Optimaal+vervangingspercentage+zeugen+50+procent
Nieuws
© Twan Wiermans

Optimaal vervangingspercentage zeugen 50 procent

Vanuit het perspectief van een optimaal bedrijfsrendement, ligt op dit moment het optimale vervangingspercentage op 50 procent. Dat schrijft Ron Hovenier van Topigs Norsvin in zijn blog.

Het optimale vervangingspercentage van zeugen wordt bepaald door de de kosten voor een gelt, de karkaswaarde van af te voeren zeugen, de productieprestaties van de verschillende pariteiten en de de snelheid van genetische vooruitgang. 'Zijn die met elkaar in evenwicht, dan ligt het optimum op dit moment op ongeveer 50 procent', zegt fokkerijspecialist Hovenier.

Een lang leven, is volgens Hovenier een van de kenmerken in de fokdoelen van de zeugenlijnen van Topigs Norsvin. 'We definiëren een lang leven als het vermogen van een zeug om in productie te blijven tot ten minste het begin van de vijfde cyclus.'


Bedrijfsrendement

Het belang van deze eigenschap noemt Hovenier vanuit het perspectief van het totale bedrijfsrendement duidelijk: een varkenshouder wil het hoge productiepotentieel van de zeug in haar derde tot vijfde cyclus maximaliseren. 'Omdat dit de meest productieve cycli zijn en dan de best presterende biggen worden geproduceerd.'

Daarnaast geldt volgens Hovenier dat hoe meer biggen een zeug kan produceren tijdens haar leven, hoe lager de productiekosten van die biggen zijn. De kosten die worden gemaakt om een ??gelt te produceren of te kopen, kunnen in dat geval over een groter aantal biggen worden uitgesmeerd.


Slachtwaarde

Andere aspecten die een rol spelen en niet moeten worden uitgevlakt, zijn volgens Hovenier het potentiële verlies aan slachtwaarde en de gemiste kans om dieren vrijwillig te vervangen op basis van hun daadwerkelijke productieprestaties.

Het vergelijken van de gemiddelde index van geruimde of gestorven zeugen met de gemiddelde index van alle aanwezige zeugen laat geen verschil zien. Met andere woorden, de geruimde dieren zijn niet geruimd op basis van hun genetische kwaliteit/index.


Evenwicht

Het doel van selectie op levensduur is, zo schrijft fokkerijdeskundige Hovenier niet het minimaliseren van het vervangingspercentage op zeugenbedrijven, maar het optimaliseren ervan. Dalen de kosten van een gelt of stijgt de karkaswaarde van af te voeren zeugen, dan wordt het aantrekkelijker om een zeug te vervangen.

'Hetzelfde geldt als zeugen al topprestaties behalen in de eerste en tweede cyclus, omdat dit de terugverdientijd van de investering voor jonge gelten verkort', geeft Hovenier aan. En last but not least, moet volgens hem door de genetische vooruitgang die fokkerijorganisaties boeken, serieus rekening worden gehouden met de mogelijkheden van hoge rendementen van jonge gelten en hun nakomelingen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    12° / 8°
    70 %
  • Donderdag
    12° / 8°
    70 %
  • Vrijdag
    16° / 12°
    20 %
Meer weer