‘Voor goed waterbeheer moet ons land duidelijke keuzes maken’

Om te anticiperen op de nattere winters en drogere zomers en voor een goede verdeling van het water moet Nederland duidelijke keuzes maken. Dat stelt geohydroloog Perry de Louw van Deltares, een kennisinstituut voor water en bodem. Hij pleit voor een structurele aanpak van het ontwateringssysteem en het creëren van waterbergingsgebieden in gebieden waar dat mogelijk is.

%E2%80%98Voor+goed+waterbeheer+moet+ons+land+duidelijke+keuzes+maken%E2%80%99
© Job Hiddink

Van de laatste zes groeiseizoenen waren er vijf extreem. En weersvoorspellingen laten zien dat de kans op extremen alleen maar toeneemt. Akkerbouwers moeten zich hiertegen wapenen om een goede oogst in de benen te houden.

Veel sloten zijn gedimensioneerd op een situatie die maar een enkele keer per jaar voorkomt

Perry de Louw, geohydroloog Deltares

Perry de Louw is geohydroloog bij Deltares, een kennisinstituut voor water en bodem. Hij is daar expert op het gebied van grondwatersystemen en -beheer. Hij denkt dat een hogere grondwaterstand in het voorjaar en de zomer en het creëren van waterbergingsgebieden soelaas kan bieden. Volgens De Louw is het huidige Nederlandse ontwateringssysteem overgedimensioneerd. ‘Het water dat in de winter valt, voeren we te efficiënt af.’


Toch is het ontwateringssysteem in ons land niet voor niets zo ingericht.

‘Dat klopt, maar nu de zomers gemiddeld een stuk droger worden, past dat niet meer bij het huidige klimaat. Wateroverlast speelt vaak tijdelijk en droogte en verdroging geven over een langere periode problemen. Ook natuurgebieden hebben daar last van. Om ook de grondwaterafhankelijke natuur weer te herstellen, moeten we toe naar een structurele aanpak van verdroging.’


Hoe kunnen we het water beter vasthouden?

‘Vanuit Deltares onderzoeken we de herinrichting van het watersysteem om het regenwater langer vast te houden en tegelijkertijd het risico op wateroverlast te verminderen. We streven naar een klimaatrobuuster grondwatersysteem en herstel van sponswerking.'

‘Om droogte tegen te gaan, moeten we een structureel hogere grondwaterstand in het voorjaar en in de zomer hanteren. Dan moet ook in de winter het peil omhoog. Nadeel is dat dit in bepaalde gebieden zal leiden tot een groter risico op wateroverlast. Het meest effectief om wateroverlast te voorkomen, is het overtollige water tijdens extreme buien tijdelijk op het land te bergen op plekken waar het land af en toe onder water mag staan.’


Heeft het nut meer stuwen te plaatsen om water beter vast te houden op het perceel?

‘Met stuwen kun je het waterniveau in sloten beter regelen, maar dat heeft een beperkt effect in het perceel. Zeker in zandgebieden zien we dat de reikwijdte van het effect van stuwen door de helling in de sloten minimaal is. Daarbij is er in de zomer vaak onvoldoende water om het slootpeil te handhaven.'

‘Beter werkt het optimaliseren van het watersysteem, bijvoorbeeld door onnodige slootjes te dempen of slootbodems te verhogen. Hierdoor wordt het water minder snel afgevoerd. Veel sloten zijn te diep. Ze zijn gedimensioneerd op een situatie die jaarlijks maar een enkele keer voorkomt en om de allerlaagste delen droog te houden.'

‘Door de sloot ondieper te maken en de slootkant flauwer zal de ontwatering minder zijn en de afwatering gegarandeerd blijven, met ook een positief effect voor de biodiversiteit in de sloot.’


Welke kansen biedt peilgestuurde drainage?

‘Het mooie van dit systeem is dat je het waterniveau in de put goed kunt regelen, waar het drainwater door een verzameldrain in spoelt. Het is ook geschikt in combinatie met ondiepere sloten. Als je bang bent dat de grondwaterstand te hoog wordt in het perceel, dan kun je met de regelput het water alsnog versneld afvoeren. Anderzijds kun je bij droogte het water langer vasthouden.'


'Daarom adviseer ik iedereen die van plan is om drainage aan te leggen, meteen te kiezen voor peilgestuurde drainage. Wel zal de aanleg van nieuwe drainage altijd leiden tot lagere grondwaterstanden. Je moet dus goed bedenken of drainage echt noodzakelijk is.’


Is er wel voldoende water beschikbaar voor de Nederlandse landbouw?

‘Op jaarbasis is er genoeg, maar de problemen van watertekort spelen ‘s zomers en dan gaat het erom dat het water zo goed mogelijk wordt verdeeld. Daar zullen keuzes over moeten worden gemaakt. Zo wil het veengebied meer water om bodemdaling en CO2-uitstoot tegen te gaan en vragen diepe polders als het Haarlemmermeer om meer zoetwater om verzilting tegen te gaan. Maar je kunt ze niet allebei volledig voorzien.'

‘Het doorspoelen van polders om verzilting tegen te gaan, blijkt niet altijd effectief. Daar is het water vooral brak door zoute kwel. Bij zoute kwel stroomt zout grondwater vanuit het eerste watervoerende pakket naar het oppervlak en dat leidt tot verzilting van het oppervlaktewater, het ondiepe grondwater en de wortelzone.'

‘Dat zie je ook terug op de Zeeuwse eilanden en in de kustgebieden. Richting de zandgebieden is beperkt wateraanvoer mogelijk. Boeren moeten daar het neerslagoverschot in de winter zo goed en lang mogelijk proberen vast te houden. Ook helpt het om gewassen te telen die minder vocht nodig hebben en zuinigere irrigatietechnieken in te zetten.’


Denkt u dat het bouwplan van een akkerbouwer er over vijftig jaar anders uitziet?

‘Ja. Er zal een soort herverdeling zijn van welke gewassen waar het beste passen. Water en bodem zullen meer sturend zijn. Dat is ook waar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op aanstuurt.'


‘In nattere gebieden zullen gewassen komen die goed tegen natte voeten kunnen. In hoger gelegen gebieden komen juist gewassen die minder water behoeven of beter tegen droogte kunnen en eventueel met beregening zijn te redden. Wel zullen waterschappen beregening steeds minder toestaan om verdroging van natuurgebieden te voorkomen.'

‘Daarnaast zie ik voor de veengebieden kansen met paludicultuur. Hierbij kan het grondwaterpeil omhoog, terwijl de grond productief blijft.’


Promotie op zoute kwel in delta's

Perry de Louw is expert op het gebied van grondwatersystemen en grondwaterbeheer. Hij is sinds 1995 werkzaam bij Deltares en voorganger TNO. De Louw studeerde van Universiteit Utrecht af als fysisch geografisch hydroloog en promoveerde in 2013 op de Vrije Universiteit in Amsterdam op het onderwerp zoute kwel in delta's. Met metingen en modellen bracht hij voor zijn proefschrift zoute kwelsystemen in diepe droogmakerijen in West-Nederland en de dunne regenwaterlenzen in zoute kwelgebieden in beeld. Zijn meest interessante bevinding was dat wellen de belangrijkste verziltingsbron van diepe polders zijn. Wellen zijn scheuren in de bodem die ontstaan door opbarstingen van de bodem.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Dinsdag
    11° / 4°
    50 %
  • Woensdag
    10° / 4°
    50 %
  • Donderdag
    10° / 3°
    40 %
Meer weer