Nauwelijks+kans+op+besmetting+met+vogelgriep+via+ventilatie
Nieuws
© Dirk Hol

Nauwelijks kans op besmetting met vogelgriep via ventilatie

De kans dat een pluimveebedrijf besmet raakt met het vogelgriepvirus via de luchtinlaat is verwaarloosbaar klein. Onderzoek door Wageningen Bioveterinary Research toont dat aan.

Vanuit pluimveehouders komen geluiden dat vogelgriep hun bedrijven mogelijk binnenkomt via de luchtinlaat. Dat leiden ze af uit het feit dat pluimvee dat is gestorven door vogelgriep, zich geregeld bij de luchtinlaat bevindt. Daarnaast zijn er door eerdere ervaringen aanwijzingen dat het vogelgriepvirus via de lucht kan worden verplaatst van bedrijf naar bedrijf als het in grote hoeveelheden wordt geproduceerd door grote aantallen besmette kippen in een stal.

Daarom is onderzocht of er een risico is dat het vogelgriepvirus van wilde vogels via de luchtinlaat de stal binnen kan komen, zegt Armin Elbers, projectleider van het onderzoek en als senior epidemioloog werkzaam bij Wageningen Bioveterinary Research.


Geen verband

Om te beginnen blijkt het feit dat pluimvee dat uitvalt door vogelgriep dat zich bij de luchtinlaat bevindt geen reden om een verband aan te kunnen tonen tussen luchtinlaat en besmetting. Het duurt immers doorgaans ruim een week na de besmetting voordat het pluimvee door vogelgriep sterft.

De besmette dieren zullen die hele week niet steeds bij de luchtinlaat zijn gebleven. Waarschijnlijk is wel dat zieke dieren zich verplaatsen naar de luchtinlaat toe omdat ze ademhalingsproblemen hebben en er dicht bij de luchtinlaat meer frisse lucht is.


Mest vervliegt niet

Belangrijker is nog dat het onderzoek door Wageningen Bioveterinary Research laat zien dat het risico op het overdragen van het hoogpathogene vogelgriepvirus van besmette wilde vogels via de lucht verwaarloosbaar klein is. Daartoe heeft het onderzoeksinstituut veldonderzoek uitgevoerd met mest van wilde watervogels in de risicoperiode van oktober tot maart. De kans dat de mest in deze periode vervliegt is volgens Elbers uiterst onwaarschijnlijk.


Het vochtgehalte van de verse mest ligt tussen de 75 en 85 procent en de mest zou dan moeten indrogen tot 10 procent vocht. Dat is gezien de klimatologische omstandigheden in deze periode waarbij het vaak nat is met lage temperaturen en nauwelijks zoninstraling dan ook niet gebeurd. Het vochtgehalte van de mest blijft tussen de 70 en 90 procent. De kans dat het vogelgriepvirus met vervliegbare mestdeeltjes de stal in waait, is dan ook ingeschat als verwaarloosbaar.


Aerosolen

Ook via aerosolen die besmette vogels uithoesten of uitproesten is de kans volgens Wageningen Bioveterinary Research klein. Transmissie over korte afstand, dat wil zeggen 10 tot 40 centimeter, is mogelijk. Maar de kans dat pluimvee hierdoor dan ook nog werkelijk besmet raakt, is klein omdat de dosis te laag is. Over grotere afstand is die kans nog veel kleiner.

Dit is overigens niet te verwarren met het risico van verspreiding van vogelgriep vanuit een besmette pluimveestapel. Daarbij komt in korte tijd een enorme hoeveelheid virus vrij die dan via de ventilatielucht bij een nabijgelegen bedrijf terecht kan komen.


Geen windbreekgaas nodig

De kans op besmetting vanuit pluimveemest of aerosolen vanuit wilde vogels via de luchtinlaat is dus klein. Het gebruik van windbreekgaas of luchtfiltering om dit te voorkomen is dan ook niet nodig. Onderzocht wordt nog of via afspoeling van mest van wilde vogels die vanaf het dak rechtstreeks de luchtinlaat vliegt, mogelijk wel een risico vormt.

Duidelijk is dat insleep van vogelgriep vooral vanuit andere risicobronnen komt. Directe insleep van mest van wilde (water)vogels vanaf het erf via schoeisel, kleding, materialen of strooisel is een risico dat moet worden uitgesloten door goede bioveiligheid. Ook kan het virus aan de pootjes of vacht van ongedierte de stal binnenkomen. Daarnaast is mest op de uitloop van pluimvee een risico. Weren van wilde vogels van de uitloop is daarom van belang en zeker het voorkomen van plassen waarin wilde vogels gaan zwemmen en mesten.


Besmette veren

Een andere risicofactor vormen de veren van met hoogpathogene vogelgriep besmette wilde vogels. Het virus blijft daarin minimaal 34 dagen besmettelijk bij 4 graden Celsius en veel langer bij lagere temperaturen. Veren van besmette wilde vogels zouden vrij kunnen komen als aaseters aan karkassen eten en mogelijk met de wind naar de omgeving en mogelijk door de luchtinlaat van pluimveestallen kunnen worden vervoerd. Er zijn geen gegevens over, maar het is wel een theoretische mogelijkheid.

Uit voorzorg lijkt het van belang om karkassen van dode (water)vogels die mogelijk zijn besmet met vogelgriep, zo spoedig mogelijk na sterfte uit de natuurlijke omgeving op te ruimen omdat zij de bron zouden kunnen zijn van losse veren.

Bekijk meer over: