Keten zoekt gezamenlijke taal voor ‘True Value’-systematiek

De landbouw- en voedselketen werkt steeds nadrukkelijker aan één gezamenlijke taal voor duurzaamheid en maatschappelijke waarde. Onder de naam True Value Language (TVL) proberen boerenorganisaties, banken, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties afspraken te maken over hoe verduurzaming gemeten en uiteindelijk beloond kan worden.

De landbouw- en voedselketen zoekt naar een gezamenlijke taal voor duurzaamheid en maatschappelijke waarde.
© Tony Tati

Het idee van True Value draait om het zichtbaar maken van de werkelijke maatschappelijke waarde van voedselproductie. Vanuit deze gedachte zijn er veel onderzoeken, projecten en initiatieven gestart om deze kosten in kaart te brengen en te vertalen naar een maatschappelijk verantwoorde prijs.

Dit heeft geresulteerd in een versnipperd landschap van beleidskaders, keurmerken, meetmethoden en data-initiatieven. Het versnipperde landschap terugbrengen tot een gemeenschappelijke duurzaamheidstaal moet volgens Alex Datema, directeur Food & Agri bij Rabobank, boeren helpen met een eenvoudigere administratie. Rabobank is initiatiefnemer van het TVL-initiatief.

Datema: ‘Een goed voorbeeld is de akkerbouwer: die hoeft dan niet aan verschillende afnemers, zoals Cosun, Avebe of Agrifirm, telkens net even andere data aan te leveren omdat zij elk een andere uitvraag hebben. Door de data te stroomlijnen, verminder je de administratieve lasten voor de boer. Bovendien kun je met die eenduidige data verderop in de keten bewijzen dat een product duurzaam geproduceerd is, wat weer waarde kan toevoegen.’

Vanaf 2027 is true pricing een vast onderdeel van het vak economie in het voortgezet onderwijs

Michel Scholte, medeoprichter en directeur van True Price

Het gaat bij True Value niet alleen om de financiële opbrengst, maar ook om effecten op natuur, klimaat, biodiversiteit, bodem, waterkwaliteit en sociale aspecten. Door deze positieve en negatieve effecten systematisch te meten en te waarderen, ontstaat een completer beeld van wat de productie van voedsel daadwerkelijk kost en oplevert.

Het TVL-initiatief is vooralsnog een binnenlands initiatief. ‘Voor onze exportpositie is een internationale uitrol noodzakelijk’, vindt Datema.

De uitrol van true pricing is volgens Michel Scholte, medeoprichter en directeur van de organisatie True Price, te beschouwen vanuit drie dimensies: kijken, kiezen en kopen. ‘In beleidstermen spreken we dan over transparantie, transformatie en transactie.’

Lees ook: 'Duidelijkheid op lange termijn en een gelijk speelveld voorwaarde voor verduurzaming'

Op het gebied van transparantie is er veel gebeurd, stelt Scholte. ‘Er zijn geharmoniseerde methoden voor echte beprijzing ontwikkeld. Daar is twaalf jaar aan gewerkt. Er zijn veel data beschikbaar, ngo’s kunnen van allerlei producten de echte prijzen vergelijken.’

True Price werd in 2012 opgericht en groeide uit tot een organisatie om methoden en instrumenten te ontwikkelen om sociale en milieueffecten te meten en kwantificeren. De organisatie heeft de werkelijke prijs van tientallen producten wereldwijd berekend.

Op het gebied van transformatie ziet Scholte ook volop beweging. Biologische supermarktketens Odin en Ekoplaza zijn bekende voorbeelden die experimenteren met true pricing. Er zijn ook voorbeelden van cafés die ‘de echte prijs’ berekenen. Scholte: ‘Verder krijgt true pricing meer aandacht in het onderwijs. Vanaf 2027 wordt het een vast onderdeel van het vak economie in het voortgezet onderwijs.’

Niet onderschatten

True pricing wordt nu dus toegepast bij kleinere biologische supermarktketens. Toch vindt Scholte dat je dat niet moet onderschatten. ‘Het zijn serieuze bedrijven die hier op een grotere schaal hun nek voor uitsteken.’

De schaalvergroting zou een stuk sneller gaan als ook supermarkten zoals Albert Heijn, Jumbo, Plus en Lidl dit concept oppakken, erkent Scholte. ‘Supermarkten mogen tegenwoordig duurzaamheidsafspraken maken. Dat was in het verleden wel anders. Een belangrijk voorbeeld daarvan is nog altijd ‘De kip van morgen’ in 2013.’

Volgens de True Price-directeur kan met duurzaamheidsafspraken tussen supermarkten het Europese doel van een landbouwareaal van 15 procent biologisch worden gerealiseerd. ‘Het is belangrijk dat er ook andere zaken gebeuren, zoals aanpassing van de btw-belasting op voedsel. Nul procent belasting op biologisch en gezond voedsel zou een goede maatregel zijn als onderdeel om true pricing te stimuleren.’

Tekst gaat verder onder kader.

De ‘Kip van morgen’ als ijkpunt
Supermarkten mogen tegenwoordig duurzaamheidsafspraken maken omdat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) concurrentieregels soepeler toepast voor dit soort maatschappelijke doelen. De ACM hanteert hiervoor de Beleidsregel ‘Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken’. Dat was in het verleden wel anders. De ‘Kip van Morgen’ is een belangrijk ijkpunt in het debat over verduurzaming en mededingingsregels. Supermarkten wilden vanaf 2013 gezamenlijk overstappen op een langzamer groeiende en diervriendelijkere kip. De plannen strandden echter in 2015 bij de ACM.

Scholte ziet wel dat supermarkten strategisch kijken naar ‘hoe je een duurzamere en gezondere keuze betaalbaar en bereikbaar kunt krijgen voor iedereen’. In de praktijk is duurzaam en biologisch juist duurder dan de gangbare keuze en dus niet aantrekkelijk voor ‘de gewone consument’. Want hoe krijg je mensen met een smalle beurs aan het duurzame initiatief?

‘Dat is inderdaad een duivels dilemma’, vindt Scholte. ‘Je kunt de productie ook stimuleren door landbouwsubsidies, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, anders in te zetten. Zie het niet primair als inkomenssteun voor boeren, maar geef de duurzame productiemethodes financiële ondersteuning.’

In Europa gaat een bedrag van 50 miljard euro om in landbouwsubsidies, geeft Scholte aan. ‘Wereldwijd zelfs 600 miljard euro. Daar kun je veel mee doen. Je kunt een groter deel van dit geld voor ‘groen’ oormerken.’

Biologische supermarktketen Ekoplaza experimenteert net als Odin met true pricing van producten.
Biologische supermarktketen Ekoplaza experimenteert net als Odin met true pricing van producten. © Dirk Hol

Inmiddels zijn er veel keurmerken, zoals PlanetProof, Beter voor, Fairtrade en Beter Leven. Dragen die allemaal bij aan een eerlijkere beprijzing? ‘Er is ontzettend veel variatie’, reageert Scholte. ‘In de transitie spelen deze keurmerken een rol. Ik vind het mooi hoe Milieu Centraal inzichtelijk maakt waar de verschillende keurmerken aan bijdragen. Daarmee kun je het kaf van het koren scheiden.’

Sander van Diepen ziet true value en true pricing op dit moment vooralsnog als een theoretisch vraagstuk. De directeur van Biohuis, de belangenbehartiger voor Nederlandse biologische boeren en tuinders, vindt dat het zoeken naar een methodiek om de werkelijke prijzen voor gangbaar of biologisch geproduceerd voedsel te berekenen, vooral in Europees verband moet worden opgepakt.

Voor het berekenen van verborgen kosten verwijst Van Diepen naar het veel bediscussieerde rapport ‘The Hidden Bill’ dat eind vorig jaar is opgesteld door Deloitte, in samenwerking met onder meer The Robin Food Coalition. Conclusie in dat rapport is dat de maatschappelijke kosten van de Nederlandse landbouw veel groter zijn dan de toegevoegde waarde ervan.

Gestage groei

De samenstellers van het rapport berekenden het verschil tussen de huidige productiesystemen en 100 procent biolandbouw. ‘Volledig overgaan naar biologische landbouw gaat ook voor ons te ver’, stelt Van Diepen. ‘Wij streven naar een gestage groei van biologisch tot een aandeel van 15 procent in 2030.’

Wel laat het rapport volgens Van Diepen de impact zien van de verborgen kosten. ‘Dus de maatschappelijke kosten om de effecten van de productie op het milieu te compenseren. Natuurherstel is daarvan een voorbeeld. Nu bepalen we de kostprijs nog vooral op basis van de kosten voor grondstoffen, grondgebruik en arbeid.’

Met de verborgen kosten erbij kan biologisch geproduceerd voedsel beter concurreren met gangbaar voedsel, aldus de directeur van Biohuis. Net als Scholte pleit hij voor een btw-verlaging tot 0 procent op in elk geval biologische producten. Hij benadrukt dat de overheid daarmee een positief signaal kan afgeven.

De vervuiler betaalt

Als prijzen voor bio- en gangbare producten dichter bij elkaar liggen, kunnen consumenten bewuster een keuze maken, verwacht Van Diepen. ‘Het hoeft niet volledig biologisch of alleen maar gangbaar. Het aanbod kan een mix van beide zijn, maar wel op basis van het principe dat de vervuiler betaalt voor de milieu-impact van de voedselproductie.’

In opdracht van de Federatie van Vruchtgroentenorganisaties (FVO) draait het project ‘Belonen en Beprijzen’. Emile Stöver van adviesbureau Florpartners leidt het project. De adviseur legt aansluitend op het verhaal van de Rabobank-directeur Food & Agri uit waarom FVO is aangesloten bij het keteninitiatief True Value Language (TVL). ‘Het is goed om eenduidig te zijn over het meten en belonen van inspanningen die bijdragen aan verduurzaming. We hebben niets aan allemaal verschillende certificaten.’

Het FVO-project gaat uit van de principes van true value. Volgens Stöver worden discussies over de maatschappelijke waarde van sectoren vaak gevoerd op basis van onderbuikgevoel. ‘Wij willen de werkelijke waarde van de vruchtgroenteteelt in Nederland op een rij zetten en uitdrukken in harde euro’s. Dat geeft een completer beeld.’

Maatschappelijke bijdragen en kosten

Het driejarige project heeft als doel om met wetenschappelijke instellingen de maatschappelijke kosten en baten van de sector te bepalen. Zodat glasgroentetelers niet alleen gezonde voeding produceren, maar ook maatschappelijk bijdragen aan bijvoorbeeld wateropvang. Ook worden de maatschappelijke kosten in kaart gebracht rond de impact van teeltprocessen op de fysieke omgeving.

De projectleider vertelt dat de maatschappelijke kosten via extrapolatie zijn berekend op in totaal 688 miljoen euro. Hierbij zijn datasets gebruikt van een grote groep telers, uitgaande van een areaal van 4.100 hectare. De maatschappelijke opbrengsten zijn bij benadering 1,4 miljard euro. De besparing op de zorgkosten levert de grootste bijdrage, vanwege de consumptie van gezond voedsel.

‘True value is de waarde die naast de economische opbrengsten iets zegt over de maatschappelijke relevantie van een sector. Ons streven is om de maatschappelijke kosten naar nul terug te dringen en de opbrengsten verder te verhogen’, laat Stöver weten.

Waardering voor transparantie

‘In de gesprekken die we met partijen zoals ngo’s, banken, overheden en de retail voeren, krijgen we positieve reacties vanwege onze transparantie’, vervolgt de projectleider. ‘Het project is een verkenning, dus we kunnen niet morgen al een duurzaamheidspremium op onze producten berekenen.’

Maar wie de rekening betaalt voor de maatschappelijke kosten, blijft wel onderdeel van het gesprek. ‘Belasten telers dit door aan de consument of ligt hier ook een rol voor de overheid en financiers? Daarnaast dragen erkenning en ondersteunend beleid voor telers ook bij aan de maatschappelijke waardering voor de sector.’

Downloads

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    25° / 9°
    0 %
  • Vrijdag
    28° / 15°
    5 %
  • Zaterdag
    26° / 14°
    35 %
Meer weer