Doelsturing: veel puntjes op de i nodig voor resultaat

De agrarische sector wil in de komende jaren naar meer doelsturing als het gaat om regelgeving. De overheid stelt doelen, de boer of tuinder kiest de maatregelen. Toch is er geen sprake van vrijheid-blijheid, waarschuwt onderzoeker Wim van Dijk van Wageningen University & Research: 'De doelen vragen om een gereedschapskist vol precisie.'

Koe in kruidenrijk grasland
© Twan Wiermans

Erna van der Wal van BO Akkerbouw ziet dat er steeds meer op de agrarisch ondernemer afkomt, zo stelde ze begin deze maand in Nijkerk tijdens de gezamenlijke themamiddag van de commissies Bemesting voor Grasland en Voedergewassen en voor Akkerbouw en Vollegrondsgroententeelt.

Ze doelt daarbij op het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water, die strengere normen stellen. Daarbij vraagt nitraat in sommige regio's extra aandacht, bijvoorbeeld op löss- en zandgronden. Die grondsoorten zijn gevoeliger voor nitraatuitspoeling.

Op zandgrond zijn ook regionaal verschillen. Zo is in Zuid-Nederland meer sprake van uitspoeling dan elders, licht Van der Wal uit: 'Daarbij zie je dat de laatste vijftien jaar amper verbeteringen zijn doorgevoerd wat betreft die uitspoeling, terwijl het generieke beleid steeds strenger werd.'

Van der Wal wil daarom naar een nieuwe aanpak: doelsturing. Door te meten wat daadwerkelijk in de bodem achterblijft, moet ruimte ontstaan voor vakmanschap. Resultaat wordt belangrijker dan regels. Doelsturing speelt ook voor de teelt van gras en groenvoeders, weet onderzoeker Van Dijk. 'Ook hier stelt de overheid het doel en bepaalt de ondernemer de route. Dit vraagt voor die ondernemer wel een gereedschapskist vol precisie. '


Beheerste bemesting

Melkveehouder Emiel Koskamp uit IJzerlo in de Achterhoek kijkt al een aantal jaren naar mogelijkheden om de uitspoeling te verlagen. Zo zorgt hij voor een beheerste bemesting, zonder dat dit ten koste gaat van de drogestofopbrengst.


Een belangrijk onderdeel van de strategie op zijn bedrijf is de overstap naar kruidenrijk grasland. Koskamp gebruikt slechts 20 kilo stikstof uit kunstmest, tegen 40 kilo op reguliere percelen. De melkveehouder hamert daarbij op het belang van het juiste mengsel: 'Ik wil duidelijk weten hoeveel procent klavers erin zit. Voor mij is dat minimaal 25 procent.'

Op het bedrijf wordt gewerkt met verschillende mestvormen, mede door de specifieke stalinrichting. Koskamp maakt onderscheid tussen drijfmest, urine, vaste mest en zandmest. 'De stromest verdelen we over de percelen met de laagste organische stofwaardes. Urine wordt specifiek ingezet voor de eerste snede, omdat je dit met een lagere dosering heel precies kunt uitrijden', legt de ondernemer uit.

Hoewel Koskamp voorlopig tevreden is, kijkt hij alweer vooruit. Zo wordt geëxperimenteerd met een vaste rotatie waarbij graan wordt ingezet tussen de teelt van mais door: 'Dit levert niet alleen extra stro op, maar biedt ook de kans om vanggewassen beter te benutten.'

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    11° / 9°
    70 %
  • Zondag
    11° / 3°
    20 %
  • Maandag
    15° / 5°
    0 %
Meer weer