Pathologie+essentieel+onderdeel+monitoring
Achtergrond
© GD Diergezondheid

Pathologie essentieel onderdeel monitoring

In Vlaanderen werden vorig jaar 3.600 geaborteerde rundveefoetussen onderzocht. Dat aantal ligt veel hoger dan in Nederland, door een verplichting vanuit de overheid om geaborteerde foetussen in te sturen voor onderzoek. Ondanks het verschil in aantallen is het interessant te kijken hoe de Belgische uitkomsten zich met de Nederlandse verhouden.

Op een rundveebedrijf mag een abortusniveau, het aantal doodgeboortes of verwerpers in de late dracht, van 3 procent als normaal worden beschouwt, stelt de Diergezondheidszorg (DGZ) Vlaanderen. Bij 5 procent of meer is er een bedrijfsgebonden abortusprobleem.

Of die percentages nu leidend zijn of niet, elke verwerping of dood door vroeggeboorte kost veehouders ergernis en geld. Daarom is het fijn inzicht te krijgen in de oorzaken hiervan.

In België lukt dat de autoriteiten beter, omdat alle te vroeg geboren foetussen verplicht ingeleverd moeten worden. België heeft de ziekte brucellose met veel moeite onder de knie gekregen en wil er op deze wijze voor zorgen dat dit zo blijft.

We weten dat Schmallenberg nog steeds rondwaart

Inge Nijhoving, dierenarts van de Gezondheidsdienst voor Dieren

Meldingsplicht in Nederland

In Nederland is dat niet het geval. Hier geldt een meldingsplicht voor verwerpen tussen 100 en 260 dagen dracht bij runderen. De veehouder voldoet aan deze meldplicht door een bloedmonster van de moeder in te sturen voor onderzoek op antistoffen tegen brucella-abortus.

Voor de veehouder zijn hier in het geheel geen kosten aan verbonden. Ook niet voor het laten komen van de dierenarts voor de monstername. Jaarlijks worden zo ongeveer 11.000 koeien onderzocht.

In België worden ook niet álle foetussen ingestuurd. Bij vroegtijdige verwerping raakt immers menigmaal een vrucht weg door de roosters, of merkt een veehouder het verwerpen pas veel later op. Dit resulteert erin dat de DGZ vorig jaar op 3.600 foetussen pathologisch kon onderzoeken. Dat is bijna tien keer zoveel als in Nederland.

Eigen initiatief van rundveehouders

In Nederland werden in 2019 in totaal 382 foetussen of geaborteerde kalveren onderzocht. 'Het insturen van verworpen vruchten of doodgeboren kalveren gebeurt in Nederland volledig op eigen initiatief van rundveehouders', zegt dierenarts Inge Nijhoving van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

'Een ander groot verschil is dat in België een groot deel van de rundveestapel uit vleesvee bestaat', vervolgt Nijhoving. 'Dat zijn echt andere rassen dan het overheersende melkvee dat wij in Nederland kennen. De insteek van onderzoek naar de doodsoorzaak is daarbij ook anders en zodoende ook de veelvoorkomende doodsoorzaken.'

Veel aandacht voor seleniumtekorten

Nijhoving doelt daarmee onder andere op seleniumtekorten waar in België veel aandacht voor is. Vooral bij vleesvee zorgt dit voor problemen in de dracht, waar dat bij melkvee veel minder vaak het geval is.

In Nederland en België geldt dat bij ongeveer de helft van de ingestuurde foetussen of doodgeboren kalveren geen duidelijke oorzaak kan worden vastgesteld. Nijhoving tipt om, waar mogelijk, ook de nageboorte mee op te sturen bij het inzenden van een verworpen vrucht of doodgeboren kalf. 'Dat helpt onze pathologen vaak om een doodsoorzaak te bepalen.'

Salmonella als oorzaak

In Nederland en België spelen neospora en salmonella een duidelijk aantoonbare rol als veroorzaker. Dat geldt zeker ook voor Trueperella Pyogenes. Dit is een omgevingskiem die bij veel dieren tot de gewone flora van huid en slijmvliezen behoort.


De kiem wordt gerelateerd aan uitwendige abcessen, waaronder klauwproblemen. Koeien met dikke hakken, bulten op de nek of schoft en ontstoken klauwen zijn gevoelig voor deze omgevingskiem die abortus kan veroorzaken.

In zowel Nederland als België verliezen IBR en BVD de laatste jaren heel duidelijk terrein aan impact. De bestrijdingsprogramma's werpen de laatste jaren hun vruchten af.

IBR- en BVD-vrijstatus in België

Vanuit België, waar een vrijstatus geldt en de bestrijding al meerdere jaren verplicht is, komt wel de waarschuwing dat er elk jaar opnieuw besmettingen voorkomen. Alles wijst erop dat aankoop van vee daarvan de oorzaak is. De besmetting duikt waarschijnlijk ergens gedurende het transport op.

Aandoeningen die ook duidelijk aan importantie hebben ingeboet zijn blauwtong en Schmallenberg. Beide aandoeningen veroorzaakten uitbraken in 2007 en 2011. In het geval van blauwtong werd er een toename waargenomen in het aantal opbrekers, terwijl bij Schmallenberg een kleine toename in het aantal abortussen werd gezien.


Bij een screening vorig jaar bleek Nederland blauwtongvrij. In België wordt er vrijwillig veel tegen gevaccineerd, dat helpt ook.

Groepsimmuniteit

'Het Schmallenbergvirus is nog niet verdwenen, maar veroorzaakt nauwelijks problemen meer. Dieren die een keer besmet zijn geraakt, kunnen jarenlang beschermd zijn. Doordat veel dieren ooit een keer besmet zijn geweest, is een groot deel van de rundveepopulatie beschermd. Een soort van groepsimmuniteit', legt Nijhoving uit.

'Uit prevalentiestudies weten we zeker dat het virus nog steeds rondgaat. Maar dankzij de hoge beschermingsgraad levert dat nauwelijks schade op', stelt de dierenarts. 'Door de continue signalen actief vanuit veld te verzamelen, pathologisch onderzoek is hier een belangrijk onderdeel van, kan GD deze analyseren en zoeken naar verbanden.'

'We onderzoeken meer, maar programma is versoberd'
Evelien Forrez is dierenarts en werkzaam bij Diergezondheidszorg Vlaanderen. Vanuit haar functie verzorgt zij ook de monitoring en analyse van het 'abortusprotocol'. Dit is de benaming voor het onderzoek en de analyse van alle ingestuurde verworpen vruchten en abortussen in België. Forrez licht toe dat dit programma in 2012 is opgestart om brucellose volledig in te dammen. 'Dat is goed gelukt, maar het protocol is in de loop van de jaren nogal versoberd. Vergeleken met Nederland onderzoeken wij wellicht veel, maar een aantal jaren geleden waren de analyses nog veel uitgebreider. Het budget is nu kleiner, waardoor we de aangeboden foetussen voornamelijk nog goed op neospora en bacteriële infecties onderzoeken. Naast brucellose, natuurlijk.' Een meerlingendracht zorgt vaker voor verwerpen en aborteren. Dit komt duidelijk uit het onderzoek naar voren. Ook seleniumtekort zorgt in België voor de nodige problemen en is vaak een achterliggende factor van verwerpen of aborteren. Uit de monitoring wordt de 'marmering van de achterhandspier' ook gedefinieerd als een belangrijke oorzaak. Dit is iets wat bij Belgisch Witblauw speelt en niet tot nauwelijks bij melkvee voorkomt. Het niet goed functioneren van de achterhand door een slechte doorbloeding, wordt gelinkt aan een seleniumtekort. 'Wij adviseren veehouders in België ook bewust om rantsoenen op seleniumgehaltes te testen', zegt Forrez. 'Als die te laag liggen, adviseren we om via organisch materiaal, wat verwerkt kan worden in supplementen, het seleniumgehalte aan te vullen. Organisch materiaal wordt beter opgenomen door het dier dan anorganisch materiaal.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    33° / 21°
    30 %
  • Donderdag
    31° / 21°
    80 %
  • Vrijdag
    27° / 20°
    80 %
Meer weer