Vleesveehouderij heeft een duurzaam profiel, maar is lastig te financieren

Groen licht van de bank is voor geen enkele ondernemer vanzelfsprekend, maar vleesveehouders met runderen ervaren steeds vaker moeizame financieringsaanvragen. Knelpunt is het gebrek aan rendement en duurzaamheidsdata.

Zoogkoeienhouders zijn uitermate geschikt voor natuurbeheer.
© Marcel Berendsen

Vleesveehouders met rundvee hebben steeds meer moeite om financiering te krijgen bij banken. Dat is het signaal dat voorzitter Wouter Hartendorf van de LTO-vakgroep Vleesveehouderij in toenemende mate opvangt. 'Ik merk dat onze leden hiermee worstelen.'

'Zeker nu duidelijk is dat naast het Convenant dierwaardige veehouderij ook de algemene maatregel van bestuur voor onze sector van toepassing is. Meer hokruimte per dier zal de behoefte aan financiering aanwakkeren', vervolgt de vakgroepvoorzitter. Volgens hem is het gebrek aan geborgde duurzaamheidsdata de meest waarschijnlijke oorzaak voor de stroeve doorloop van financieringsaanvragen.

Alex Datema, directeur Food & Agri bij Rabobank, ziet net als Hartendorf dat het in de vleesveehouderij ontbreekt aan goede kengetallen rond duurzaamheid: 'Er is minder informatie beschikbaar, dus moeten ondernemers zelf goed onderbouwen hoe ze ervoor staan als het gaat om duurzaamheid. Denk aan het opwekken van duurzame energie en meer natuurinclusief boeren.'

Vleesveehouders moeten zelf goed onderbouwen hoe ze ervoor staan

Alex Datema, directeur Food & Agri bij Rabobank

Het ondernemerschap wijkt volgens Datema in de basis niet af van dat in andere sectoren. Maar het rendement en de beoordeling van duurzaamheidsinspanningen zijn voor hem een bekende handicap in financieringsvraagstukken.

Datema merkt nog geen grote afname in financieringsaanvragen door vleesveehouders met rundvee: 'De sector is relatief klein en divers. Een deel werkt in de hobbysfeer, een ander deel werkt meer bedrijfsmatig. We krijgen daardoor sowieso maar heel weinig aanvragen van deze bedrijfstak.'


Tekst gaat verder onder video

En van de aanvragen die wel zijn binnengekomen, zijn er ook geen tien of meer afgewezen, benadrukt Datema. Hij legt uit dat daartegenover staat dat weinig kansrijke aanvragen doorgaans ook niet worden ingediend. Dus dat kan betekenen dat de kwestie wel bestaat, maar onder het oppervlak blijft.

Vleesveehouders die een financieringsaanvraag indienen, krijgen eenzelfde behandeling als ondernemers uit andere sectoren, benadrukt Datema. Eerst kijkt de bank naar de ondernemer, dan naar de onderneming (is er rendement?) en tenslotte naar het duurzaamheidsaspect.


Een aanzienlijk deel van de zoogkoeienbedrijven werkt al met natuurland. Het begrazen van deze terreinen is zelfs bij uitstek een geschikte taak voor extensieve vleesrassen. Maar de concurrentie met melkveehouders neemt toe. Bij de toewijzing van pacht door terreinbeherende organisaties is een vleesveehouder doorgaans niet in het voordeel.

Melkveehouders leggen kengetallen uit de Biodiversiteitsmonitor en KringloopWijzer op tafel. Ze hebben de grond nodig om punten te scoren voor duurzame melkstromen. De toeslagen op melkstromen als PlanetProof of Beter Voor maken het voor een melkveehouder eenvoudiger om meer te betalen voor de pachtgrond.

Ook dit aspect is herkenbaar voor Datema: 'Vleesveehouders met een groot aandeel grond dat in jaarlijkse pacht zit, hebben wel een issue met de zekerheid onder een financiering. Dat helpt inderdaad niet.'


Te weinig handvatten

De frustratie die dit onder vleesveehouders losmaakt, is ook herkenbaar voor senior bedrijfsadviseur Erik van Gorp bij aaff. 'Zoogkoeien zijn uitermate geschikt voor natuurbeheer, maar we hebben niet voldoende handvatten om dat te overleggen. Terwijl er voor melkveehouders een wereld opengaat als ze met een Biodiversiteitsmonitor of KringloopWijzer hun prestaties kunnen staven.'

In Noord-Brabant kan dat bijvoorbeeld vrijstelling geven op het stallenbesluit van de provincie, licht de bedrijfsadviseur toe. 'En ik kom voorbeelden tegen waarbij een bepaalde score de kans op toekenning op pachtgrond met een factor 1,5 vergroot.'

Van Gorp is begaan met de vleesveehouders, maar is ook realistisch: 'We kunnen iedereen de schuld geven, maar uiteindelijk is het rendement in deze bedrijfstak beperkt. Vrijwel alle zoogkoeienhouders hebben er een baan of tak bij.'


Kostprijsmodel

Dat maakt de sector volgens Van Gorp heel divers en moeilijk te vatten bij het maken van langetermijnprognoses die banken willen zien. Om meer zicht en daarmee grip te krijgen op de kostprijs, ontwikkelde aaff in opdracht van Stichting VleesveeNL een digitaal hulpmiddel in de vorm van een kostprijsmodel.

Datema is optimistisch over de marktprognose voor de rundvleesprijzen en ziet dicht bij Natura 2000-gebieden mogelijkheden voor natuurinclusieve vormen van boeren. Extensief gehouden vleesvee past dan bij uitstek. VleesveeNL-voorzitter Jacco Keuper wijst op het duurzame profiel van zoogkoeienbedrijven: 'Veel duurzaamheidskenmerken zitten boven de standaard. Denk aan het kalf bij de koe, weidegang en strooiselstallen.'


• Lees ook de column van voorzitter Wouter Hourtendorf van LTO Vleesveehouderij: 'Dieren kunnen niet kiezen wordt gezegd, planten dan wel?'

Tegelijkertijd ziet ook Keuper dat er voor het borgen van die data nog een weg is te gaan. 'We kennen het Beter Leven-keurmerk, maar dat gaat enkel over dierenwelzijn. Dat is te smal voor een beoordelingskader dat banken hanteren.'

Bovendien krijgen vleesveehouders minder steun vanuit de periferie om de duurzaamheid verder te verhogen, vervolgt Keuper. 'Door de lage rendementen, gemiddeld kleinere bedrijfsomvang en diversiteit in de sector is de vleesveehouderij voor deze bedrijven minder interessant om in te investeren dan de melkveehouderij.'



Digitaal hulpmiddel geeft veehouders inzicht in kostprijs

Om meer inzicht te krijgen in de kostprijs van veehouders, heeft accountants- en adviesorganisatie aaff een kostprijsmodel ontwikkeld. Dit deed ze in opdracht van Stichting VleesveeNL, de ketenorganisatie voor de vleesveehouderij. Het model is te downloaden op de website vleesveenl.org. Vleesveehouders kunnen de gegevens van hun bedrijf invullen en verkrijgen zo een doe-het-zelf-kostprijsberekening.

De marges in de zoogkoeienhouderij stonden lange tijd onder druk, met name door stijgende kosten voor voer, arbeid, pacht en financiering. De gemiddelde kostprijs lag in de periode 2020 tot en met 2023 op 3.396 euro. In 2023 was dat 3.867 euro per zoogkoe. De laatste jaren stijgen de marges onder invloed van toenemende opbrengstprijzen.


Handig hulpmiddel

Erik van Gorp werkte voor aaff aan de ontwikkeling van het kostprijsmodel. Het is volgens de bedrijfsadviseur een handig hulpmiddel voor veehouders om de kansen voor financiering te vergroten. 'Het rendement in de zoogkoeienhouderij is beperkt, maar het model neemt wel alle kosten mee. Dus ook een beloning voor eigen arbeid en kapitaal. De kritieke opbrengstprijs ligt een stuk lager; die berekent alleen wat minimaal nodig is om privé rond te komen.'

Voorzitter Jacco Keuper van Stichting VleesveeNL vindt het waardevol om dit inzicht te hebben. 'Alleen met inzicht in je kostprijs kun je dingen veranderen op je bedrijf. Gelukkig is het rendement in de afgelopen jaren duidelijk verbeterd. Vlees brengt eindelijk op wat nodig is om uit de kosten te komen. Daarom verbaast het mij ook wel dat vleesveehouders juist nu tegen problemen aanlopen.'

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    10° / 5°
    55 %
  • Zondag
    10° / 1°
    30 %
  • Maandag
    10° / 4°
    70 %
Meer weer