Minder+ammoniak+door+water+bij+mest
Reportage
© Jan van den Brink

Minder ammoniak door water bij mest

Arnold van Schriek liet in het kader van de BES-pilot, het ruweiwitgehalte in het rantsoen dalen, verdunde de drijfmest en gaf kunstmest vaker en in kleinere porties. Hiermee nam de ammoniakemissie met de BES niet toe.

Van Schriek heeft een bedrijf in het Gelderse Netterden en melkt 70 koeien inclusief bijbehorend jongvee op 42 hectare. Mais teelde hij dit seizoen op 8 hectare. 'We zijn zelfvoorzienend. Dit jaar mochten we 400 kuub mest aanvoeren. We zijn een echt grasbedrijf met een focus op goed eiwit van eigen land.'

De melkveehouder mag als een van de twintig leden van de Vruchtbare Kringloop Achterhoek (VKA) meedoen aan de tweejarige pilot 'Bedrijfseigen stikstofnorm' (BES). In totaal doen vijftig melkveehouders mee. In de pilot ligt de nadruk op evenwichtsbemesting met dierlijke mest. Het opbrengend vermogen van de grond is bepalend voor het bemestingsniveau van dierlijke mest en kunstmest. Deelnemers mogen meer dierlijke mest aanwenden dan wettelijk vastgelegd.


Op het juiste moment

De melkveehouder mag nu 290 kilo stikstof uit dierlijke mest toepassen in plaats van 250. Ook mag hij 146 kilo kunstmest toepassen, 50 kilo minder dan anders. De meeste BES-deelnemers binnen de VKA mogen minder kunstmest inzetten. Van Schriek: 'Het is de kunst om de hoeveelheid mest die ik extra mag toepassen op het juiste moment en goed toe te passen en de opbrengst niet te laten dalen.'

Vers gras heeft de voorkeur, de kuilen blijven zo lang mogelijk dicht

Arnold van Schriek, melkveehouder in Netterden

Door zijn deelname aan de BES wordt hij begeleid en geadviseerd door Gerard Abbink van Groeikracht. Samen stelden ze een bemestingsplan op en vulden ze een speciaal voor de BES-pilot ontwikkelde tool in, die inzichtelijk maakt met welke maatregelen de toename in ammoniakuitstoot door de BES gecompenseerd wordt. BES-boeren moeten de ammoniakemissie op bedrijfsniveau gelijk houden.


Abbink: 'De uitdaging waar Van Schriek voor staat is dat met 10 kuub meer drijfmest en minder kunstmest de ammoniakemissie niet mag stijgen. Voorheen zat hij op 23 kilo ammoniak per hectare en door de extra drijfmest in de BES-pilot is dit nu 25 kilo per hectare als hij geen maatregelen zou nemen. Bij Van Schriek zagen we heel duidelijk dat de reductie gerealiseerd werd door het ruweiwitgehalte in het totaalrantsoen te laten dalen van 165 naar 155 kilo droge stof. Door 80 procent van de uitgereden mest te verdunnen met water, werd extra reductie gerealiseerd.'


Betere benutting

Van Schriek voert dunne fractie aan die hij aanlengt met de helft water. Dat reduceert de ammoniakuitstoot en heeft gemiddeld een 10 procent hogere opbrengst. De percelen op afstand liet hij door de loonwerker met de sleepslang bemesten, de huiskavel bemestte hij, ook verdund, met de zodebemester. De extra kosten voor de extra volumes worden door de hogere verwerkingscapaciteit en hogere voeropbrengsten door de betere benutting en dichtere zode goedgemaakt. Na het bemesten beregent hij 's nachts de percelen.

Door de kunstmest bij het weiden en zomerstalvoeren in twee of drie keer en dus in kleinere porties toe te passen, verbetert hij de benutting ervan: 'We hebben nu ruim voldoende gras. Vrijwel de hele zomer konden we blijven weiden. Over de opbrengsten ben ik dik tevreden. In een normaal jaar zitten we aan de 14 ton, maar door de droogte haalden we nu 9,5 tot 10 ton droge stof per hectare. De mais heeft zo'n 18 ton droge stof per hectare opgebracht.' Door het gras vier of vijf keer en de mais vier keer te beregenen, hield hij de droogteschade binnen de perken.


Zomerstalvoeren

Vanaf 2 april weidde de melkveehouder de koeien 6 tot 8 uur per dag. Voor het eerst zette Van Schriek dit jaar in op zomerstalvoeren. De koeien krijgen vanaf 28 mei vers gras voorgeschoteld met circa 4 kilo droge stof uit snijmais. Op 1 oktober begon hij met volledig zomerstalvoeren plus 4 kilo droge stof uit snijmais. 'Vers gras heeft de voorkeur. De kuilen blijven zo lang mogelijk dicht. Ook streef ik ernaar het goede eiwit te telen. Dat scheelt in de portemonnee.'



Met gemak voldoet Van Schriek aan de 65 procent eiwit van eigen land-norm. 'Als grasboer ben je weersafhankelijk, maar voor ons pakt het voor nu goed uit. Ik wil voor een betere stikstofbenutting meer energie voeren en minder eiwit uit krachtvoer. De productie zakte afgelopen jaar van 9.800 naar 9.500 liter, maar ik heb veel minder krachtvoerkosten nu.'


Om het gras nog beter te benutten, wil Van Schriek nog minder mais gaan voeren. Voor het eerste jaar oogstte hij op aanraden van Abbink 3 hectare mais als maiskolvenschroot. Doordat de plant op het land wordt achtergelaten, stijgt het organischestofgehalte, waardoor er meer kooldioxide wordt vastgelegd en de bodem vruchtbaarder wordt. Van Schriek: 'Wat je inkuilt, is geconcentreerd voer met veel energie. Hierdoor kan de koe meer gras opnemen, zodat 'ie meer eigen geteeld eiwit en minder aangevoerd eiwit vreet.'

Arnold van Schriek oogstte de mais dit jaar voor het eerst als maiskolvenschroot.
Arnold van Schriek oogstte de mais dit jaar voor het eerst als maiskolvenschroot. © Jan van den Brink


Van Schriek: 'Meer tijd voor BES-pilot'

Arnold van Schriek ziet de BES-pilot als een uitgelezen kans om te laten zien dat kringlooplandbouw mogelijk is. Want: met meer dierlijke mest en minder kunstmest wordt aangetoond dat ammoniakuitstoot niet stijgt, de opbrengsten op peil blijven en de grondwaterkwaliteit niet verslechtert: 'Ik hoop dat de pilot een vervolg krijgt. Twee jaar is te kort.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    7° / 4°
    20 %
  • Zaterdag
    5° / 1°
    70 %
  • Zondag
    4° / 0°
    60 %
Meer weer