Monitor+meet+effecten+op+biodiversiteit+bij+Drentse+boer
Achtergrond
© Haijo Dodde

Monitor meet effecten op biodiversiteit bij Drentse boer

Welk effect heeft de inzet van boeren om de biodiversiteit op hun bedrijf te verbeteren? Voor een antwoord op die vraag ontwikkelde CLM Onderzoek en Advies samen met ecologen een methode om de agrarische biodiversiteit vlot te monitoren. Bij akkerbouwer Henk Stuut in het Drentse Valthermond is de monitor dit jaar getest.

'Dat in de buurt van ons bedrijf een vogel als de blauwborst regelmatig is te zien, maakt mij toch wel enthousiast', zegt Stuut over de resultaten van de Agrobiodiversiteitsmonitor-light die dit jaar op zijn bedrijf is uitgevoerd.

Deze methode van het tellen van insecten, vogels, planten en zoogdieren is ontwikkeld door CLM Onderzoek en Advies samen met ecologische experts. Ook wordt in de ondergrond de biodiversiteit gemeten aan de hand van bodemanalyses.


Aangepast maaibeleid

'Naast de blauwborst zien we in de rietvegetatie langs de slootkanten dankzij onder meer aangepast maaibeleid vaak grasmussen en rietgorsen en verder veel vlindersoorten en libellen', somt Roy Gommer van CLM op. Hij voerde voor de 'lichte' monitoring de tellingen uit en legt uit dat het vanwege de tijd en de kosten niet te doen is om op de bedrijven alle planten, vogels, insecten en zoogdieren te tellen. 'Daarom brengen we met deze methode binnen twee dagen de meest relevante soorten in beeld.'

Inspanningen voor een betere biodiversiteit zijn niet voor niets

Roy Gommer, CLM Onderzoek en Advies

De Agrobiodiversiteitsmonitor-light is afgelopen seizoen getest in de Veenkoloniën op twee Groningse en twee Drentse akkerbouwbedrijven, waaronder die van Stuut. Tussen eind mei en eind juni zijn op de bedrijven twee keer tellingen uitgevoerd. Volgens Gommer zijn de randvoorwaarden voor de monitoring dat de procedure niet alleen snel, maar ook redelijk eenvoudig is uit te voeren.


Telprotocol

Samen met de experts heeft CLM een telprotocol opgesteld voor in totaal 150 soorten organismen die gebiedsspecifiek iets zeggen over de biodiversiteit. Dit gebeurt op basis van een rekenmodel waarbij aan zeldzame soorten of soorten waarvan de populatie terugloopt, extra waarden kunnen worden toegekend, zegt Gommer.

'We willen uiteindelijk komen tot een standaardmethode waarmee we de bedrijven met elkaar kunnen vergelijken of de voortgang over de jaren heen registreren. Deze methode moet bovendien gemakkelijk zijn aan te passen aan andere gebieden. Verder is het streven dat de monitoring voldoende gevoelig is om verschillen goed te kunnen waarnemen.'


Akkerranden

Stuut heeft een bouwplan met zetmeelaardappelen, suikerbieten en brouwgerst. Hij heeft al vijftien jaar ervaring met akkerranden en voor de aanleg ervan al met verschillende regionale initiatieven meegedaan, onder meer via het waterschap en later ook in het kader van het agrarisch natuurbeheer.

'De eerste randen op mijn bedrijf waren 3 meter breed. Nu houd ik langs de watergangen permanente stroken aan van 12 meter breed. Verder heb ik verspreid over het bedrijf wintervoedselveldjes met granen en bloemen aangelegd', zegt Stuut. De meerjarige stroken bestaan vaak uit kruidenrijke mengsels.


Insecten

'Vooral insecten worden gelokt door de kruiden en jonge vogels zoeken juist weer insecten om zich te voeden', is de ervaring van de Drentse akkerbouwer.

Stuut heeft zelf de indruk dat hij sinds de aanleg van akkerranden minder insecticiden hoeft te gebruiken in zijn gewassen. 'De randen langs de watergangen zijn vooral ook een buffer om emissie van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen naar het oppervlaktewater te voorkomen.'


Duidelijke verschillen

Over de resultaten van de monitoring op de vier bedrijven meldt Gommer dat er duidelijke verschillen zijn vastgesteld in biodiversiteit.
'Op het bedrijf van Stuut en nog een ander bedrijf zijn altijd veel maatregelen genomen om de biodiversiteit te stimuleren. Die scoren inderdaad zowel bovengronds als ondergronds een stuk beter als het gaat om aantallen soorten en ook aantallen organismen per soort. Een eerste conclusie is dan ook dat inspanningen voor een betere biodiversiteit niet voor niets zijn.'

De metingen van dit jaar gelden volgens Gommer als nulmeting. CLM wil de methode voor het vlot monitoren van de effecten van biodiversiteit op agrarische bedrijven de komende jaren verder ontwikkelen en uitrollen naar andere regio's.


Positieve insteek

Stuut is tevreden over de monitoring. 'Het verhaal heeft een positieve insteek. Door op bedrijfsniveau de organismen en soorten te tellen, wordt benoemd wat er allemaal wel is aan biodiversiteit en niet wat er mist. Zo kunnen we goed onderbouwd laten zien dat het helemaal niet zo slecht is gesteld met de biodiversiteit in de landbouw.'


Project 'Innovatie biodiversiteit Veenkoloniën'

Het testen en ontwikkelen van de Agrobiodiversiteitsmonitor-light is onderdeel van het project 'Innovatie biodiversiteit in de Veenkoloniën'. Dit project in Drenthe en Groningen wordt gefinancierd vanuit het Samenwerkingsverband Noord-Nederland en gecoördineerd door de agrarische natuurcollectieven Agrarische Natuur Drenthe en Agrarische Natuurvereniging Oost-Groningen. De ontwikkeling van de monitor door CLM Onderzoek en Advies gebeurt in samenwerking met experts van onder meer de onderzoeksinstituten Floron voor planten en Sovon voor vogels. Vanuit het project in Noord-Nederland wordt naast de lichte methode voor monitoring van biodiversiteit een Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw ontwikkeld. Roy Gommer van CLM legt uit dat deze monitor vooral de inspanningen van de ondernemers meet in hun bedrijfsvoering en dus niet zozeer de effecten van deze inspanningen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    15° / 7°
    20 %
  • Maandag
    16° / 7°
    40 %
  • Dinsdag
    18° / 14°
    60 %
Meer weer