Rekenmodel+bepaalt+of+elke+big+extra+rendabel+is
Interview
© De Snuitgeverij

Rekenmodel bepaalt of elke big extra rendabel is

Klopt de aloude stelregel nog dat iedere big extra 25 tot 30 euro oplevert? 'Reken je alle plus- en minpunten goed door, dan kan het tegendeel waar blijken', zegt accountmanager Rick ter Haar van fokkerijorganisatie Topigs Norsvin. 'Fok je te eenzijdig op een hoge biggenproductie, dan kan dat wel 45 euro per extra big kosten.'

Accountmanagers Rick ter Haar en Marc van den Hoogen van Topigs Norsvin hoorden vaak dat het belangrijk is te fokken op extra biggen. Elke big die een zeug extra werpt, levert immers 25 tot 30 euro extra op voor de zeugenhouder. Samen bogen zij zich over de juistheid van deze stelregel, zegt Ter Haar.

Het aantal functionele spenen moet omhoog, evenals de melkgift

Rick ter Haar, accountmanager bij Topigs Norsvin

Waarom twijfelde u daaraan?

'Iedereen weet dat je als je de fokkerij volledig richt op meer biggen, andere zaken laat liggen. Zeker is dat het geboortegewicht afneemt bij een stijging van het aantal biggen. Met als gevolg dat de groei in het kraamhok en na spenen daalt. De uitval stijgt en het aantal doodgeboren biggen neemt toe. Daarnaast laat je vooruitgang liggen op het grootbrengend vermogen en de levensduur van de zeugen.'

Wat was vervolgens uw actie?

'Zorgen dat we inzicht kregen in het totaalplaatje: alle kosten van een hogere bigproductie goed in beeld krijgen. Daarvoor hebben we een rekenmodel ontwikkeld waarin bijvoorbeeld ook de kosten zijn meegenomen van het grootbrengen van de extra biggen via moederloze opfok of met pleegzeugen, de effecten van de lichtere biggen op uitval en voerkosten, de extra arbeid, enzovoort.

'We zijn een half jaar bezig geweest met het ontwikkelen en uittesten van het rekenmodel. We schrokken van de uitkomsten, die vaak negatief waren. Om er zeker van te zijn dat het rekenmodel klopte, hebben we dat voorgelegd aan deskundigen van onder andere banken en accountantskantoren. Volgens deze deskundigen klopt het model.'

Hoe werkt het model?

'Het rekenmodel rekent de effecten door op het bedrijf waar we naartoe gaan. Het model gaat daarbij uit van de situatie zoals die op het bedrijf is. Dus het aantal zeugen dat het bedrijf heeft, het aantal kraamhokken en de aanwezige zeugenlijn met de huidige resultaten van het totale aantal geboren biggen, uitval, biggengroei, enzovoort.

'Dan wordt doorgerekend wat het effect is van het fors verhogen van de biggenproductie waarbij we gebruikmaken van de ervaringscijfers uit het veld. Als een zeugenhouder die zelf heeft, dan gebruiken we zijn input.'

Wat komt er uit die berekeningen?

'De uitkomsten van dergelijke exercities zijn voor de varkenshouder meestal een echte eyeopener. Wil hij de bigproductie snel verhogen door de overstap naar een andere zeugenlijn, dan heeft dat onder de streep vaak een negatief resultaat. Het kost de zeugenhouder zelfs geld.'

Licht die eyeopener eens toe.

'Als voorbeeld gebruiken we een bedrijf met 1.000 zeugen en 240 kraamhokken. In de uitgangssituatie werpen de zeugen 16,1 biggen per worp. Door de overstap naar een andere zeugenlijn gaat het totale aantal geboren omhoog naar 17,7 big per worp. Het aantal gespeende biggen per zeug per jaar stijgt van 30,9 naar 32,2 en de voerwinst per productieve zeug gaat volgens de aloude vuistregel omhoog van 107 naar 114 procent.

'Jaarlijks kan de zeugenhouder 1.160 biggen meer afleveren. Dat levert bij 50 euro per big 58.000 euro op. De voerkosten voor de biggen stijgen met 38.000 euro, omdat er meer biggen zijn, de biggen lichter zijn bij spenen, iets duurder voer nodig hebben en er meer groeidagen nodig zijn tot afleveren op 25 kilo. Dan blijft er nog 20.000 euro over. Dat is ruim 17 euro per extra afgeleverde big.'

Dat is dan toch een positief resultaat?

'Klopt, maar het plaatje is nog niet compleet. De ondernemer moet zorgen dat alle extra biggen die worden geboren, ook worden grootgebracht. Het grootbrengend vermogen van de zeugen is niet meegestegen met het aantal biggen. Hij moet kiezen tussen moederloze opfok of meer pleegzeugen inzetten. Moederloze opfok kost in dit voorbeeld aan investering, voer en arbeid 43.000 euro per jaar.

'Daarnaast stijgen de gezondheidskosten door de extra aanwezige biggen, levert de zeugenhouder meer slachtbiggen en stijgen de vervangingskosten voor de zeugen, omdat de levensduur van de zeug korter wordt. Onder de streep is het netto eindresultaat 53.000 euro negatief. Gerekend over de 1.160 extra afgeleverde biggen betekent dat 45 euro aan kosten per extra big.'

Is de inzet van pleegzeugen beter?

'Dan ben je de hoge kostenpost voor moederloze opfok kwijt. Wel moet de zeugenhouder een flink deel van zijn kraamhokken gebruiken voor de pleegzeugen. De benutting van de kraamstal daalt van 98 naar 90 procent.

'Ondanks de toename van het totale aantal geboren biggen levert de zeugenhouder dan jaarlijks minder biggen af. Daarmee levert hij 70.000 euro in. Wel dalen de voerkosten voor de zeugen, de gezondheidskosten en de arbeidskosten. Maar de voerkosten van de biggen zijn toch hoger, omdat de lichtere biggen luxer voer en meer groeidagen nodig hebben.

'Ook stijgen de vervangingskosten van de zeugen. Het netto eindresultaat is vrijwel hetzelfde, namelijk 54.000 euro negatief.'

Is de biggenproductie verhogen dan nog zinvol?

'Alleen als je in het fokprogramma op meer zaken tegelijk selecteert: gebalanceerd fokken is de sleutel. Het geboortegewicht kun je niet zomaar verhogen als het aantal biggen stijgt, maar wel de vitaliteit van de biggen en het grootbrengend vermogen van de zeugen.

'Het aantal functionele spenen moet omhoog, evenals de melkgift. Dan kun je de uitval onder de biggen laag houden en heb je minder pleegzeugen of moederloze opfok nodig om alle biggen groot te brengen. Ook de levensduur van de zeugen moet je in het fokprogramma meewegen.'

Minder zeugen houden kan positief uitpakken
Met het rekenmodel voor biggenproductie van Topigs Norsvin zijn allerhande situaties door te rekenen. Bijvoorbeeld wat het effect is van een andere beerkeuze en vitalere biggen die sneller en efficiënter groeien op het resultaat. Of een zeugenhouder die te krap zit in zijn biggenplaatsen en niet uit kan breiden. Deze varkenshouder besluit minder zeugen te houden om de bigkwaliteit te verbeteren en daarmee een betere prijs te beuren en de biggenafzet veilig te stellen. Als voorbeeld levert hij vijftig van de duizend zeugen in. De zeugenhouder bespaart dan op de kosten van moederloze opfok of pleegzeugen, arbeid, gezondheidskosten, vervanging en voer. Uiteindelijk kost hem dat 25.000 euro onder de streep. Met 1 euro hogere toeslag/uitbetaling per big is dat al terugverdiend. Daarbij is de kans groot dat er minder uitval is in de biggenopfok, er minder slachtbiggen hoeven te worden afgeleverd en biggen efficiënter groeien. Krimp in zeugen kan daardoor zelfs positief uitpakken.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    15° / 11°
    10 %
  • Zondag
    14° / 13°
    90 %
  • Maandag
    12° / 8°
    20 %
Meer weer