Grondgebonden centraal in herbezinning mestbeleid

De melk- en rundveehouderij moet overstappen naar een grondgebonden bedrijfsmodel. Alleen daarmee kan er volgens landbouwminister Carola Schouten een einde komen aan de regeldruk in het mestbeleid, waarover zoveel boeren klagen.

De bewindsvrouw schetst dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer de contouren van haar herbezinning op het mestbeleid. Naast de grondgebondeneis zet het toekomstige beleid ook in op mestverwerking in de intensieve veehouderijen. In gebieden waar de waterkwaliteit achter blijft, wil de minister kunnen ingrijpen in bouwplannen.

Sommige ingrepen gaan ver, maar ze zijn volgens Schouten nodig om een einde te maken aan de opstapeling van regelgeving en bedoeld om boeren weer perspectief te bieden voor de lange termijn. Vereenvoudiging van regelgeving kan pas als dat geen verslechtering van de waterkwaliteit tot gevolg heeft.


'Ik wil een toekomstbestendig mestbeleid neerzetten waarmee we verder op weg gaan naar emissiearme en kringlooplandbouw, een verdere verbetering van de waterkwaliteit en reductie van broeikasgas- en stikstofemissies', aldus de bewindsvrouw. Ze erkent dat er wel tien jaar nodig zijn om de veranderingen door te voeren.

De minister en haar ambtenaren hebben tijdens publieke consultaties gesprekken gevoerd met boeren en maatschappelijke organisaties. Daarbij heeft zij veel ideeën en suggesties opgedaan voor haar herbezinning op het mestbeleid.


Bodemkwaliteit verbeteren

De koers die de minister inzet moet leiden tot een meer grondgebonden landbouw, waarin nutriëntenkringlopen worden gesloten en een landbouw waarbij emissies worden beperkt tot een minimum en de bodemkwaliteit wordt verbeterd.

Dit resulteert in een ontwikkeling naar twee richtingen, schrijft Schouten: of grondgebonden veehouderijbedrijven waarbij alle geproduceerde mest op het eigen bedrijf of op de grond van een collega in een (regionaal) samenwerkingsverband kan worden aangewend, of niet-grondgebonden veehouderijbedrijven waarbij alle geproduceerde mest wordt afgevoerd en verwerkt.

'De facto komt dit beeld er op neer dat ik in de toekomst een volledig grondgebonden melkveehouderij en rundvleesveehouderij voor me zie', schrijft Schouten die streeft naar transparante en controleerbare meststromen.


Melkproductie per hectare

Dit streven is overigens al eerder verwoord vanuit de politiek. Grondgebonden bedrijven passen in de kringloopvisie van Schouten. Hierbij kan worden gedacht aan het in overeenstemming brengen van de mestproductie met de mestplaatsingsruimte, maar ook aan bijvoorbeeld een maximaal aantal dieren en/of een maximale melkproductie per hectare.



'Eenvoud en eenduidigheid van het stelsel is daarbij voor mij een belangrijk uitgangspunt. Ook kunnen verschillende gradaties van grondgebondenheid worden onderscheiden, van zeer extensief tot een intensievere bedrijfsvoering, waarbij op basis van derogatie en mogelijk bedrijfsspecifieke verantwoording alle mest op eigen grond of op grond in een regionaal samenwerkingsverband kan worden geplaatst', aldus de minister.

Schouten schrijft dat grondgebondenheid moet worden gezien in de context van het gehele mest- en landbouwbeleid, zoals bijvoorbeeld het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie, de gebruiksnormen en stelsels van productierechten.


Administratieve last

Voor extensieve bedrijven is de mestregelgeving en bijbehorende administratieve last op dit moment al beperkter en is het vooral van belang dat de lasten niet toenemen. Minder extensieve bedrijven zullen naast de mest op eigen grond de mest op basis van een duurzame samenwerking afzetten in de regio. Daarnaast kan bedrijfsspecifieke verantwoording mede op basis van de in de sector aanwezige innovaties mogelijk een rol spelen binnen grondgebondenheid.

Bedrijfsspecifieke verantwoording vergt samenwerking met de sector om tot een werkwijze te komen die betrouwbaar en controleerbaar is. Zo'n sluitende werkwijze is er nu nog niet. Schouten: 'Eerder is de stap gezet om alleen grondgebonden groei van de melkveehouderij mogelijk te maken. Ik wil hierin verder gaan door ook bestaande situaties van melkveehouders die in verhouding met het aantal koeien dat zij houden over weinig land beschikken, stimuleren om hun bedrijf grondgebonden te maken.'

De intensieve veehouderij (vooral varkens, pluimvee en vleeskalveren) zal naar verwachting het overgrote deel van de geproduceerde mest laten verwerken. De mestverwerkers zullen daarom verder moeten professionaliseren, stelt Schouten die de huidige mestmarkt met veel aanbieders wil omturnen in een markt waarbij collectieven meer regie krijgen. Dit moet leiden tot een betere verwaarding van mest.


Teeltbeperkingen zand en löss

De bewindsvrouw stelt verder dat ondanks het strenge mestbeleid de waterkwaliteit nog niet overal aan de normen voldoet. Ze overweegt daarom om teeltbeperkingen op te leggen voor uitspoelingsgevoelige gewassen op zand- en lössgronden.

In het zevende actieprogramma nitraatrichtlijn moeten hiervoor maatregelen worden genomen, schrijft de bewindsvrouw. Te beginnen met het verhogen van het bewustzijn over de gevolgen van sommige teelten op de waterkwaliteit in die gebieden. Daarnaast kan op termijn het stimuleren van niet-uitspoelingsgevoelige gewassen, zoals gras en granen, ingrepen in bouwplannen en gebruiksnormen zorgen dat meststoffen niet meer in het oppervlakte- en grondwater terechtkomen.

In de Kamerbrief blikt Schouten ook vooruit naar toekomstige ontwikkelingen die kunnen bijdrage aan het verminderen van emissies. 'Dat betekent niet dat, doordat we nu starten met het uitwerken van een nieuw mestbeleid, dergelijke innovaties daarin geen rol meer kunnen spelen. Indien een innovatie veelbelovend lijkt, is het van belang dat deze de ruimte krijgt om verder ontwikkeld te worden, dat deze snel kan worden toegepast en niet onnodig wordt gehinderd door lange procedures.'


Schouten wil het nieuwe mestbeleid zoveel mogelijk laten samenvallen met de adviezen van commissie-Remkes over de stikstofaanpak. Zo wil zij de mogelijkheden gaan verkennen voor een Afrekenbare Stoffen Balans als instrument om te sturen op ammoniakemissie bij extensieve grondgebonden bedrijven. 'Ik zie deze analyse als een eerste stap, waarbij van belang is te kijken of en zo ja hoe een dergelijk instrument robuust kan worden vormgegeven en kan bijdragen aan een reductie van ammoniakemissies.'


Bijdrage stikstofemissie

Ook de andere sporen uit de structurele aanpak stikstof, zoals het maken van afspraken met de landbouwsector over veevoer, beweiden en bemesten voor 2021 en verder, gaan onverminderd door, stelt de minister. 'Verder zal ik bij de uitwerking van de contouren de bijdrage aan het verminderen van stikstofemissie en -depositie nadrukkelijk betrekken, zodat daarmee ook een verdere bijdrage aan de structurele aanpak van de stikstofproblematiek kan worden geleverd.'

Met de contouren in de Kamerbrief wil Schouten de systematiek doorbreken, waarbij overschrijdingen van milieugrenzen worden tegengaan met opeenstapelende technische en juridische instrumenten. De uitvoering van de contouren voor het mestbeleid gaan verder dan deze kabinetsperiode of het komende actieprogramma Nitraatrichtlijn. Om tot de gewenste grondgebondenheid en mestverwerking te komen, is op zijn minst dit decennium nodig, schrijft Schouten.


Fundament leggen

'Ook zal over de concrete invulling van de contouren overleg nodig zijn met de Europese Commissie', verzekert Schouten. 'Juist omdat er nog zoveel werk te doen is, wil ik vandaag het fundament leggen waarmee de waterkwaliteit vooruit gaat, we toegaan naar het sluiten van kringlopen en een eenvoudiger regulering van de mestmarkt.'

Het ministerie van landbouw heeeft een lijst met vragen en antwoord gepubliceerd over het nieuwe mestbeleid. Die vindt u hier:

Koeien in een weiland.
Koeien in een weiland. © Twan Wiermans

Weer

  • Vrijdag
    7° / 4°
    90 %
  • Zaterdag
    4° / 0°
    10 %
  • Zondag
    4° / 0°
    20 %
Meer weer