Landbouworganisaties+blijven+vechten+voor+toekomst+Brabantse+boer
Nieuws
© ZLTO

Landbouworganisaties blijven vechten voor toekomst Brabantse boer

'Wij vinden nog altijd dat de deadline voor stalaanpassingen in lijn moet worden gebracht met de landelijke eisen.' Dat schrijft ZLTO namens een aantal agrarische organisaties in een brief aan Provinciale Staten van Noord-Brabant, in aanloop naar de vergadering over de Brabantse Ontwikkelagenda Stikstof (BOS) op vrijdag 12 maart.

Volgens ZLTO, BAJK, POV, NMV, NVP, Agractie en Agrifirm is het aanpassen van de Brabantse stallen de belangrijkste maatregel in de BOS. Over de invulling van deze maatregelen wordt niet uitgewijd. 'De deadline voor stalaanpassingen moet in lijn komen met de landelijke eisen', zegt ZLTO-voorzitter Wim Bens. 'Dus niet in 2024, zoals nu is bepaald, maar in 2028.'

Bens wijst erop dat er onlangs twee relevante rapporten over dit dossier zijn verschenen. Het eerste is van de Brabantse Adviescommissie Uitvoeringsprogramma Ondersteunende Maatregelen Transitie Veehouderij. Daarnaast ligt er landelijk het advies van de commissie-Tijssens.

'Beide studies constateren hetzelfde: innovaties van brongerichte systemen komen op gang, maar het gaat niet snel genoeg', stelt Bens. 'Ook zijn er discussies over de effectiviteit van bepaalde systemen. Met de huidige regelgeving is het risico groot dat bedrijven gaan investeren in systemen die niet volledig zijn en op lange termijn niet toekomstbestendig zijn.'

Al verdwijnen alle mensen en economische activiteiten, dan nog worden de doelen niet gehaald

Wim Bens, ZLTO-bestuursvoorzitter

Meer tijd voor stalsystemen

De agrarische partijen vragen Provinciale Staten om meer tijd te geven voor het ontwikkelen van goede stalsystemen, het intern salderen goed in te vullen en bedrijven de maximale flexibiliteit te geven om de doelstellingen te halen. 'Geef daarbij ruim baan aan innovaties, bied voldoende rechtszekerheid en denk na over creatieve manieren om de stalmaatregelen betaalbaar te houden', schrijven zij.

'Nu worden stalmaatregelen als passende maatregel beschouwd en kan de stikstof die wordt gereduceerd niet tot waarde worden gebracht', licht Bens toe. 'De rest van ons land kent deze maatregel niet. Noord-Brabant kan een andere keuze maken. In andere regio's, zoals de Nieuwkoopse Plassen, zoeken overheden ruimte om innovaties betaalbaar te maken. Wij pleiten ervoor dat Noord-Brabant dit ook doet.'


Stikstof in het buitenland

In de Wet stikstofreductie en natuurherstel zijn de landelijke resultaatverplichtingen opgenomen over het stikstofgevoelige areaal dat onder de kritische depositiewaarden (KDW's) moet komen. Volgens de briefschrijvers zijn sommige zeer gevoelige KDW's op de lange termijn niet haalbaar. De buitenlandse bijdrage op deze gebieden is hoger dan de meest kritische KDW, stellen zij.

'Al verdwijnen alle mensen en alle economische activiteiten uit Noord-Brabant, dan nog worden de gewenste KDW's niet gehaald', zegt Bens. 'We vinden het dan ook billijk dat er een maatschappelijke afweging plaatsvindt over of het halen van deze kritische depositiewaarden wel een reëel doel is.'


Elke sector moet een evenredige bijdrage leveren om de stikstofemissies te verminderen. Dat is een ander belangrijk punt waar de agrarische partijen op hameren. 'In de Brabantse praktijk komt maar liefst 95 procent van de extra maatregelen bij de landbouw terecht', benadrukt Bens. 'Het aanpassen van stallen en de opkoop van bedrijven zijn de enige twee extra maatregelen die substantieel emissiereductie opleveren. De overige leveren slechts een beperkte bijdrage op.'


Stikstofverdeling

De agrarische partijen waarschuwen ook voor verloedering van het platteland. Leegstand, met als gevolg ondermijning en verloedering, vormt volgens hen een reële bedreiging voor de leefbaarheid van het platteland. Ze vinden het belangrijk dat er duidelijke criteria komen om extern salderen stop te zetten als dit dreigt.

Bens: 'Er is een stikstofregistratiesysteem in ontwikkeling om de reststikstof vast te leggen en uit te delen. Er is nog niet bepaald welke sector deze stikstof uiteindelijk krijgt. We vinden het zeer gewenst dat ook de landbouw hiervan gebruik kan maken. Daarnaast vinden we het belangrijk dat in het registratiesysteem vastgelegd wordt uit welke sector de stikstof komt en waar die naartoegaat.'


Gebiedsgerichte aanpak

De stikstofreductie rond Natura 2000-gebieden wordt gebiedsgericht aangepakt. 'We vinden het belangrijk dat een goede toekomstbestendige landbouwstructuur in het gebied als gelijkwaardig doel wordt opgenomen', aldus de bestuursvoorzitter. Dit is meer dan een goede verkaveling, benadrukt hij.

'Het gaat om ontwikkelruimte, een goede watervoorziening en mogelijkheden om maatschappelijke doelen op een bedrijfseconomische manier in de bedrijfsvoering te integreren', vervolgt Bens. 'Gronden die beschikbaar komen doordat er piekbelasters worden uitgekocht, moeten de structuur van de overblijvende agrarische bedrijven versterken.'


Ingewikkelde gebiedsprocessen

Volgens ZLTO-bestuurder Hendrik Hoeksema staan we aan de vooravond van ingewikkelde gebiedsprocessen die wel tien jaar kunnen gaan duren. Het gaat in totaal om 27.000 hectare landbouwgebied rondom stikstofgevoelige natuurgebieden in Noord-Brabant. Ondernemers die willen doorgaan met boeren, moeten volgens hem perspectief worden geboden.

'Daarbij moeten we uitgaan van een versterking van de landbouwkundige structuur en niet alleen van de natuur. De gebieden rondom Natura 2000 zijn landbouwgebieden waar boeren voedsel produceren. Daarbij houden ze natuurlijk rekening met hun omgeving, waaronder de natuur. Daar denken we over mee, maar het is en blijft agrarische grond.'


Verschil tussen 'need to have' en 'nice to have'

Hoeksema benadrukt dat in die gebiedsprocessen duidelijk moet worden hoeveel hectares natuur in stand moeten worden gehouden en of het wel nodig is die doelen uit te breiden. 'Natuurorganisaties benadrukken graag dat er meer moet gebeuren, maar er is een verschil bij de Natura 2000-spelregels tussen 'need to have' en 'nice to have'. Er is beleidsruimte', aldus de ZLTO-bestuurder.

'Als we bijvoorbeeld extra hectares natte heide moeten realiseren, moeten we ons afvragen of het helpt om die met 20 hectare in plaats van 10 hectare uit te breiden. En vooral: tegen welke maatschappelijke kosten?', vervolgt Hoeksema. 'Die afweging moeten we met elkaar maken, in een open proces. Zodat duidelijk wordt wat dit ecologisch oplevert, maar ook wat het allemaal kost, voor de boer en de maatschappij.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    21° / 14°
    20 %
  • Zaterdag
    22° / 11°
    10 %
  • Zondag
    23° / 13°
    50 %
Meer weer