Veehouders zetten zich schrap voor rampjaar op mestmarkt
De mest mag sinds deze week het grasland weer op. Na twintig jaar derogatie moeten melkveehouders het dit jaar voor het eerst doen met een stikstofnorm voor dierlijke mest van 170 kilo per hectare. De mestafzetprijzen lopen al op naar 40 euro per kuub en kunnen nog verder doorstijgen, verwachten experts. Maar er is ook hoop: 'De mestcrisis is goed oplosbaar.'
Sinds 2006 mochten Nederlandse melkveehouders meer dierlijke mest per hectare uitrijden dan de standaardnorm. De Europese Commissie zette, na een afbouwperiode, definitief een streep door de derogatie. Het gevolg is dat het mestoverschot steeds verder oploopt.
Dat komt niet alleen door de derogatie. Naast het einde van de derogatie (-51 miljoen kilo stikstof per jaar) zijn er bufferstroken ingevoerd. Deze maatregel doet de bemestingsruimte voor stikstof volgens berekeningen van het Nederlands Centrum Mestverwaarding (NCM) met nog eens 12 miljoen kilo dalen. De invoering van de met nutriënten verontreinigde gebieden werd in 2024 op 54 miljoen kilo stikstof minder totale gebruiksruimte geschat.
De afnemende gebruiksruimte voor dierlijke mest wordt maar deels gecompenseerd door een lagere mestproductie. Naar verwachting is de mestproductie in deze periode met 'slechts' 27 miljoen kilo stikstof afgenomen. Deze daling is vooral het resultaat van de opkoopregelingen Lbv en Lbv-plus.
Er zijn kansen voor export, maar dat vraagt om een andere benadering
In de NCM-berekeningen is overigens uitgegaan van een daling van de mestproductie tot het door Brussel opgelegde nieuwe mestproductieplafond. Dat is de maximale mestproductie. Met de opkoopregelingen wordt die daling niet helemaal gerealiseerd, wat netto dus betekent dat het mestoverschot nog wat groter lijkt uit te vallen.
'Bij elkaar opgeteld valt hierdoor veel van de bemestingsruimte weg', zegt NCM-directeur Jan Roefs. 'Dit zagen we natuurlijk al even aankomen en het probleem speelde de afgelopen jaren ook al. Maar in het begin voel je het nog niet zo en deels is dat opgevangen doordat veel boeren voorraden opgebouwd hebben. Dat is een oplossing voor even, maar dat houdt een keer op. De problemen worden steeds groter.'
Dat merkt ook Sjoerd Roelofs, adviseur mest en mineralen bij DLV Advies. Hij is zelf vooral in het oosten van Nederland actief en ziet veel bedrijven die het afgelopen jaar 'de laatste paar honderd kuub' mest niet meer kwijt konden. 'Voor degenen die mest moeten afzetten, wordt 2026 een lastig jaar. Eerlijk gezegd heb ik nauwelijks klanten die geen mest af hoeven te zetten.'
Volgens Roelofs zijn melkveehouders nog zoekende naar een oplossing voor dit probleem. 'Vooral melkveebedrijven die tot twee of drie jaar geleden geen mest hoefden af te voeren, ervaren nu problemen. Zij hebben moeite om de afzet geregeld te krijgen. Bedrijven die al langer contacten hebben om hun mest af te voeren, krijgen dat makkelijker voor elkaar.'
Mestverwerking biedt ook weinig soelaas. 'Mestverwerkers gaan nauwelijks nieuwe contracten aan. Er is weinig mogelijkheid voor extra mestverwerking', zegt de adviseur. 'Ook in het zuiden van het land, waar veel stoppende varkenshouders zijn, is nauwelijks ruimte voor rundveedrijfmest die van verder weg komt. Het aanbod is daarvoor te groot.'
Roelofs ziet dat melkveehouders regelmatig gebruikmaken van opslag in de buurt of op het erf extra mestopslag aanschaffen, mestzakken. 'Opslag lost het probleem natuurlijk niet op. Het kan wel helpen om de mest kwijt te raken op het moment dat de markt in het voorjaar het gunstigst is, als iedereen de mest nodig heeft en jijzelf ook.'
Mogelijkheden zijn beperkt
De adviseur denkt dat de mogelijkheden om nog meer mest kwijt te raken richting de akkerbouw beperkt zijn. 'Degenen die dat willen en kunnen, hebben die mogelijkheid al wel benut.'
Voor melkveehouders zijn er nog wel wat knoppen om aan te draaien, zegt Roelofs. 'Bijvoorbeeld via het voerspoor, door de excretie per koe te verlagen. Via het BEX-voordeel kun je sturen op ureum, waarmee je minder stikstof produceert. Ook kun je scherpere keuzes maken in het jongvee, waardoor je minder 'vretende dieren' hebt. Of denk aan een productieverhoging per koe, waardoor je met minder koeien dezelfde productie realiseert.'
Uit een rondgang langs mestransporteurs blijkt dat ook zij dit jaar grote problemen verwachten. De markt is volgens hen moeilijk, maar niet zo dramatisch als 'de geluiden' doen vermoeden. 'Vorig jaar dacht men ook dat het dramatisch zou worden en viel het achteraf mee', stelt een mestintermediair.
Transportkosten
Veel hangt af van hoe het voorjaar verloopt en hoeveel dierlijke mest akkerbouwers daardoor afnemen. Transportkosten en lopende contracten beperken de mogelijkheid van langeafstandstransporten van mest door het land heen.
Roefs ziet in renure de belangrijkste oplossing van het mestprobleem. 'Als op de helft van het grasland renure wordt toegepast, zou dat het ontstane mestoverschot compenseren. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar dat is het zeker niet. Desalniettemin kan het zeker haalbaar zijn.'
Om geen tijd te verliezen, kunnen melkveehouders hier nu al mee aan de slag gaan, zegt de NCM-directeur. 'Formeel nog niet. Nederland moet renure opnemen in de Meststoffenwet. Daarna moet Brussel het goedkeuren. Ik hoop dat de goedkeuring in het begin van de zomer definitief is.'
Voor het boerenerf zijn stikstofstrippers op dit moment het meest praktijkrijp. 'Maar dat is nog geen sinecure. Je hebt er zuren voor nodig, soms ook loog, energie en water. Voor de lange termijn is een tweede techniek in mijn ogen misschien beloftevoller. Dat zijn filtratiesystemen. Door secuur te filteren, krijg je een meststof die inhoudelijk ook voldoet aan de renure-criteria', zegt Roefs.
'Wat dan wel nog moet gebeuren volgens de voorwaarden die Brussel heeft gesteld, is de techniek van omgekeerde osmose in het proces opnemen. Deze techniek is goed bekend uit allerlei andere industrieën en ook bij mestverwerkers. Die techniek moet worden aangepast voor toepassing in de melkveehouderij', legt de NCM-directeur uit.
Ook voor mestexport ziet Roefs kansen. 'Maar dat vraagt om een andere benadering. Nu wordt vooral gekeken waar de mest het makkelijkst naartoe kan. Dat is wat anders dan tuinders en akkerbouwers beleveren die hiermee hun bodem en gewasteelten kunnen verbeteren. Het ontbreekt niet aan gebieden in het buitenland waar mest schaars is. Daar is mest een waardevol product en zal het dus ook anders gewaardeerd worden.'
Stikstofoverschot
Volgens de NCM-directeur is het mestoverschot in feite een stikstofoverschot. 'Stikstof kunnen buitenlandse telers als kunstmest kopen. Ze hebben vooral behoefte aan andere nutriënten en aan organische stof. Dat willen veel melkveehouders liever op hun eigen percelen houden', constateert hij.
'Los van de marktoriëntatie, lange adem en mestverwerkingsprocessen die nodig zijn, is het maar de vraag of dit voor veel veehouders de gewenste route is', zegt Roefs. 'Met renure kun je de organische mest op je bedrijf houden en kunstmest vervangen. Mij lijkt dat in veel gevallen een snellere route.'
'We moeten het samen doen'
'Binnen onze sector is het probleem de laatste jaren zeker niet groter geworden. Toch maken we ons er hard voor om samen aan een oplossing te werken, zodat het mestprobleem voor eens en altijd naar de achtergrond verdwijnt.' Dat zegt Eric Stiphout, dossierhouder kringloop bij de POV.
Stiphout ziet renure als een belangrijke kans. 'Als we renure maximaal inzetten, profiteren alle sectoren.' Door renure-producten te gebruiken op grasland en bij akkerbouwgewassen, wordt het overschot aan gebruikelijke rundveedrijfmest kleiner. Het zorgt ervoor dat de 80 kilo aan kunstmest ingevuld kan worden met dierlijke mest. Dat biedt volgens hem ook voordelen voor de varkenshouderij. 'Wanneer er meer rundveedrijfmest verwerkt wordt, blijft er voldoende capaciteit bij mestverwerkers over voor varkensmest.'
De POV-man benadrukt dat samenwerking tussen sectoren essentieel blijft. 'We moeten het juiste product, op de juiste plek en in de juiste periode aanbieden, de drie P's.'
Volgens Stiphout is de verwerkingscapaciteit al jaren stabiel. 'De productie van varkensmest is in zes jaar tijd met 3 miljoen ton per jaar gekrompen, dit komt door krimp van de sector. Daardoor gaat er relatief meer varkensmest naar de verwerking, maar het lost het probleem niet volledig op.'
Positieve geluiden
De belangenbehartiger hoort voorzichtig positieve geluiden vanuit de sector. 'De afzetprijzen zijn te hoog om lang vol te houden, maar verwerkers lijken wel goedkoper te kunnen.' Volgens hem ligt de echte oplossing in een andere manier van kijken. 'We zouden Nederland moeten zien als één grote samengestelde boerderij. Als we elkaar helpen, heeft de akkerbouw gegarandeerd goede meststoffen van Nederlandse boeren.'
Dit jaar verwacht Stiphout nog geen grote verschuivingen. 'Het blijft een concurrerende markt. Op mijn sigarendoos streep ik de plus van rundveedrijfmest weg tegen de daling van varkensmest. Dan hebben we hetzelfde als vorig jaar', besluit hij.
'Er is continu aanbod, maar beperkte vraag'
'Het grootste gedeelte van de melkveehouders komt van het overgrote deel van de mest af.' Dat stelt Jos Verstraten, voorzitter van de LTO-vakgroep Melkveehouderij. 'Dat betekent dus ook dat een klein gedeelte niet van alle mest af komt en het probleem verschuift naar volgend jaar.'
Volgens de vakgroepvoorzitter is het geen verrassing dat de mestmarkt onder zware druk staat. Het structurele overschot maakt dat de prijs voor mest op een hoog niveau ligt. Bovendien blijft het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn overeind, waardoor weinig ruimte ontstaat om regionale beperkingen te versoepelen. 'Dat gaat niet helpen om milieudoelen te halen, maar ook niet om de prijzen naar beneden te krijgen.'
Voor het komende seizoen ziet Verstraten vooral knelpunten in de logistiek en opslag. Zelfs wanneer mest bij de boer kan worden opgeslagen, moet deze uiteindelijk alsnog naar de ontvanger, vaak akkerbouwer, worden vervoerd. 'Eigenlijk is het veel logischer om bij ontvangers mestopslag te creëren, zodat de mest daar direct kan worden aangevoerd.'
Verstraten denkt dat het weer de komende weken heel bepalend is voor de prijs. 'Het aanbod is er continu, maar de vraag concentreert zich in het voorjaar. Krijgen we een mooi voorjaar, dan kan de prijs tijdelijk dalen zoals we gewend zijn. Later in het seizoen loopt die weer op.'
Stoppers
Stoppende melkveebedrijven kunnen de markt enigszins ontlasten. Zolang de opkoopregelingen onduidelijk blijven, houden boeren opties open. 'Sommigen houden dieren juist vast om in aanmerking te komen voor regelingen. Ze hebben geleerd van de invoering van de fosfaatrechten.'
Renure en mestscheiding kunnen op termijn bijdragen aan verlichting, verwacht Verstraten. 'Maar voorlopig ontbreekt het aan productiecapaciteit en heldere wetgeving. Elke druppel op de gloeiende plaat is wel weer een druppel. We moeten de druk opvoeren, zodat niemand achterover gaat leunen.'
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Kuhn GF8501MH schudder
2008, P.O.A.
-

Fendt 309CAI
2006, P.O.A.
-

Pottinger Frontmaaier zonder kneuzer
Gebruikt, P.O.A.
-

John Deere 6R 150 trekker (HIL) #775455
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Administratief medewerker Akker,- Land of Tuinbouw
Wageningen University & Research - Wageningen
Voorzitter vakgroep Geitenhouderij
LTO Nederland - NL
Bestuurslid Vakgroep Konijnenhouderij
LTO Nederland - NL
Directeur Verenigingsbureau VAB
VAB - NL
Weer
-
Zaterdag11° / 7°60 %
-
Zondag12° / 8°80 %
-
Maandag12° / 7°70 %















