Passie voor de pootaardappel
'Op mijn 15e liep ik voor het eerst mee met selecteren. Dat vond ik toen zo'n mooi werk! Ik denk dat daar de passie voor de pootaardappel is geboren.' Aan het woord is Tjalling Douma, productmanager bij aardappelcoöperatie Agrico. Maar liefst 48 jaar verdiepte hij zich in de pootaardappelteelt. Ook op de foto: Pietje Pieper, hoofdfiguur uit een kinderboek dat Douma zeven jaar geleden schreef. 'Mijn kleinkinderen vinden het leuk als ik eruit voorlees. Zo leren ze spelenderwijs hoe een aardappel groeit en wat er allemaal bij komt kijken om een aardappel goed te verzorgen.'
Eerst 5 jaar op een boerderij in de Wieringermeer, daarna 9 jaar bij keuringsdienst NAK en vervolgens 34 jaar bij zijn huidige werkgever Agrico. In april gaat Douma met pensioen. 'Er gebeuren op dit moment zoveel interessante dingen in de pootaardappelteelt', vindt hij. 'We gaan de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie (AI) ontdekken. De selectierobot komt eraan. Er komen veel data beschikbaar waar we veel kennis uit kunnen halen. Ik zou daar best nog wel een tijdje mee willen stoeien.'
Douma is zijn enthousiasme nog lang niet verloren als het over de pootaardappelteelt gaat. In april gaat hij na 34 dienstjaren bij Agrico met pensioen. Wat hem betreft had dat nog niet per se gehoeven. 'Maar ik wil ruimte maken voor jonge collega's die net zo gedreven zijn als ik. En ja, iets meer tijd voor de volkstuin en voor mijn kleinkinderen is toch ook wel fijn', zegt hij.
Eerst een terugblik op uw werkzame jaren in de pootaardappelteelt. Welke wijze lessen heeft dit opgeleverd?
'Ten eerste dat er voor elk probleem altijd een oplossing komt. We hebben bijvoorbeeld vreselijke virusjaren gehad. Dan denk ik vooral aan het jaar 1976, nog steeds een ijkpunt voor de oudere telers. Bijna 60 procent van alle pootgoed is toen verlaagd of afgekeurd. Er was toen veel bladrol. Dat gaf de nodige paniek. Toch hebben we de teelt prima onder controle gekregen. Vooral met creatief en innovatief denken en doen.'
Deep learning en selectierobots gaan een grote rol spelen in de strijd tegen virussen
'Een andere les is dat grootschaligheid en kwaliteit elkaar niet in de weg hoeven te zitten. De afgelopen decennia zijn de arealen en ook de opbrengsten enorm gegroeid. Dan denk ik opnieuw aan de jaren zeventig. Toen hadden we nog einddata voor de loofdoding – rond 10 juli – en was een opbrengst van 20 tot 22 ton per hectare gangbaar. Nu zitten we aan het dubbele. Tegelijkertijd hebben telers de productkwaliteit nooit uit het oog verloren. Daarin zijn zij – en ook de hele keten eromheen – blijven investeren. Dat maakt dat we overal ter wereld nog steeds als 'top of the bill' in pootaardappelen worden gezien.'
'Wat ook een enorme vlucht heeft genomen, is automatisering. Ik herinner me nog de eerste discussies over palletiseermachines. Die had een gemiddelde pootgoedteler toch niet nodig? Maar een paar jaar later hadden ze er bijna allemaal een. Datzelfde zie ik nu gebeuren bij optische sorteerders. Die gaan als zoete broodjes over de toonbank.'
'Natuurlijk speelt mee dat de pootgoedteelt goed renderend is geweest. Dan kun en wil je ook investeren. Maar toch, pootaardappelen zijn niet zomaar een akkerbouwgewas. Ze maken altijd extra passie los, zowel bij telers als de hele schil daaromheen. Misschien is het wel een way of life.'
Dan de virusproblematiek. Wat zijn daar de grote ontwikkelingen?
'Het meest in het oog springend is dat het bladrolvirus bezig is aan een comeback. In 2021 vonden we na jarenlange afwezigheid weer de eerste bladrollers. Daarna is het aandeel gegroeid tot bijna 30 procent nu. Is dat zorgelijk? Absoluut! Hoewel we hier eerder mee te maken hebben gehad in de jaren zeventig, tachtig en negentig – toen was bladrol ook het dominante virus – is de situatie nu anders. Destijds hadden telers nog de beschikking over behoorlijk zware systemische middelen om luizen dood te spuiten. Daardoor hebben we dit virus min of meer kunnen uitroeien en hebben we het zeker dertig jaar niet meer gezien.'
'Nu is de situatie anders. We hebben nu minder sterke middelen, die ook nog eens veel minder vaak ingezet mogen worden. Daardoor zijn de huidige bladrolpercentages van 30 procent – en soms zelfs hoger – zorgelijker dan toen. Telers moet het nu doen met minerale olie en een beperkt aantal luisdoders en pyrethroïden. Dat vraagt de komende jaren om extra veel scherpte bij de virusbestrijding. Of anders gezegd: we moeten er allemaal maximaal bovenop zitten.'
Waar zijn nog verbeteringen mogelijk als het om de virusbestrijding gaat? Of anders gezegd: waar zitten de zwakke plekken?
'Belangrijk is een vroege eerste selectie. Vanwege het veranderende klimaat zullen de luizen gemiddeld genomen steeds vroeger aanwezig zijn. Daar moeten we de komende jaren meer op verdacht zijn. Ook wanneer we een wat strengere winter hebben gehad.'
'Vuistregel is dat wanneer 40 procent van de aardappelen bovenkomen, een eerste ronde door het gewas moet worden gemaakt. Dat kan een korte controleronde zijn, maar als je maar iets verdachts vindt, moet je er meteen vol op zitten met de selectie.'
'Bij 50 procent boven moet ook de eerste minerale olie erop. Ook dat blijft belangrijk, vooral om overdracht van Y-virus te voorkomen. Voor pootgoedtelers is het waarschijnlijk een open deur, maar toch wil ik het nog eens benoemen: minerale olie moet strikt wekelijks worden gespoten om nieuw gevormd blad te beschermen.'
'Verder moeten we zuinig zijn op de nog beschikbare systemische luisdoders, zoals Gazelle en Sivanto Prime. Deze middelen zijn extra belangrijk in de strijd tegen het bladrolvirus. Dit is een persistent virus dat na het aanprikken van de luis eerst 24 uur in zijn lijf moet rijpen.'
'Daarna is de luis de rest van zijn leven in staat om virus over te brengen. Groot voordeel van systemisch opgenomen middelen is dat ze de luis doden, voordat deze virus kan overbrengen. Alleen met luisdoders krijg je dus de kans om de luis te doden, voordat de besmetting plaatsvindt.'
Hoe zit het met de inzet van luizengaas? Wanneer is dit zinvol en wanneer niet?
'Ook hier ga ik graag even terug in de tijd. Tot ongeveer halverwege de jaren tachtig werd er veel met gaaskassen gewerkt. Daarna raakten deze geleidelijk in onbruik door de opkomst van sterke systemische luismiddelen. Met de huidige virusdruk en de al eerde genoemde verzwakking van de middelen zou ik zeggen: goed dat ze terug zijn. Zeker voor het hoogwaardige segment, zoals eerste- en tweedejaars miniknollen, zijn ze een bescherming die veel zekerheid biedt. Vooral voor de vatbare rassen zie ik het als een zinvolle investering.'
De laatste jaren is er ook veel aandacht voor (visuele) verwarringstechnieken, zoals afdekken met stro, graanstroken zaaien of ruggen wit spuiten. Hoe kijkt u daarnaar?
'Hoewel dit nog wat in de ontwikkelfase zit, is het goed om dit te blijven uittesten. Tussen de ruggen stro aanbrengen lijkt op dit moment de beste resultaten te geven, dus daar moet misschien de nadruk komen te liggen. Tegelijkertijd zeg ik: het is geen wondermiddel.'
'Bij een hoge luisdruk zie ik zelfs wat risico's: zo'n strodek moet plat gezegd niet afleiden van een goede bestrijding met minerale olie, pyrethroïden en luisdoders. Verwarringstechnieken kunnen een aanvulling zijn tegen virusoverdracht, maar de basis blijft een strak, gesloten spuitschema.'
'Het aardappelbladrolvirus is een persistent overgedragen virus. Dat betekent dat als een bladluis eenmaal besmet is, deze het virus blijft afgeven.'
Welke rol speelt de bemesting bij de virusbestrijding?
'Met een precieze bemesting kun je zeker sturen in de bescherming van je teelt. Wees je ervan bewust dat te veel nitraat de plant aantrekkelijker maakt voor luizen, dus beperk het gebruik hiervan. Kali zorgt juist voor sterkere celwanden en dus een meer weerbare plant. Ook silicium speelt hierin een rol. Dit kun je tijdens poten meegeven of later in het seizoen als plantversterker. We weten hier nog niet alles van, maar we zien wel dat hier mogelijk liggen om het gewas weerbaarder te maken.'
Tot slot nog een blik in de toekomst: welke tools gaan ons de komende jaren verder helpen is de strijd tegen virussen?
'Dan denk ik als eerst aan de ongekende – en deels ook nog onbekende – mogelijkheden van deep learning en AI. De afgelopen decennia is enorm veel kennis opgebouwd over ziekten en plagen in aardappelen. Er zijn dus veel data beschikbaar waar we veel vergelijkend onderzoek mee kunnen doen. Door teeltjaren in al zijn facetten met elkaar te vergelijken, zijn er wetmatigheden uit te halen. Daar kunnen we zeker van leren.'
'De komende jaren zal er nog veel meer digitale informatie beschikbaar komen, die we ook via AI nauwkeurig kunnen analyseren en vertalen naar betere, rasspecifieke bestrijdingsstrategieën. Hoe dat precies gaat, weet ik niet. Maar dat het gaat gebeuren, is zeker.'
'Ook van de selectierobot verwacht ik veel goeds, vooral tijdens de vroege selectie. Door steeds betere algoritmes zal deze machine op den duur beter, constanter en vooral eerder kunnen zien of een plant met virus besmet is. Dat kan wel eens een belangrijke gamechanger worden in de pootaardappelteelt.'
Gazelle is een geregistreerd handelsmerk van Certis Belchim
Dit artikel is gecreëerd door onze kennispartner Bayer Crop Science
Bayer Crop Science
Bayer is wereldwijd marktleider in gewasbeschermingsmiddelen en zaden. Door biologie, chemie en digitale tools slim te combineren versnellen we innovatie in de...
Lees verder »
















