Landbouw moet anders omgaan met water

De beschikbaarheid van voldoende en schoon zoet water komt structureel onder druk te staan. Zonder ingrijpende veranderingen dreigen watertekorten, strengere beperkingen en hogere kosten voor agrariërs.

De beschikbaarheid van schoon drinkwater is in de toekomst niet langer vanzelfsprekend, waarschuwt de Rli.        Foto: Twan Wiermans
© Twan Wiermans

De Nederlandse land- en tuinbouw staat aan de vooravond van een fundamentele verschuiving in het waterbeheer. Dit blijkt uit het advies ‘Zorg voor water: de toekomst van ons drinkwater als gezamenlijke opgave’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). De beschikbaarheid van voldoende en schoon drinkwater is volgens de raad niet langer vanzelfsprekend. Dat heeft directe en ingrijpende gevolgen voor agrariërs, die zowel gebruiker als beïnvloeder van het watersysteem zijn.

De kern van het probleem is volgens de Rli tweeledig. Enerzijds neemt de druk op het zoetwatersysteem toe door klimaatverandering, vervuiling en een groeiende vraag naar water. Anderzijds is de inrichting van de land- en tuinbouw en het waterbeheer hier nog onvoldoende op aangepast.

Voor veel boeren en tuinders wordt dit concreet merkbaar. Op bijvoorbeeld zandgronden in Oost- en Zuid-Nederland daalt de grondwaterstand in droge zomers steeds verder. Dat beperkt de beschikbaarheid van beregeningswater en kan leiden tot opbrengstverlies. Tegelijkertijd zullen waterschappen en provincies vaker kiezen voor hogere waterpeilen om verdroging tegen te gaan. Voor melkveehouders betekent dit nattere percelen, met risico’s voor draagkracht en benutting.

Strengere regels

Ook de waterkwaliteit zet de land- en tuinbouw onder druk. Nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen dragen bij aan een verslechtering van het grond- en oppervlaktewater. Dat heeft niet alleen gevolgen voor natuur en drinkwaterbedrijven, maar vertaalt zich ook in strengere regelgeving.

Daarbij kan worden gedacht aan beperkingen op het gebruik van bepaalde middelen, strengere bemestingsnormen of extra maatregelen nabij waterwingebieden. In sommige regio’s kan dit ertoe leiden dat landbouwgrond een andere functie krijgt of dat de bedrijfsvoering moet worden aangepast.

‘Het is onvermijdelijk dat ook voor de agrarische sector regelgeving nodig is om aan de drinkwateropgave te kunnen voldoen. De sector is vervlochten met het zoetwatersysteem’, zegt Rli-commissievoorzitter Erik Verhoef. Hij stelt dat de land- en tuinbouw weliswaar bijdraagt aan watervervuiling, maar ook slachtoffer is van de bedreigingen die in het advies staan.

Lees ook: Landbouw is de sleutel in de Europese waterparadox

‘Naarmate klimaatschommelingen groter worden, wordt ook de agrarische sector meer afhankelijk van een toekomstbestendig watersysteem. Als we erin slagen het watersysteem robuuster te maken, hoeven ook minder maatregelen te worden genomen die boeren onwelkom zijn, zoals sproeiverboden.’

Tegelijkertijd biedt de transitie perspectief, zij het onder voorwaarden. Het advies wijst op de ontwikkeling van zogenoemde ‘waterlandschappen’, waarin landbouw, natuur en waterbeheer beter op elkaar worden afgestemd. In Noord-Brabant en delen van Gelderland wordt al geëxperimenteerd met zulke combinaties, waarbij boeren een vergoeding krijgen voor waterbeheermaatregelen.

Efficiënter gebruiken

Daarnaast zal efficiënter watergebruik een grotere rol gaan spelen. Denk aan druppelirrigatie in de akkerbouw, het hergebruiken van spoelwater in de glastuinbouw of het opvangen van regenwater op bedrijfsniveau. Dit soort maatregelen vragen om investeringen, maar kunnen op termijn noodzakelijk worden om überhaupt toegang tot water te behouden.

Het is volgens Verhoef van belang dat de land- en tuinbouw, maar ook andere sectoren, goed worden betrokken bij het opstellen van een strategisch plan. ‘Als je zo’n plan goed wilt vormgeven, moet dat in samenspraak met maatschappelijke partijen wier kennis je daarbij betrekt. Daarbij is het van belang dat je niet alleen maar wijst op het zuur, maar ook op wat het oplevert. Dat boeren en tuinders begrijpen dat zij belang hebben bij een stabiel Nederlands zoetwatersysteem.’

De rode draad van het Rli-advies is dat water een sturend principe wordt. Waar grond, mest en productie jarenlang centraal stonden in de sector, komt daar nu een randvoorwaarde bij: de beschikbaarheid en kwaliteit van water. Dat vergt niet alleen technische aanpassingen, maar ook een andere manier van denken. De boer van de toekomst is niet alleen voedselproducent, maar ook waterbeheerder.

Nieuw evenwicht

Het advies laat weinig ruimte voor vrijblijvendheid. Zonder ingrijpen dreigen structurele tekorten en toenemende conflicten. Voor de agrarische sector betekent dit dat stilstand geen optie is. De uitdaging ligt in het vinden van een nieuw evenwicht, waarin landbouwproductie samengaat met een duurzaam en robuust watersysteem.

Wettelijk gezien moet het kabinet elk Rli-advies van een reactie voorzien, maar Verhoef hoopt dat het kabinet het belang onderkent en er ook mee aan de slag gaat. ‘Het zoetwatervraagstuk heeft de potentie om een herhaling te worden van het netcongestieprobleem. Laten we ervoor zorgen dat dit niet gebeurt. Want als het drinkwatersysteem vastloopt, hebben we een heel groot probleem.’

‘Economische schade extreem weer tot wel 1 miljard euro’Niet alleen de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) waarschuwt voor de gevolgen van onder meer klimaatverandering. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) stelt dat zonder ingrijpende maatregelen de schade aan oogsten en de veestapel kan oplopen tot miljarden euro's per jaar.

Het voorjaar wordt steeds droger, waardoor watertekorten meer knellen. In kustgebieden dringt de verzilting dieper het land in, wat de zoetwatervoorraad voor beregening onder druk zet. Tegenover de droogte staan vaker voorkomende hoosbuien die akkers laten onderlopen.

De financiële impact van dergelijke weerfenomenen kan enorm zijn, becijfert het PBL. In 2050 kan de economische schade door piekbuien en lange natte perioden variëren tussen de 100 miljoen en 1 miljard euro, met een frequentie van eens in het jaar tot eens in de tien jaar. Voor aardappeltelers dreigt tegen 2050 een opbrengstdaling van 35 procent als ze niet in actie komen.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Vrijdag
    24° / 8°
    0 %
  • Zaterdag
    23° / 11°
    75 %
  • Zondag
    18° / 12°
    85 %
Meer weer