Fondsen vaker aan tafel bij financiering landbouwbedrijven

Fondsen komen steeds vaker in beeld bij de financiering van agrarische bedrijven. Het Investeringsfonds Duurzame Landbouw (IDL) biedt tegen voorwaarden een lage rente aan. Voor de financieringsbehoefte op korte termijn is er onder meer het AgraFonds dat sneller kan schakelen, maar dan tegen een hogere rente.

Financiering door een investeringsfonds kan de snelheid bieden die soms nodig is bij de aankoop van grond.
© Twan Wiermans

Beide financiers zitten steeds vaker aan tafel, ziet financieel adviseur Niek Groot Wassink van DLV Advies. ‘Het zijn twee verschillende fondsen. Voor het verduurzamen van bedrijven biedt het IDL echt kansen. Het AgraFonds is meer voor overbruggingskredieten of als er snel geld moet komen.’

Na een dip door de stikstofperikelen zag het IDL het aantal aanvragen vorig jaar weer toenemen, zegt fondsmanager Rob van Eijck. In de pilotfase 2021-2023 is voor 29 miljoen euro aan leningen uitgezet bij 93 boeren. Nu het fonds structureel van opzet is, zijn tussen juni 2024 en 2025 201 aanvragen ingediend. Er werden 119 aanvragen goedgekeurd.

‘Ondernemers zijn bereid stappen te nemen in de verduurzaming van hun bedrijf. Bij onze aanvragen gebeurt dat vaak in combinatie met een traject voor bedrijfsopvolging. En niet voor alle nieuwe activiteiten of aanpassingen is een nieuwe vergunning nodig’, aldus Van Eijck.

Als een interessant perceel te koop komt, wil je snel kunnen handelen om kans te maken

Rick Jaspers, fondsmanager bij AgraFonds

Een nog jonge financier voor agrariërs is het AgraFonds, dat eind 2024 is begonnen. Dit door particuliere investeerders gevoede fonds beleeft binnenkort zijn tweede tranche. Fondsmanager Rick Jaspers kijkt tevreden terug op de eerste periode: ‘Vanuit de investeerders gezien bieden we een mooi rendement van meer dan 6 procent per jaar, met een comfortabel onderpand in de vorm van voornamelijk landbouwgrond. Voor agrariërs bieden wij een nieuwe mogelijkheid voor het financieren van het bedrijf.’

In de afgelopen anderhalf jaar sloot het AgraFonds zo’n vijftig transacties, met name in de akkerbouw en de melkveehouderij. Meestal ging het om financieringen van ‘een miljoen plus’, zegt Jaspers. ‘Vaak voor de aankoop van extra grond, maar stalvernieuwing komt ook voor. Incidenteel werd er zelfs een volledige bedrijfsovername gefinancierd.'

Het IDL financiert, meestal samen met co-financiers, de verduurzaming van boerenbedrijven. De voorwaarden zijn gunstig: 1 procent rente voor twaalf jaar, waarbij zes jaar aflossingsvrij mogelijk is. Vanwege de staatssteunregels zitten daar wel beperkingen aan. ‘We kunnen alleen gebouwen, machines en inventaris financieren die nodig zijn voor de primaire landbouwpraktijk’, stelt Van Eijck.

melkveehouderij

Voorheen kreeg de verbouwing van een stal vaak een vergunning door intern te salderen. Door de stikstofuitspraken is dat verleden tijd. ‘Wij financieren niet de groei van het aantal dieren, maar bijvoorbeeld wel de ombouw naar een emissiearm stalsysteem. Maar ook dat is tegenwoordig vergunningplichtig. Het aantal aanvragen voor het IDL steeg daardoor niet naar het begrote aantal’, licht de fondsmanager toe.

Het merendeel van de 119 goedgekeurde IDL-aanvragen kwam uit de melkveehouderij (80), gevolgd door akkerbouw (8), varkenshouderij (8), tuinbouw (5), pluimvee (4) en overig (14). Het ging hierbij om 49,7 miljoen euro, wat neerkomt op een lening van gemiddeld 418.000 euro per bedrijf.

Lees ook dit interview uit 2025 met fondsmanager Rob van Eijk van IDL: 'Voorwaarden fonds zijn gunstig, maar we zoeken wel ambitieuze agrariërs'

Van de 119 plannen zijn er 65 gefinancierd en uitgevoerd. Het IDL droeg daar in totaal voor 27 miljoen euro aan bij. Inclusief de cofinanciering voor deze plannen werd 123 miljoen euro geïnvesteerd in deze bedrijven. Van Eijck: ‘Naast de bancaire leningen en financiering met eigen vermogen zien we in de plannen ook private investeerders, familieleningen, lease en crowdfunding terugkomen in de financieringsbegrotingen.’

Het IDL is opgericht om de verduurzaming van bedrijven te financieren. Dat zouden reguliere banken ook wel willen, zegt Groot Wassink van DLV Advies. ‘Dat is vaak wel rendabel te financieren, maar met de lage rente van 1 procent kan een bank niet mee.’

Gunstige voorwaarden

In 2023 lanceerde Rabobank een fonds van 3 miljard euro voor de verduurzaming van de land- en tuinbouw. Daaruit kunnen ondernemers onder gunstige voorwaarden lenen om hun bedrijf te verduurzamen.

De duurzaamheidsprestaties van bedrijven wegen bij de bank sinds de lancering van de eerste Agrofoodvisie in 2023 net zo zwaar als de bedrijfseconomische prestatie. De bank is ervan overtuigd dat verduurzaming nodig is om op de middellange termijn nog een gezond bedrijf te kunnen hebben.

Van de 3 miljard euro in het fonds is ruim 1 miljard euro benut door meer dan 1.500 klanten van de bank. Het vaakst investeren boeren in de aankoop van grond, zei Alex Datema, directeur Food & Agri Nederland van Rabobank, hier eerder over. Maar liefst 80 procent van de leningen is voor grondaankoop.

Lees ook: Rabobank investeert tot nu toe 1 miljard, aankoop grond populairste verduurzaming

'We hadden dit niet verwacht, maar snappen het wel', aldus Datema. 'Het komt deels door onzekerheid. Andere investeringen zijn vaak onzekerder en grond heeft een vrij vaste waarde. Bovendien willen ondernemers voor de toekomstbestendigheid voldoende grond onder hun bedrijf hebben.'

Het AgraFonds stelt geen voorwaarden op het gebied van verduurzaming. Het fonds heeft dan ook een andere functie dan reguliere banken of het IDL. ‘Wanneer boeren snel bij een bank terechtkunnen, dan doen ze dat over het algemeen. Het rentetarief bij de bank is lager dan bij ons. Onze investeerders gaan niet voor een reguliere spaarrente hun spaargeld bij ons onderbrengen’, zegt fondsmanager Jaspers.

Bij het AgraFonds geven boeren grond in onderpand met het recht van eerste hypotheek voor de investeerders in het fonds. Het gaat meestal over kortlopende leningen van drie tot vier jaar. Gedurende die periode wordt over het algemeen alleen rente betaald. Na afloop van die periode keren de bedrijven terug bij een bank voor een herfinanciering voor de lange termijn. Ook een eventuele verlenging binnen het fonds is bespreekbaar’, geeft Jaspers aan.

Sneller zekerheid van financiering

‘Een groot voordeel is dat wij sneller zekerheid van financiering kunnen bieden. Wanneer een interessant perceel te koop komt, wil je snel kunnen handelen om een kans te maken. Banken zijn grote organisaties die wat minder wendbaar zijn geworden door de centralisatie van de afgelopen jaren. Daarbij wegen andere kengetallen nu zwaarder voor de banken. Agrarische bedrijven worden dus anders beoordeeld bij een nieuwe financieringsaanvraag ten opzichte van een aantal jaar geleden’, ziet de fondsmanager.

Agrarisch ondernemers komen vaak via hun financieel adviseur met het fonds in contact. Zij hebben gezamenlijk al een financieringsplan gemaakt. Groot Wassink: ‘Het is niet voor een zeer lange termijn. Het is voor veel ondernemers een tijdelijke oplossing, en dus niet voor tien tot vijftien jaar. Banken doen dat juist wel.’

Jaspers: ‘Ligt er een plan waarin we geloven en kunnen we voldoende comfort vinden in het onderpand, dan stappen we in. In de gesprekken vóór de daadwerkelijke financiering wordt al het plan besproken hoe er aan het einde van de looptijd wordt afgelost: eventueel via herfinanciering bij een reguliere bank, uit eigen buffer of door de verkoop van ‘overtollige’ percelen grond. Want de exit is ook belangrijk.’

Gangbaar en biologisch

Het IDL ondersteunt zowel gangbare als biologische agrarisch ondernemers met de verduurzaming van hun bedrijf. Veel financieringsaanvragen zijn gericht op het verbouwen van stallen of het scheiden van vaste mest en een verbetering van bodem en biodiversiteit op het bedrijf.

De aankoop van alleen grond valt niet onder de mogelijkheden. Al kan extensiveren door de aankoop van grond wel onderdeel van het totaalplan zijn. Een andere financier moet dan deze investering voor zijn rekening nemen, zegt Van Eijck. ‘Het moet echt gaan om een andere, duurzamere bedrijfsvoering, minder intensief en met minder input.’

‘We zien dat bedrijfsopvolgers hierop doorschakelen en de overname aangrijpen voor een herstructurering van de financiering van het bedrijf. Daarbij kan het IDL een goede partij zijn’, gaat de fondsmanager verder. ‘Onze voorwaarden bieden door de ruime aflossingsvrije periode ruimte om de tijdelijke dip in de kasstroom die gepaard kan gaan met een transitie op te vangen.’

Stikstofaanpak

Vanwege de palmares van het IDL ziet Van Eijck mogelijkheden voor expansie. Bij de ministeriële taskforce die zich gaat buigen over de stikstofaanpak is een verzoek ingediend om het basisbudget van het fonds met 600 miljoen euro te verhogen naar in totaal 730 miljoen euro. Daarmee kan richting 2035 minstens 1 kiloton stikstofuitstoot per jaar worden vermeden. ‘Dat is gebaseerd op de plannen van agrarisch ondernemers die we tot nu toe hebben goedgekeurd. En dan ga ik nog aan de voorzichtige kant zitten’, benadrukt de fondsmanager.

Van Eijck is positief over de beslissing van het nieuwe kabinet over uitbreiding van het fonds. In het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA wordt dit genoemd. Het nieuwe kabinet wil de toepassing van het fonds uitbreiden met de categorie bedrijfsovername, zodat ook de overnamesom en financiering van grondaankoop en erfpacht voor jonge boeren en tuinders meetellen.


Koeien op een landgoed in Zuid-Nederland.
Koeien op een landgoed in Zuid-Nederland. © Twan Wiermans

‘Landgoed kan rendabele optie zijn voor stoppers’

Voor wie zijn grond niet wil verkopen of verpachten na het deelnemen aan een stoppersregeling, kan het lonen om te investeren in natuurontwikkeling. Een boerenlandgoed kan per hectare een positief economisch model zijn.

Dat stelt rentmeester Hidde van Kersen van Klement Rentmeesters. Hij helpt veehouders die op zoek zijn naar een breder of nieuw verdienmodel. ‘Wat je ziet gebeuren, is dat grond van stoppers wordt verpacht voor de lelieteelt en andere intensieve teelten. Dat is achteruitboeren.’

Van Kersen helpt agrariërs die interesse hebben om een boerenlandgoed te vestigen. ‘Dat heeft fiscale voordelen, al moet het wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo gaat het om minimaal 5 hectare en moet een derde van het oppervlak de bestemming natuur krijgen.’

Los van natuur past multifunctionele landbouw, zoals recreatie, prima op een landgoed. Ook landbouw blijft mogelijk op het deel van de grond dat niet wordt afgewaardeerd naar natuurgrond.

Die afwaardering hoeft geen probleem te zijn, mede door de vergoeding via het Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer die veel provincies geven voor het afwaarderen van landbouwgrond naar natuur. ‘Ook biedt de landgoedstatus fiscale voordelen. Als je er tiny houses of cabins neerzet die je verhuurt als vakantiewoning, kan het goed uit.’

Emotionele waarde

Hoewel de inkomsten bij grond verpachten aan intensieve teelten wellicht hoger liggen, weet Van Kersen dat de grond bij veel boeren niet alleen een economische waarde heeft. ‘Er zijn genoeg boeren die hart hebben voor de gezondheid van hun grond.’

Op een boerenlandgoed kan de agrarische functie overeind blijven of de hoofdfunctie blijven. ‘Belangrijk is om als ondernemer je eigen niche te vinden. Je kunt niet vijf landgoederen op een rij hebben met allemaal een recreatietak’, stelt de rentmeester.

Klement Rentmeesters begeleidde vorig jaar vijf boeren uit Zuid-Nederland. ‘De interesse groeit, ook elders in het land. Het is voor velen echter nog onbekend.’

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    16° / 3°
    0 %
  • Zondag
    14° / 3°
    5 %
  • Maandag
    15° / 3°
    10 %
Meer weer