Virusdruk vraagt om bredere aanpak in pootaardappelen
De beheersing van virussen in pootaardappelen staat onder toenemende druk. Bij de nacontroles in 2025 werden opvallend veel partijen pootgoed gedeclasseerd of zelfs afgekeurd door virusproblemen zoals aardappelvirus Y (PVY) en bladrolvirus (PLRV).
Tegelijkertijd zorgen een toenemende bladluisdruk, zachtere winters en een krimpend middelenpakket ervoor dat virusbeheersing complexer wordt. Daardoor groeit het belang van een geïntegreerde systeemaanpak, waarbij verschillende maatregelen elkaar versterken.
Virusbeheersing vraagt om systeemaanpak
Bladluizen, zoals de groene perzikbladluis, kunnen non-persistente virussen als PVY zeer snel van plant naar plant overbrengen. Deze bladluizen fungeren als belangrijke vectoren en kunnen al binnen enkele seconden virusdeeltjes oppikken en doorgeven. Hierdoor is virusoverdracht volledig voorkomen vrijwel onmogelijk.
Daarom bestaat effectieve virusbeheersing uit een combinatie van maatregelen. Belangrijke stappen zijn onder andere:
- het afdekken van afvalhopen en verwijderen van aardappelopslag
- monitoring van bladluizen via vangbakken of regionale waarnemingen
- een vroege start met minerale virusolie (vanaf circa 30% opkomst)
- gerichte inzet van insecticiden bij voldoende gewasbedekking
- intensieve veldselectie om virusbronnen te verwijderen
Geen enkele maatregel is op zichzelf voldoende. Juist het stapelen van maatregelen vermindert het risico op virusopbouw in het gewas en uiteindelijk op klasseverlaging van pootgoed.
Betere verdeling van spuitvloeistof
Binnen deze systeemaanpak wordt ook gekeken naar factoren die de effectiviteit van gewasbescherming kunnen verbeteren. Een vaak onderschat aspect daarbij is het gedrag van spuitvloeistof op het blad.
Water vormt de drager van gewasbeschermingsmiddelen vanaf de tank tot op de plant. Bladeren hebben echter van nature een waslaag die water afstoot. Daardoor kunnen druppels terugveren, aflopen of slechts een beperkt deel van het bladoppervlak bedekken.
Volgens technisch specialist Tjalling Nutma kan dit gedrag worden beïnvloed met behulp van hulpstoffen. Door toevoeging van specifieke hulpstoffen kan de spuitvloeistof zich beter over het bladoppervlak verspreiden, beter hechten en kunnen werkzame stoffen efficiënter worden opgenomen.
Een voorbeeld daarvan is de hulpstof Prolong XTRA. Deze combineert eigenschappen zoals uitvloeien, hechting en opnamebevordering, waardoor de spuitvloeistof het bladoppervlak beter bedekt en minder snel afspoelt.
Proefresultaten uit pootgoed
In een virusproef die in 2025 werd uitgevoerd door SPNA in Lauwerzijl werd onderzocht wat het effect is van deze hulpstof binnen een standaard virusbestrijdingsschema. Daarbij werd een tankmix toegepast van virusolie, insecticiden en pyrethroïden, met en zonder toevoeging van Prolong XTRA.
De resultaten laten zien dat toevoeging van de hulpstof de virusbesmetting verder kan verlagen ten opzichte van het standaardschema. Hoewel elke afzonderlijke maatregel een beperkt effect heeft, kan een extra verbetering binnen het systeem bijdragen aan het beperken van virusoverdracht.
Volgens Nutma geldt daarbij hetzelfde principe als bij andere onderdelen van de virusstrategie: elke verbetering in effectiviteit of duurwerking kan bijdragen aan een lagere virusdruk in het gewas.
Praktijkervaringen van telers
In de praktijk wordt de hulpstof al door verschillende pootgoedtelers toegepast, vaak in combinatie met insecticiden en minerale virusolie. Telers noemen onder andere een betere bedekking en hechting van middelen op het blad, waardoor de werking van insecticiden langer kan aanhouden. Daarnaast wordt in de praktijk gemeld dat de combinatie met virusolie gewasvriendelijk kan zijn en minder kans geeft op groeivertraging.
Ook wordt genoemd dat het gewas na bespuiting sneller opdroogt en beter overeind blijft staan, waardoor selectiewerkzaamheden eerder kunnen worden hervat.
Ook voordeel bij ziektebestrijding
In veel spuitschema's voor pootaardappelen worden virusbestrijdingsmiddelen gecombineerd met fungiciden tegen Alternaria en Phytophthora. Een betere bedekking van de spuitvloeistof kan ook hier een voordeel opleveren.
Door een gelijkmatigere verdeling van fungiciden over het bladoppervlak kan de effectiviteit toenemen en wordt de kans op infectie kleiner. Daarmee levert Prolong XTRA niet alleen een bijdrage aan virusbeheersing, maar ook aan de algemene plantgezondheid.
Aanvullende rol voor silicium
Naast hulpstoffen wordt ook gekeken naar andere maatregelen die binnen een geïntegreerde aanpak kunnen bijdragen aan virusbeheersing. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat toevoeging van silicium aan de spuitvloeistof een positief effect heeft op de bladluisdichtheid (lagere bladluisdruk). Hierdoor heeft silicium mogelijk een indirect effect op de virusoverdracht.
Er zijn verschillende producten op de markt op basis van silicium, waaronder HF Silicium.
Kleine verbeteringen maken het verschil
De druk op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen neemt toe. Daardoor wordt een geïntegreerde aanpak steeds belangrijker. In die aanpak spelen verschillende factoren een rol: resistente rassen, schoon uitgangsmateriaal, monitoring van bladluizen, tijdige selectie en een doordachte inzet van gewasbescherming.
Voor pootgoedtelers die streven naar maximale virusbeheersing geldt uiteindelijk dat juist de combinatie van maatregelen bepalend is. Kleine verbeteringen binnen het systeem kunnen samen het verschil maken tussen klassebehoud of klasseverlaging van een partij pootgoed.
Dit artikel is gecreëerd door onze kennispartner Holland Fyto
Holland Fyto
Holland Fyto is een samenwerkingsverband van 7 onafhankelijke Nederlandse toeleveranciers in de land- en tuinbouw (Alliance, Benfried, Mertens, Profytodsd,...
Lees verder »






