Europese+subsidie+aanvragen+blijkt+te+complex
Achtergrond
© Anne van der Woude

Europese subsidie aanvragen blijkt te complex

Het aanvragen van Europese POP-subsidie wordt als zeer complex ervaren en dat schrikt belanghebbenden af. Ook vinden zij het aanvraagtraject lang en vol financiële onzekerheid. Deze knelpunten leiden ertoe dat veel partijen afzien van het verzoek om de subsidie.

Dat blijkt uit onderzoek van Hinke de Groot in opdracht van LTO Noord. De Groot deed het onderzoek als sluitstuk van haar studie Recht en Bestuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij heeft de werking van de POP-subsidie in Friesland, Groningen en Drenthe onder de loep genomen en vergelijkingen gemaakt met Noord-Brabant.

Hoe zit het ook alweer? Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), dat loopt van 2014 tot 2020, bestaat uit twee pijlers. Onder de eerste pijler valt directe inkomenssteun. Onder de tweede pijler valt plattelandsontwikkeling.

Investeringen

Via het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) kunnen boeren en andere partijen subsidie krijgen voor investeringen. Ook de nationale overheid, de provincie of een gemeente dragen hier financieel aan bij. Daarnaast kunnen meerdere organisaties gezamenlijk subsidie aanvragen.

Er is angst dat de subsidie niet wordt uitgekeerd

Hinke de Groot, student Recht en Bestuur Rijksuniversiteit Groningen

Het gaat bij POP-aanvragen voor individuele boeren specifiek om subsidie op fysieke investeringen die bijdragen aan vergroening. Denk daarbij aan nieuwe technieken, processen of machines.

Afgewezen

Deze subsidie op fysieke investeringen werd het vaakst aangevraagd, bijna 700 van 1.100 aanvragen, maar ook het vaakst afgewezen. Het slagingspercentage is 33 procent. Dat komt doordat er meer vraag naar subsidie is dan er budget beschikbaar is.

POP-subsidies worden ook verstrekt voor samenwerkingsverbanden voor innovaties of niet-productieve investeringen. Denk daarbij onder meer aan investeringen om de waterkwaliteit te verbeteren. Het kan dan gaan om samenwerking tussen bijvoorbeeld LTO, het Kadaster en een waterschap.

Deze gezamenlijke aanvragen worden veel minder vaak ingediend, maar hebben een hoger slagingspercentage. Het gaat de afgelopen jaren in Noord-Nederland om tientallen aanvragen per categorie.

Knelpunten

Het blijkt dat zowel individuele boeren als gezamenlijk opererende organisaties knelpunten ervaren op het gebied van beleidsprogrammering, administratieve lasten, juridische complexiteit, financiering, verantwoording en controle, uitvoeringskosten en doorlooptijden.

De aanvragers verkeren in financiële onzekerheid of het totale bedrag achteraf wel wordt uitgekeerd. Alle bonnetjes moeten er zijn, anders wordt het hele subsidiebedrag niet toegewezen.

Voorschieten

'De financiële risico's zijn groot. De aanvragende partijen moeten veel voorschieten. Een gemiddelde boer heeft daarvoor een financiering nodig', licht De Groot toe.

'Daarnaast moet veel administratief werk worden verricht. Vooral bij complexe aanvragen lopen de kosten op. De motivatie voor projecten verdwijnt. Het is ook voorgekomen dat projecten in geldproblemen komen, omdat er geen geld meer is. Er is uitvoeringskapitaal nodig.'

Knelpunten

Deze knelpunten zorgen ervoor dat sommige partijen liever geen POP3-subsidie aanvragen, concludeert De Groot. 'Er is angst dat de subsidie niet wordt uitgekeerd.'

Het huidige GLB loopt in 2020 af. Het nieuwe Europese landbouwbeleid, met een looptijd van 2021 tot 2027, krijgt een iets andere opzet. Daarbij krijgen de lidstaten de mogelijkheid om een deel van de vergroeningsmaatregelen zelf in te vullen in een Nationaal Strategisch Plan. Dat betekent dat Nederland ook zelf de kaders kan schetsen voor de nieuwe POP-regeling.

Uniformer

De Groot ziet op basis van haar onderzoek dat een aantal zaken kan worden verbeterd, zodat meer partijen de subsidie zullen aanvragen. Zo moet het POP-beleid eenvoudiger en uniformer worden. 'Een uniform normenkader vooraf schept duidelijkheid voor zowel uitvoeringsorganisaties als projectaanvragers en kan de verantwoordings- en controledruk verminderen.'

Die vereenvoudiging begint al bij de inrichting van het stelsel. Twaalf provincies geven een eigen invulling aan het Europese beleid. Lokale overheden kunnen weer invulling geven aan provinciaal beleid. 'De gelaagde overheidsstructuren zoals in Nederland zie je nergens in Europa', zegt De Groot. 'Het zou beter zijn om niet op elke bestuurslaag regels te leggen.'

Eén loket

Verder zou er één loket moeten komen waar betrokkenen met vragen terechtkunnen. Daarmee kunnen onduidelijkheden en knelpunten worden weggenomen. Ook zouden de provincies het verstrekken van voorschotten moeten overwegen om de financieringsrisico's voor de aanvrager te beperken.

De Groot denkt dat het succes van POP mede afhangt van tijdige en inhoudelijke afstemming tussen overheidslagen onderling en tussen de overheid en de landbouwsector. Daar kunnen de LTO's een rol bij spelen. 'Zij kunnen als schakel fungeren tussen boer en overheid.'

Van innovatie en waterkwaliteit tot jonge boeren
POP staat voor Plattelandsontwikkelingsprogramma. Vaak wordt er een 3 achter gezet omdat dit programma zijn derde termijn is ingegaan. Nederland heeft ervoor gekozen om plattelandsontwikkeling uit te werken in vijf thema's: versterken van innovatie, verduurzaming en concurrentiekracht; verbetering van waterkwaliteit; natuur en landschap; jonge boeren (Jola); leefbaarheid platteland (Leader). De eerste vier thema's richten zich alleen op de landbouwsector en niet op de interactie tussen samenleving en landbouw. Het thema Leader heeft als doel de leefbaarheid op het platteland te verbeteren. Interactie tussen samenleving en landbouw staat hierbij centraal.

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    6° / 2°
    10 %
  • Zaterdag
    6° / 2°
    20 %
  • Zondag
    7° / 1°
    30 %
Meer weer