RFC%3A+%27Knipperlichteconomie+is+ergste+scenario+voor+ons+bedrijf%27
Interview
© Johan Wissink

RFC: 'Knipperlichteconomie is ergste scenario voor ons bedrijf'

'We zijn 2020 sterk begonnen. Maar de coronacrisis leidde de afgelopen maanden tot marktomstandigheden die we nog nooit eerder hebben gezien', stelt CEO Hein Schumacher van Royal FrieslandCampina (RFC). 'Marktherstel zit er voorlopig niet in, maar de onderliggende basis van het bedrijf is sterk.'

De halfjaarcijfers van Royal FrieslandCampina hebben een behoorlijke tik gehad door de coronacrisis. 'Interne maatregelen zijn nu nodig om de kosten te verlagen', zegt CEO Hein Schumacher die verwacht dat de crisis aanhoudt tot midden volgend jaar.

Het verdienmodel in de sector is een punt van grote zorg

Hein Schumacher, CEO van FrieslandCampina

'Er is veel onzekerheid. De levering aan de winstgevende foodservice zit weer op 75 procent, maar kan ook zo weer onderuitgaan als het coronavirus opnieuw de kop opsteekt. Als we te maken krijgen met een knipperlichteconomie, dan is dat het ergste scenario. Je kunt daarop moeilijk voorsorteren.'


De verkoop van kindervoeding in China daalde door dichte grenzen in Hongkong. Hoe is het nu?

'In Hongkong zijn we marktleider met kindervoeding en het is ook de poort voor onze kindervoedingsproducten naar China. Ik verwacht niet dat Hongkong zich snel zal herstellen naar wat het ooit was voor FrieslandCampina. Daarvoor is er te veel veranderd.

'In China hebben we de draad van voor de corona-uitbraak weer opgepakt en zijn we met Friso Prestige sterk gegroeid. We gaan meer in China zelf investeren. We hebben een aardige positie, maar we willen ook de grote steden in het achterland bereiken. De concurrentie neemt toe, ook door lokale spelers.'


Waarom is China zo belangrijk?

'China is de winstmotor voor ons. Het land blijft afhankelijk van import. Wij kunnen daar een belangrijke speler zijn. Het is dan ook vreemd dat de landbouw in de Chinastrategie van de Nederlandse overheid eerst niet voorkwam, terwijl de sector een cruciale rol kan spelen. Het zou helpen wanneer de overheid en de Europese Unie Unie in gesprek gaan met de Chinese overheid en goede handelsafspraken maken.

'Nieuw-Zeeland en Australië hebben belastingfaciliteiten die wij niet hebben. Ook kan de overheid helpen bij het opheffen van verouderde receptuurbeperkingen. En uiteraard kunnen de EU-landen samen optrekken om met China goede afspraken te maken op het gebied van infrastructuur. Denk daarbij aan welke Europese steden we aansluiten op de routes naar China.'


Jullie investeren ook in Afrika.

'We maken ook daar winst. We zijn van plan Nigeria Nutricima over te nemen van het Engelse PZ Cussons International. Dat is een lokale producent van zuivelproducten. We exporteren niet alleen zuivel naar West-Afrika, maar werken ook samen met lokale boeren. Je kunt niet meer exporteren zonder ook lokale ketens in het land zelf te ontwikkelen. Daar helpen we bij met kennis, distributie en lokale investeringen. Zo doen we dat ook in het Midden-Oosten, Pakistan en China.'


Is het lastig uit te leggen aan kritische leden waarom dat gebeurt?

'Nee, onze posities in het buitenland zijn nodig als we een toonaangevende melkprijs willen blijven neerzetten. En uiteindelijk is die nodig om te kunnen blijven investeren in de melkveebedrijven, in groei en om in 2050 klimaatneutraal te kunnen werken.'


Gaat dat lukken? Hoeveel financiële draagkracht is er in de melkveehouderij?

'Het verdienmodel in de sector is een punt van zorg. We streven naar een melkprijs die bedrijven in staat stelt om te ontwikkelen. Dat doen we door een toonaangevende melkprijs, maar ook door extra's te bieden via weidegang, bijzondere melkstromen en duurzaamheidspremies. Daarnaast investeren we jaarlijks via Foqus Planet 24 miljoen euro voor de verduurzaming van de melkveebedrijven.'


Uit onderzoek van jullie, samen met Rabobank en WUR, blijkt dat het aantal melkveehouders en koeien daalt en dat bedrijven groter en intensiever worden. Maar de maatschappij wil dat niet.

'Wij propageren dat niet maar constateren het slechts. We vinden dat je maatschappelijk gezien de intensivering en productiestijging per koe niet oneindig kunt oprekken. We denken niet dat hoogproductieve bedrijven verder intensiveren, maar dat extensieve bedrijven gaan opschalen. Maar we geloven dat we, ondanks intensivering en opschaling, de uitstoot van stikstof en broeikasgassen terug kunnen brengen door innovaties, stalaanpassingen, duurzame energie en mestverwerking.'


FrieslandCampina gelooft heilig dat de Kringloopwijzer daarbij kan helpen.

'Als je een stap wilt maken, moet je meten, monitoren en actie ondernemen. Dat kan met de Kringloopwijzer. Nergens in de wereld bestaat er een instrument dat op bedrijfsniveau helder maakt wat er gebeurt. FrieslandCampina heeft op basis van de Kringloopwijzer een tool die precies laat zien welk effect bepaalde maatregelen hebben. Deze laat zien aan welke knoppen je op jouw bedrijf kunt draaien om tot de voor jouw bedrijf meest effectieve keuzes te komen.

'Als dat kan, zijn generieke maatregelen niet nodig. Je ziet met de voermaatregel tot wat dat kan leiden. Ik verwonder me over de weerstand tegen het doorontwikkelen van de Kringloopwijzer. Het instrument is niet perfect, maar doe er dan wat aan.'


Het Planbureau voor de Leefomgeving wil dat we plantaardiger gaan eten.

'Dat is een actuele discussie in West-Europa. Maar de wereld is groter. In West-Afrika betalen ze geen 2 euro voor een sojadrankje. Zuivel daarentegen is een hoogwaardig product met een hoge nutriëntendichtheid voor een relatief lage prijs. Dat neemt niet weg dat we niet naar nieuwe ontwikkelingen kijken. We testen bijvoorbeeld plantaardige producten op basis van haver samen met een Fins bedrijf, dat zijn melkveehouders zag overstappen naar plantaardige productie. We willen geen polarisatie tussen dierlijk en plantaardig. Ik denk aan hybride bedrijven en merken die zowel dierlijke als plantaardige producten maken.'



Kritisch kijken naar beste gebieden voor melkveehouderij

Royal FrieslandCampina (RFC) gaat er op basis van eigen berekeningen van uit dat het aantal melkveebedrijven in Nederland de komende jaren gaat dalen van 15.000 naar 10.000. De blijvers kopen fosfaatrechten en nemen een deel van de vrijgekomen grond in gebruik. Ook het aantal koeien zal vanwege afroming van rechten verminderen. Toch zal de melkplas in Nederland niet afnemen omdat de gemiddelde melkproductie per koe toeneemt, verwacht het zuivelconcern. Zoals Cees Veerman en Louise Fresco eind vorig jaar al pleitten voor een herschikking van landbouwgebieden, denkt ook CEO Hein Schumacher van RFC dat het goed is om te kijken op welke plaatsen in ons land de melkveehouderij de ruimte kan krijgen voor verdere ontwikkeling en innovatie. 'Dat zou je mee moeten nemen in de gesprekken die gevoerd gaan worden over de gebiedsontwikkeling in het kader van de stikstofproblematiek.' Schumacher pleit voor behoud van zoveel mogelijk landbouwgrond.

Weer

  • Woensdag
    34° / 21°
    20 %
  • Donderdag
    32° / 22°
    80 %
  • Vrijdag
    26° / 19°
    80 %
Meer weer