Zoetwaterboeren is klaar voor bredere uitrol

Zoetwaterboeren is klaar voor uitrol in de praktijk. Vier jaar onderzoek van onder meer Vertify en Deltares toont dat opslag en hergebruik van drainage- en regenwater goed uitpakt. Wel vraagt de toepassing om zorgvuldig maatwerk.

Bezoekers in een perceel van Schenk tijdens de afsluitende bijeenkomst van Zoetwaterboeren.
© Job Hiddink

‘Dankzij niet-kerende grondbewerking, het gebruik van vaste rijpaden en het watersysteem zijn de gewasopbrengsten met 35 procent gestegen’, constateert akkerbouwer Klaas Schenk in Anna Paulowna na vier jaar onderzoek. ‘Maar de potentie is nog niet bereikt. We kunnen naar een plus van 60 procent. Anderzijds zijn de kosten door het systeem wel hoger.’

Hij deed deze uitspraken onlangs tijdens de afsluitende middag van de publiek-private samenwerking Zoetwaterboeren, dat Topsector Agri & Food als hoofdfinancier heeft en is uitgevoerd door onder meer Vertify en Deltares. Zo’n vijftig belangstellenden lieten zich bijpraten over het ontstaan van dit project en de resultaten van vier jaar onderzoek naar het watersysteem bij Schenk. Zijn bedrijf in de Noord-Hollandse Oostpolder diende als proeftuin.

Dankzij niet-kerende grondbewerking, het gebruik van vaste rijpaden en het watersysteem zijn de gewasopbrengsten met 35 procent gestegen

Klaas Schenk, akkerbouwer in Anna Paulowna (NH)

Vanwege bodemdaling, een slechtere bodemstructuur en verzilting wordt zoet water steeds schaarser. Dit vraagt om een andere manier van reguleren, beheren, opslaan en (her)gebruik van water, zonder daarbij oog te verliezen voor de kwaliteit van het beschikbare water. Toen Zoetwaterboeren in 2022 van start ging, was het nieuw om regenwater op te vangen en op te slaan, en het op een moment van waterschaarste te gebruiken.

Sinds die tijd heeft het opslaan van zoet water in Nederland een vlucht genomen. Niet alleen in Noord-Holland, maar ook in andere kustgebieden. Zo worden met name in Zeeland grote waterbassins aangelegd om regenwater uit drainage of sloten op te vangen en te bewaren. Daarnaast wordt in sommige gevallen overtollig zoet water in de bodem geïnfiltreerd om zoetwaterbellen te creëren, waar telers in het seizoen uit kunnen putten. Een zoetwaterbel is een hoeveelheid zoet water die als een soort bel of lens op het zwaarder liggende, zoute of brakke water drijft.

Duurzaam watersysteem

Voor Schenk was het hoge zoutgehalte in het oppervlaktewater een belangrijke aanleiding om het drainage- en regenwater vast te houden en zich te verdiepen in een duurzaam watersysteem. Zijn percelen bevinden zich tussen drie wateren in. Bij een laag peil in het IJsselmeer wordt de Oostpolder als eerst afgesloten van verversing van het oppervlaktewater. Dit betekent dat in korte tijd de EC-waarde ofwel het zoutgehalte naar 4 kan stijgen. Dat is voor gewassen te hoog om mee te beregenen. Een normale EC-waarde voor het beregenen ligt doorgaans tussen 0,8 en 1,5.

Het gerealiseerde watersysteem bij Schenk werkt als volgt. De drainagebuizen onder de percelen voeren in de winter het overtollige regenwater af naar een tussentijdse opslag in een waterbassin van 1.000 kuub, waarna het door infiltratie terechtkomt in een zoetwaterbel onder de grond. Deze bel zit op 28 meter diepte en bestaat uit een laag grind omringd door zand.

Lees ook: Vraag naar water neemt toe: 'Er moeten moedige keuzes worden gemaakt'

De ondernemer pompt in het groeiseizoen bij behoefte het water uit de ondergrondse opslag en gebruikt het om zijn gewassen te irrigeren via druppelslangen. Op 30 hectare teelt Schenk pootgoed, zaaiuien en graan. Vanwege grondruil komt er soms ook broccoli en bollen op zijn percelen te staan. Tot dusver is de akkerbouwer positief over zijn ingezette koers wat betreft het watersysteem. De hogere opbrengsten zorgen ervoor dat de kosten van het systeem van ongeveer 10.000 euro per hectare snel zijn terugverdiend, zeker in drogere jaren.

De vraag is of het systeem te kopiëren is naar andere akkerbouwbedrijven. Volgens projectmanager Pieter Vlaar van Vertify is dat zeker mogelijk, al vraagt dat wel om maatwerk. Het project Zoetwaterboeren staat aan de vooravond van een verdere uitrol naar andere locaties in het land, bevestigt hij. ‘Er loopt een aanvraag voor een vergelijkbaar project in de Haarlemmermeer, en ook in de West-Brabantse boomteelt. De Haarlemmermeer is een diepere polder en dat betekent dat er meer komt kijken bij de aanleg.’

Vergunning nodig

Maar niet alleen technisch gezien is de aanleg van een ondergrondse zoetwateropslag een uitdaging. Zoetwaterboeren is een van de projecten waarvoor voor dergelijke opslag een vergunning nodig was. Willemijn van Doorn-Hoekveld en Vince Kaandorp van waterinstituut Deltares benadrukken dat de juridische kaders voor agrariërs en vergunningverleners complex zijn.

Juridisch gezien zijn er drie smaken: ga je water in de bodem brengen om het weer te onttrekken? Dan is het volgens het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de waterschapsverordening een ‘wateronttrekkingsactiviteit’. Betreft het water in de bodem brengen wat je niet wilt terugwinnen, maar waar je je ook niet van wilt ontdoen? Dan is het ‘aanvullen’ en valt het volgens het Bal en het omgevingsplan onder de noemer milieubelastende activiteit. Ten derde: wil je je ontdoen van water door te lozen op of in de bodem? Dan betreft het ‘lozen’ en is het volgens het Bal en het omgevingsplan eveneens een milieubelastende activiteit.

‘Het ingewikkelde is dat er voor elke smaak een ander bevoegd gezag en andere regels van toepassing zijn’, vindt Kaandorp. ‘Daarbij is de locatie van de activiteit ook relevant.’ Volgens hem is het juridisch kader te weinig toegespitst op de huidige mogelijkheden, variatie en praktijk. Kaandorp en Van Doorn-Hoekveld concluderen dat voor het opschalen van infiltratiesystemen verduidelijking nodig is, zeker nu de belangstelling naar dergelijke systemen toeneemt.

‘Monstername cruciaal voor vertrouwen in doelsturing’
Tijdens de afsluitende bijeenkomst van het project Zoetwaterboeren was ook het zelfontwikkelde apparaat van Soilz aanwezig om in één werkgang op drie dieptes monsters te steken. Projectmanager Pieter Vlaar van Vertify wijst op het belang van meten. ‘Je moet weten wat er in de grond gebeurt om grip te krijgen op je teelt. Daar ligt de basis voor doelsturing’, stelt hij.
Erna van der Wal van BO Akkerbouw sluit hierop aan met haar voordracht over de Sectoraanpak Nitraat. Dit is een initiatief van de sector om nitraatuitspoeling tegen te gaan en daarbij wordt ingezet op doelsturing. ‘Dat maakt halen van de milieudoelen niet makkelijker, maar het geeft je wel inzicht waarop je moet sturen. Wij proberen dit op een goede manier in het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn te krijgen. Intussen moet het vertrouwen in deze manier van werken groeien.’
Daarbij doelt ze op de machinale N-mineraalmetingen. In 2025 werd hiermee op meer dan 30.000 hectare ervaring opgedaan. Uit de analyses blijkt dat er duidelijke verschillen zijn tussen gewassen. Toch is de variatie tussen percelen vaak groter dan tussen gewassen. Daarnaast is gebleken dat een lage nitraatuitspoeling mogelijk is bij een hoge opbrengst. Verder meldt Van der Wal dat de nalevering uit bodem en vanggewas hoog kan zijn. De resultaten roepen vragen op over rasverschillen in stikstofopnamecurves. Ze geeft aan dat bijmestsystemen op basis van gewas- en bodemanalyses kunnen helpen beter te bemesten naar behoefte van het gewas en in te spelen op de N-mineralisatie vanuit de bodem.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Dinsdag
    29° / 15°
    0 %
  • Woensdag
    34° / 19°
    0 %
  • Donderdag
    32° / 19°
    0 %
Meer weer