Instabiele politiek verdeelt boerenstem nog verder
45,2 procent van de agrariërs maakt zich zorgen over de politieke instabiliteit in Nederland, blijkt uit het Nieuwe Oogst Trendonderzoek 2026. Deze zorg overstijgt die over tegenvallende inkomsten (39,3 procent), strengere waternormen (33,5 procent) en het wegvallen van gewasbeschermingsmiddelen (30,9 procent). Daarbij komt dat een nieuw kabinet met de formerende partijen D66 en CDA boeren en tuinders maar weinig vertrouwen inboezemt.
Het Nieuwe Oogst Trendonderzoek 2026 is een opiniepeiling onder boeren en tuinders over agrarisch ondernemen en het ondernemersklimaat in Nederland. De vierde editie van het onderzoek vond plaats van 1 tot en met 17 december 2025. De resultaten werden vastgesteld op basis van een enquête die bestaat uit 38 vragen, en een peiling naar de politieke voorkeur.
Aan de enquête deden 715 boeren en tuinders mee. 44,8 procent is ouder dan 61 jaar, 40,1 procent tussen de 41 en 60 jaar en 15 procent is jonger dan 40 jaar. De sectoren met de grootste vertegenwoordiging zijn de melkveehouderij (39,7 procent) en akkerbouw (29,5 procent). Met 3,4 procent staat de schapenhouderij op drie, gevolgd door de pluimveehouderij (3,4 procent) en fruitteelt (2,6 procent).
Noord-Brabant is met 17,7 procent de meest vertegenwoordigde provincie in het onderzoek, gevolgd door Gelderland (13,6 procent). Daarna komen Overijssel (13,3 procent), Friesland (9,4 procent), Groningen (8,4 procent), Zuid-Holland (6,6 procent) en Noord-Holland (6,3 procent).
Boeren in dubio over doelsturing
Boeren zijn niet overtuigd van het nut van doelsturing. De verdeeldheid over deze bedrijfsspecifieke aanpak voor het reduceren van emissies is groot. Veel ondernemers wachten af hoe de overheid deze systeemwijziging in het landbouwbeleid gaat invullen.
In het Nieuwe Oogst Trendonderzoek 2026 geeft 18,9 procent van de deelnemers aan te willen vasthouden aan het huidige generieke beleid, waarbij voor alle boeren dezelfde maatregelen gelden. 38,8 procent geeft de voorkeur aan een bedrijfsspecifieke aanpak waarbij ieder bedrijf eigen emissieruimte toebedeeld krijgt. De grootste groep (42,2 procent) kan zich vinden in een combinatie van zowel generieke als bedrijfsspecifieke maatregelen.
Doelsturing houdt in dat bedrijven een eigen emissieplafond krijgen. Een klein percentage van 7,3 procent vindt dat een slechte zaak. Een grote meerderheid (68,7 procent) vindt het te vroeg om er iets over te zeggen. Ze wachten op de invulling die de overheid aan het nieuwe beleid geeft. 15,3 procent vindt het een goede zaak. Deze groep wil graag weten wat ze te doen staat.
Uit de reacties bij de vragen over doelsturing blijkt een verdeeldheid tussen akkerbouwers en (melk)veehouders. Een Gelderse akkerbouwer noemt de aanpak een goede zaak, maar denkt wel dat er afhankelijk van de locatie verschillen tussen bedrijven gaan ontstaan. Een akkerbouwer uit Friesland denkt dat doelsturing onvoldoende is om Nederland snel van het stikstofslot te halen.
De meeste veehouders die reageren staan ronduit negatief tegenover doelsturing. Termen als 'schijnzekerheid' en 'bureaucratisch geneuzel' komen voorbij. 'Het is nog te onzeker, maar de boer wordt er wel snel op afgerekend. De bewijslast komt helemaal bij de boer te liggen, terwijl de meetsensoren een afwijking van 40 procent hebben', stelt een Gelderse kalverhouder.
Een varkenshouder uit provincie Noord-Brabant heeft zijn stikstofemissie al met 85 procent teruggebracht en vraagt zich wat hij nog meer kan doen. 'Ik neem aan dat wij klaar zijn wat emissiereductie betreft.'
Weinig vertrouwen in D66 en CDA
Een nieuw kabinet met D66 en CDA, de partijen die momenteel met VVD aan het formeren zijn, draagt er niet aan bij dat boeren meer vertrouwen krijgen in de toekomst van hun bedrijf. Gevraagd naar hun kijk op de formatie geeft slechts 12,2 procent van de agrariërs in het Trendonderzoek 2026 aan dat ze er meer vertrouwen in de toekomst krijgen. Bij een meerderheid van 56,1 procent neemt dat vertrouwen juist af, bij 24,1 procent blijft het gelijk.
Wat veel agrariërs geruststelt, is dat GroenLinks-PvdA tot nu toe niet deelneemt aan de formatiegesprekken. 'D66 is wat realistischer geworden', reageert een Gelderse melkveehouder die hoopt dat de partij van Jesse Klaver buiten het kabinet wordt gehouden.
Uit de antwoorden komt de behoefte naar voren aan een landbouwbeleid dat voor de lange termijn duidelijkheid verschaft. Dit is een terugkerende wens in het jaarlijkse onderzoek. 'Er komt nu wellicht duidelijkheid, al zal dat niet altijd positief uitpakken', zegt een akkerbouwer uit Noord-Brabant. 'Niet langer pappen en nat houden, zoals het huidige kabinet. Keuzes maken en transitie ondersteunen', reageert een multifunctionele ondernemer uit Zuid-Holland.
Een aantal agrariërs verwacht pijnlijke keuzes, maar ze nemen die voor lief als dat duidelijkheid oplevert. 'Het vorige kabinet met PVV en BBB kon niets voor elkaar krijgen. D66 en CDA durven keuzes te maken, die zijn wel pijnlijk voor boeren maar geven ook duidelijkheid', zegt een Zeeuwse akkerbouwer, die rekent op het boerenverstand van CDA bij het maken van de scherpe keuzes.
De christendemocraten staan er echter niet bij alle boeren goed op. Zo vindt een Gelderse pluimveehouder dat het CDA te veel een 'Randstadpartij' is geworden. Een fruitteler uit Noord-Brabant merkt op: 'CDA was boerenminded, maar ik heb weinig vertrouwen dat ze de boeren nog in het hart hebben.' Een Groningse akkerbouwer is positiever. 'Met VVD erbij, en mogelijk JA21, blijft de ondernemer goed vertegenwoordigd.'
Aanhang BBB brokkelt verder af
Nog altijd is BBB de grootste partij onder boeren en tuinders. Maar in een peiling in het Trendonderzoek 2026 levert de partij wel fors in. De uitslag toont aan dat ook de boerenstem steeds meer versnipperd raakt. Als er nu opnieuw verkiezingen zouden zijn, dan stemt 35,4 procent van de agrariërs op BBB. Dat is een flinke afname ten opzichte van de 47,9 procent bij de in oktober gehouden Tweede Kamerverkiezingen.
Een deel van de deelnemers aan het onderzoek is teleurgesteld in de prestaties van BBB als regeringspartij. De schuld daarvoor wordt door sommige gelegd bij de tegenwerking die de boerenpartij ondervindt bij de uitvoering van haar plannen. 'BBB levert helemaal niet. Dit kabinet was een blamage. Stagneren, vertragen, ontkennen van problemen. Schandalig', zegt een Groningse bomen- en plantenteler.
Dat BBB in aanloop naar de verkiezingen verder naar rechts schoof, wordt door een Limburgse akkerbouwer betreurd. 'Sommige uitspraken zijn ook echt niet goed. Daar moet de partij zeker iets aan doen.' Wel blijft hij de partij trouw.
Partijen die profiteren van het verlies van BBB zijn Forum voor Democratie, CDA, VVD, JA21 en ChristenUnie.
Forum voor Democratie profiteerde het sterkst. De partij van Lidewij de Vos kan nu rekenen op 11,7 procent van de steun onder de deelnemers en zou na CDA (16,6 procent) nu de derde partij zijn onder agrariërs. Vooral de visie op het stikstofprobleem –?het is volgens De Vos vooral een rekenkundig en juridisch probleem – kan op weerklank rekenen. Een Utrechtse melkveehouder stemt erop omdat 'Lidewij de Vos niet meegaat in het absurde stikstofverhaal'.
Niet alle rechtse partijen groeien onder boeren en tuinders. De aanhang van PVV krimpt naar nu 2,3 procent. Dat was 3 procent op de verkiezingsdag en 5,9 procent een maand eerder. Verwijzend naar D66 en CDA zegt een Friese melkveehouder: 'Dit zijn tenminste twee stabiele politieke partijen die goede ministers zouden moeten kunnen leveren. BBB en PVV hebben dit niet gedaan.'
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Pottinger schudder 8 elements HIT910
2008, P.O.A.
-

JOHN DEERE Z545R ZEROTURN 48" (SOM) #692978
Gebruikt, P.O.A.
-

Lely Splendimo 320FC Frontmaaier
2015, P.O.A.
-

Evers Mustang 11-303
Gebruikt, P.O.A.

















