Kroniek+van+echtpaar+Madou+tekenend+voor+boerengeneratie+na+WOII
Achtergrond
© Marieke Verbiesen

Kroniek van echtpaar Madou tekenend voor boerengeneratie na WOII

Jan en Netje Madou boerden in een tijd waarin 'een mens zijn weg moest zien te vinden in een maalstroom van steeds snellere maatschappelijke en technische ontwikkelingen', aldus Piet Snijders, die een biografie schreef over de oud-veehouder. Tegelijkertijd is het boek een kroniek uit het Brabants-Limburgse grensgebied.

Tientallen pagina's had Jan Madou volgeschreven. Maar hij vertelde steeds hetzelfde verhaal en verder kwam hij niet. Nachtenlang lag hij er wakker van. Hij mocht het niet vergeten: zijn leven met zijn grote liefde Netje en alles wat hij samen met haar had opgebouwd en meegemaakt.

Op een middag las hij een feuilleton over de Grote Brand in Heusden in 1947, waarbij elf boerderijen in de as werden gelegd. De ouderlijke boerderij van Madou ontkwam ternauwernood aan de vlammenzee. Die gebeurtenis had grote indruk op hem gemaakt als 11-jarige jongen. Zoals het stond geschreven, zo was het gebeurd, dacht hij. De schrijver van dit artikel moest zijn biografie schrijven.

Piet Snijders, oud-journalist en boerenzoon, heeft vaker een verzoek gekregen voor het schrijven van een biografie. Maar niet eerder werd hij zo gegrepen als door het bescheiden verzoek van de 84-jarige oud-melkveehouder Madou. Beiden groeiden op in Heusden aan de rand van De Peel, een grotendeels afgegraven hoogveengebied op de grens van Noord-Brabant en Limburg.

Ik heb me altijd afgevraagd waarom de meeste van mijn collega's bleven investeren

Jan Madou, veehouder in in America

Het einde van de bewoonde wereld

Dit gebied strekte zich uit van Weert in Limburg tot Grave in het uiterste Noorden van Noord-Brabant. Daar verhuisden begin vorige eeuw tientallen boeren naartoe om de streek te ontginnen. Zo ook de grootvader van Madou met zijn gezin. Madou wist al vroeg dat hij boer wilde worden, en wel in de mooie uitgestrekte Peel. 'Aan het einde van de bewoonde wereld in de vrije natuur de kost verdienen, dat leek mij machtig.'

Maar als kind uit een gezin van vijftien lag dat niet voor de hand. Dus ging de jonge Madou allereerst als 'romboer' aan het werk. Met paard en wagen haalde hij de melk op bij de boer en leverde die af bij de melkfabriek. Als 17-jarige ging hij in de leer bij een boer in Waalre. Daar leerde hij Netje van den Broek kennen, de vrouw met wie hij later zijn droom waarmaakte.


Liefde achter de 'erpelkeul'

De twee ontmoetten elkaar achter de 'erpelkeul', Brabants voor aardappelkuil, waar ze de aardappels sorteerden en in zakken deden. Hoewel Madou na een jaar alweer naar huis vertrok, bleven ze elkaar zien. Hij trapte een paar jaar een of twee keer met de fiets richting Waalre om het vuurtje smeulend te houden.

De eerste huwelijksjaren woonde het jonge stel in bij een oom in Meterik, waar ze hielpen op het gemengde bedrijf. Nog altijd was er geen uitzicht op een eigen boerderij, tot Madou hoorde over een landbouwontwikkelingstraject. De boerderij van zijn oom en de grond eromheen konden ze overnemen en ruilen voor een flinke lap ruilverkavelingsgrond in het Limburgse America. 'Dat ging niet vanzelf', zegt Madou. 'Het duurde jaren voor alles rond was.'


De ruilverkavelingsboerderij van in de beginjaren.
De ruilverkavelingsboerderij van in de beginjaren. © Collectie Jan Madou

Door de spanning bleef het echtpaar lange tijd kinderloos. Uiteindelijk kregen ze drie zonen, die op termijn de boerderij zouden overnemen. Toch ging het niet zoals Madou had gehoopt. 'Na vijf jaar stopte de middelste van de drie met de varkenshouderij, waar we zwaar in hadden geïnvesteerd.' Niet veel later gaven de andere twee te kennen dat de liefde voor koeien niet zo groot was als van hun vader. 'Ze gingen verder in de vollegrondstuinbouw. En toen dat tegenviel, in de teelt van blauwe bessen, zoals zoveel andere boeren in deze streek zijn gaan doen. Uiteindelijk is alleen onze Jos verdergegaan. De andere twee zijn geen boer meer.'


Madou was er lange tijd kapot van. 'Ik heb mijn hele leven hard gewerkt voor een eigen boerderij. Mijn zoons kregen er twee op een presenteerblaadje aangereikt en hebben ervoor bedankt. Dat doet nog steeds zeer.' Zijn vrouw vond dat de jongens hun eigen weg mochten kiezen. 'Het was niet anders', weet ook Madou nu.


Boer met burgerleven

In hun hoogtijdagen bezat het echtpaar bijna 50 hectare grond, twee boerderijen en zo'n zeventig melkkoeien met jongvee. 'We deden alles zelf en hadden onze handen er vol aan. Maar we deden het graag.' Daarnaast was er ruimte voor sport, familie en vakanties. 'Jan heeft toch een soort burgerleven geleid', concludeert Snijders.


Schaalvergroting: achter het woonhuis en de eerste stallen verrees op den duur een nieuwe ligboxenstal met daarachter sleufsilo’s.
Schaalvergroting: achter het woonhuis en de eerste stallen verrees op den duur een nieuwe ligboxenstal met daarachter sleufsilo’s. © Collectie Jan Madou

Ook in die tijd groeiden boerenbedrijven elk jaar door. 'Ik heb me altijd afgevraagd waarom de meeste van mijn collega's bleven investeren', zegt Madou. 'Op een gegeven moment moesten ze investeren om de vorige lening te kunnen terugbetalen. Ik zag daar het nut niet van in.' Hij is ervan overtuigd dat je nog steeds op zijn manier kunt boeren. 'Meegaan met de tijd en alleen investeren als het nodig is.'

Vandaag de dag woont Madou nog altijd in de boerderij waar hij en zijn vrouw veertig jaar koeien hebben gemolken. Om hem heen staan de akkers van zoon Jos vol blauwebessenstruiken. De oude veestal is omgebouwd tot huisvesting voor arbeidsmigranten. Zijn zoons zijn alle drie met een Poolse getrouwd. Ze wonen in de buurt. De keuken van weleer hangt vol met tekeningen en foto's van kinderen en kleinkinderen. En van Netje, met wie het allemaal begon. Haar dood was tragisch. Na een gebroken heup verwerd ze van een ondernemende vrouw tot een nurks persoon, die zelfs haar man niet meer toeliet.


Droom waargemaakt

Zittend op de houten stoel kijkt Madou uit over De Peel en blikt hij terug op zijn leven. Hij heeft zijn droom waargemaakt, maar het heeft hem veel kruim gekost. 'Zoals het staat geschreven, zo is het gebeurd', zegt hij met een blik op het 176 pagina's tellende manuscript. De oud-veehouder is er stil van. Zijn levensverhaal staat eindelijk op papier, een ode aan Netje en het boerenbestaan.

Madou kan 's nachts weer beter slapen. En als hij denkt iets te vergeten, pakt hij het boek erbij. Een boek over 'ne gewone mens', waar elke boer van zijn generatie zich in zal kunnen herkennen.


Jan Madou tussen zijn geliefde melkkoeien.
Jan Madou tussen zijn geliefde melkkoeien. © Collectie Jan Madou


Ruilverkaveling Lollebroek 1941-1974

Jan Madou maakte voor de start van zijn boerenbedrijf gebruik van Ruilverkaveling Lollebeek, een groot ruilverkavelingsproject in de gemeenten Venray, Horst en Meerlo dat vorm kreeg tussen 1941 en 1974. Dit deel van Noord-Limburg was een streek met versnipperde gemengde familiebedrijfjes dat veranderde in een regio met hoogwaardige, moderne land- en tuinbouw. In 'Liefde achter de erpelkeul' vertelt Madou dat de landbouwingenieurs de landbouwgrond in Meterik wilden hebben voor een grote proeftuin. 'Hoe meer je in de weg zat, hoe meer kans je maakte op een nieuwe ruilverkavelingsboerderij.' Op deze manier lukte het Madou om zijn eigen boerderij te beginnen in America. Aan de Dorperpeelweg werden tien ruilverkavelingsboerderijen gebouwd in typische jaren zestig stijl. 'Aan het einde van de bewoonde wereld hadden we een eigen boerderij. Precies zoals ik als jongen had gedroomd.'

Weer

  • Dinsdag
    18° / 9°
    20 %
  • Woensdag
    15° / 11°
    50 %
  • Donderdag
    16° / 7°
    20 %
Meer weer