik zie ook dat een grote groep jonge boeren er totaal niet mee bezig is. Die zijn gelaten en zien wel hoe het loopt. Misschien denken ze dat het allemaal wel los zal lopen.’

Boodschap voor jonge boeren

Voor die laatste groep heeft Habraken een boodschap. ‘Je moet als veehouder wel scherp zijn, want de provincie legt de bal met dit beleid nadrukkelijk bij de ondernemer. Als je bij een controle niet aan de omgevingsverordening voldoet, heb je een serieus probleem. Ook al is 1 juli in de praktijk niet haalbaar voor jouw bedrijf, je zult moeten aantonen dat je er alles aan doet en hebt gedaan om aan de emissiereductie te kunnen voldoen.’

Veehouders moeten er dus 'alles aan gedaan hebben' om de deadline te halen. Wanneer bij het toezicht na 1 juli 2026 blijkt dat een bedrijf nog niet voldoet aan de normen voor ‘vermindering ammoniakemissies veehouderijen’ uit de omgevingsverordening, kan er sprake zijn van een overtreding van die verordening.

Volgens Dirken wordt de soep echter niet zo heet gegeten. ‘Als een ondernemer alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kan worden verwacht, maar buiten zijn schuld om nog niet aan de eisen kan voldoen, wordt coulance toegepast. Bijvoorbeeld als de leverancier van een huisvestingssysteem geen mogelijkheid heeft om het systeem op tijd te kunnen installeren, ondanks dat de veehouder deze wel tijdig heeft besteld. Er wordt dan een reële hersteltermijn afgesproken.’

Stikstofgedeputeerde Wilma Dirken verwacht weinig rechtszaken.
Stikstofgedeputeerde Wilma Dirken verwacht weinig rechtszaken. © Wim Hollemans

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) ziet in de juridische onzekerheid, in tegenstelling tot Dirken, wel een flinke horde om de nieuwe emissiearme systemen te financieren. Banken zullen volgens de NVB op basis van dit beleid terughoudend zijn in het verstrekken van leningen.

Veehouders met bepaalde oudere emissiearme stalsystemen krijgen tot 1 januari 2030 de tijd om de werking ervan te onderzoeken. Dit geldt onder meer voor biologische combiluchtwassers bij varkens, volièrehuisvesting bij legkippen en warmtewisselaars bij vleeskuikens.

Veehouders staan hiervoor zelf aan de lat, benadrukt Dirken. ‘Ze kunnen dit samen met fabrikanten en met behulp van onderzoeksinstituten laten onderzoeken. Uiteindelijk zijn zowel ondernemers als fabrikanten erbij gebaat om aan te tonen dat er zekerheid ontstaat over de hoeveelheid reductie.’

Kort geding is voor sector nog de enige optie om deadline van tafel te krijgen
ZLTO, de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV) en het Brabants Agrarisch Jongeren Kontakt (BAJK) spannen samen een kort geding aan tegen provincie Noord-Brabant.

Initiatiefnemer ZLTO ziet naar eigen zeggen ‘geen andere mogelijkheid dan om via een kort geding bij de rechter de datum voor stalaanpassingen van 1 juli 2026 uitgesteld of opgeschort te krijgen’.

In december 2025 stelden Provinciale Staten van Noord-Brabant de wijziging in de Omgevingsverordening vast. Daarmee moesten veehouders ‘oudere’ stallen voor 1 juli van dit jaar laten aanpassen. ‘Toen al bleek dat dit een onhaalbaar tijdspad was’, stelt ZLTO-bestuurder Angelique Huijben.

De partijen vragen de provincie om te wachten op landelijk stikstofbeleid dat voor het begin van het zomerreces wordt verwacht. Huijben: ‘Tot aan deze week hebben we geprobeerd om Gedeputeerde Staten tot meer realistische gedachten te brengen. Dat is helaas niet gelukt. In het belang van onze leden kunnen we daarom niet anders dan de procedure voor een kort geding in gang zetten.’

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    26° / 13°
    5 %
  • Zondag
    24° / 15°
    20 %
  • Maandag
    23° / 14°
    10 %
Meer weer